forest

regenend ritme van bomen in t’ bos
rijzende ranken, takken staan los
roepen vertwijfeld, roepen om hulp
redt ons we sterven redt ons geduld.

doden des duivels, dagelijks werk
macht en materie maken hen sterk
mensen die geilen, kapitaalskracht
bomen verdwijnen, onrechtvaardige macht.

kracht der machines, strijd om het geld
achtergelaten ruines, natuur geveld.
stop het verwoesten stop die strijd
jonge kinderen hoesten, compassie ten spijt.

bomen verdwijnen bomen gaan
waar mensen verschijnen is ’t snel gedaan.
waanzin ten top zing met me mee
de wereld die moet nog een eeuwigheid mee!



moeder en dochter

paraderen langs de dijk

zij 17 blauw dégradé rokje en rode bloes
zij 38 rood dégradé rokje en blauwe bloes
rood bloesje rode pumps
blauw bloesje blauwe pumps

moeder en dochter op stap!
spiegeltje, spiegeltje…

geluk straalt trots,
mooi verhaal



paarden in de mist

Schitterend rood stijgt uit de bomenberg aan de einder.
Kriskras lichtstrepen zigzaggen langsheen de wolken
in tinten van geel oranje en rood aan het oost-einde.
Wolkenschimmen komen grijsblauw de hemel bevolken.

Grasland getekend met onkruiddodden en paarden
heeft zich vermomd in de witgrijzen van mist.
De enen ontwaken, de anderen staan te grazen,
hoorbare morgenstilte door dauwdruppels opgefrist.


Mijn hart breekt open door zoveel schoonheid.
Eenzaamheid, moment van zalige rust en geluk.


Kunstwerk door evolutie geschapen,
het heeft iets wonderlijk mystiek.
Hier word ik herboren, herschapen.
Het is en het blijft iets uniek.



De Grote Oorlog

Rode papavers gedrapeerd over Vlaamse velden,
symbolen van vergoten jeugdig bloed,
herinneren aan de duizenden gekwelden,
vechtend in verschrikkelijke bommengloed.

Doordrongen door lichamen van jonge soldaten
en de tranen van moeder en hun lieve lief,
uiteengescheurd door kogels en granaten,
kille stilte op het dodenveld abusief.

Arrogantie van onverantwoorde dictatoren,
zich verheven voelend boven het volk,
zich vergoelijkend met cynische illustratoren,
mensen laten creperen in een modderwolk.

Moordenaars van hun eigen mensen,
hun vette pensen volproppend ver van gevaar,
zichzelf ongebreidelde macht toewensen,
gesneuvelden eren met een minachtend gebaar.

Woorden als holle bommenkraters,
gestorven voor het vaderland,
Zij gebruiken rozenwater.
Verminkt hoofd in bloed en zand



blauwe reiger in het morgenlicht

vleugels struinen zachtjes in de morgenzon
het windstille water streelt hun toppen
suizend gevormd klankmedaillon
de blauwe reiger komt aankloppen

majestueus scherend over water
vliegt hij zijn vlijtige vlucht
wat een schouwspel wat een theater
vissen en kikkers wees beducht

zijn poten balansen zijn kop
de scherpe bek staat strak vooruit
geen tijd voor een schouderklop
het ochtendmaal is reeds aangeduid



Mist in het park

Het boomgaardhekken staat uitnodigend open,
een ketting met slot vernietigt de illusie,
appeldieven waarschijnlijk, mijn conclusie!
Kinderen zijn schaterend weggelopen.

De morgendauw in lichte mist voelt koud.
Bevroren gras knerpt onder mijn voeten.
Ik kom de laatste winterdag begroeten,
wacht op de lente in geelgoud.

Herinneringen dagdromen mijn gedachten.
Mijn jeugd komt mij begroeten.
Ik wil de pijn verzachten,

Hein komt op kousevoeten.
Wat kan ik nog verwachten?
Ik wens mij vrijersvoeten.



Strand Oostduinkerke

Met de Oostduin in de rug
schittert het late zonlicht
diamantkleurtjes dicht.
Grijsblauw water loopt terug

van het oneindige strand.
Golven-zand-ruggetjes
vormen bruggetjes
naar de overkant.

Tussen zee en wolken
zakt de zon in de nacht.
Stilte komt ze zacht bevolken

met een mystieke kracht.
Ruisende klanken vertolken
ongekende Godenmacht.



lentebode

Wit donspluimpje neergestreken
op de cadans van de wind
brengt een glimlach gezwind.
Laat de lente losbreken!

Mijn lichaam en geest genieten
van de eerste zonnestralen,
schitteren in waterkralen,
tussen de groene grassprieten.

Nieuw leven herbegint.
Laat de dorheid vallen!
We zijn eensgezind.

Laat de muziek schallen
voor dit lentekind.
Klinkend als kristallen.



Het verlaten huisje

Minuscuul staat het kleine huisje
verlaten in de weerkaatsende zon.
Witte sneeuw omringt de honnepon.
Geen rook van een fornuisje.

Het lijkt een zwevende wolk
verpakte wattenpluizen
de wind doet mijn oren suizen
de stilte is gebarentolk.

De grijze lucht sliert strepen
die tikken tegen de bergrand.
Dit heeft mij aangegrepen,

waar ben ik aanbeland?
Mijn ogen zijn nu toegeknepen
terug naar dromenland.



weergeenweer

glijden door de eerste sneeuw
zuiver wit in grijze tinten
lichtweerkaatsend blanke meer
geschilder met bomenlinten.

je wandelt met je laarzen aan
door knerpend wit tapijt
genietend van dit winterweer
alsof j’er één mee zijt.

lopen door de sneeuwvlokken
het heeft iets heel apart
als loop je tussen blonde lokken
het brengt rust in je hart.



sanddrawing

beige textuur
lijkt zand…
brillenmontuur
onder stoffenrand…

fijn getekend
op het vlak…
plus en min
in opbergzak…

het lijkt een grilletje
van een brilletje…
de twee oogjes
geheime betoogjes.



windmolen

de wieken cirkelen witte strepen
hoog in het sluimerend avondlicht
worden in het centrum afgeknepen
lijkt mystiek van bewegend poollicht

het middelpunt staat stil standvastig
als een ronde rots in de branding
reuzensterk en draaiend krachtig
hoge goddelijke heropstanding

de toppen suizen in snelle vlucht
wijzen van beneden naar boven
klieven steeds sneller door de lucht
komen hallucinerend aangestoven

weergaloze kracht in goddelijke banen
leidt mijn gedachten existentieel
ik zing mee met elfen-sopranen
in dit virtuele hemelkasteel



broken tiles

Vuurrood schitteren vlakken
in de nacht van zwart.
Hellevuur brandt hard.
Snerpende doedelzakken.

Duizend graden warmte
zindert kleurengolven.
Onder kolen bedolven
Lucifer’s beambte.

Vuur en vlam,
kerkenglas,
zonnegram.

Doorkijkjas,
superman,
aardas.



metamorf

treedt uit je lichaam en zweef naar het uitnodigend licht
een beeld uit je droom maar zonder gezicht
schimmenglinster wandelt met je mee
uitnodigend gericht naar één van jullie twee.

transcendentie van leven naar dood
in een explosie van lichtend rood
en schittering van wit naar blauw
voor de een de hemel voor de ander de rouw.

die gewaarwording, een blik over de rand van het leven
kan je vertellen wanneer je die kon beleven
even voorbij en dan terug naar nù
een gevoel van déja-vu.

werp af het juk van het leven
en laat je verder zweven
naar het oneindige zijn
God, wat een festijn!

helaas voor dit religieus bedrog
ben ik niet gewonnen maar toch
hoop ik dit mee te maken
zoals het gelovigen kan raken.

wanneer dit het einde kon zijn
met dergelijk fladderend kleurenfestijn
en bewegende frivole flitsende fantasie
bekeer ik mij onmiddellijk naar één of andere religie.



lente

grijsblauw omkranst
eerlijk witte zuiverheid
bruingeel noordzeezand
kleuterondeugendheid

spelen in zand en zon
vreugde voor iedere kleuter
onbegrensde grabbelton
voor mama en haar peuter

intens genieten met bijna niks
de essentie van echt geluk
met straks een beetje fruitmix
en een crêpepapieren bloemstuk



bloesems

De overjaarse tak is broos.
Tientallen bloesems bloeien,
gaan op de takjes krioelen,
openen hun trukendoos.

De lichte tak verwacht veel vracht
en hangt uit voorzorg naar beneden.
Het is al een paar jaar geleden
die overrompelende buitenaardse pracht.

De bijen komen door wolkenluchten
om de nectar te proeven
en ondertussen te bevruchten.

Ze blijven nergens lang vertoeven,
maken meerdere vluchten.
Straks kunnen we weer heerlijk proeven



Regenweer

Met waterdruppels versmolten glas
schittert in het licht van een lentebui.
De heerlijke lach van spelende jongelui
zingt door een zegenregen in de kleuterklas.

Intense kleur van een tak vroege rozen
dwarrelt in weerkaatste vlekken rood.
De doornige twijg speelt brokkenpiloot,
zijn blaadjes schimmen ongekozen.

Heerlijk ongrijpbaar achter watergordijn
speelt de wind zijn ongrijpbaar lied.
Een scene, secondenkort, een breuklijn.

Hoor jij dan de melancholie niet?
Luister dan toch mijn Rozemarijn,
beluister de pijn die je achterliet!



het museum

door het venster van het museum kijk ik naar buiten
struiken en bomen breken het licht
op de muren van het museum hangt een foto
met witte muren en een aangezicht

wat is hier realiteit wat is hier kunst
kijk ik naar kunst of naar een foto
mag ikzelf kiezen als een gunst
of moet ik het overlaten aan Picasso

geen kat kan kunst definiëren
wat vroeger was is nu niet meer
nu is het vooral filosoferen
en de plaatselijke atmosfeer

uiteraard ook de centen
en de waarde van de investering
daarom ook zoveel agenten
voor verkoop en conditionering

ik veeg mijn voeten aan de mode
wat mij ontroert dat doet er toe
als mijn verhaal een plaatsje vindt
ik mezelf geen geweld aan doe



portret klapper

zalig zacht zijdepapier
schitterend scharlakenrood
gevlamd teder tegenlichtplezier
fascinerend kleurpotlood

openplooiend uit groen cocon
zie een naakte schoonheid na haar slaap
uit natuur’s grenzeloze grabbelton
na een overbrugde winterkaap

die schoonheid aanschouwen
een etherisch geluksgevoel
genereert een zelfvertrouwen
geeft mijn leven toch nog een doel



moervaart

buiten de schreve
buiten de tijd
soms een zegen
altijd vlijt!

kan mij bekoren
geeft mij respijt
begin van tevoren
meer zekerheid!

laat je niet duwen
geef je niet prijs
blijf verder stuwen
naar eigen paradijs.



Vlaamse grond

gloeiend witte zon in aureool van geel en rood
gefilterd door het waas dat lichte mist aanbood
zwarte ranken van silhouettend riet
aan de donkere oever van die vage vliet.

opgaande rij in teder tegenlicht geplaatst
als bidstoelen in een abdij met paters ernaast
klassieke foto van Vlaamse grond
waar ik mijn roots en mijn leven vond



sprookjesbos

subtiel teer
als het handje van een pasgeboren baby
zweven de herfstige blaadjes
aan een weerbarstige tak
transparant als de kleur van een roos
in het zachte licht van een winterzon
wachten de uitgeleefde groentjes op hun val
naar de bruine humuslaag aan de voet van de zilverberken
het mistige wit op gras en takken schildert sfeer aan sprookjes gelijk
een windstille mistige wandeldag verrast alle zintuigen



architecturale pleinfantasie

Zweedse kasseien, glanzend plein
eindigt in een konijnepijp.
De stad is overrijp.
Huizen naast een magazijn.

Het terras met bruinrode gevelkleur
weerspiegelt rode lucht.
Grauwgrijs ontsnapt aan regelzucht
is de overkant met bruine deur.

De stilte van de morgen
vochtig grijsontwakend
vermoedt verdoken zorgen

Verborgen verdriet brakend,
veilig opgeborgen,
fluisterende kreten slakend…



viooltje

Viooltje, viooltje,
bloemetje muziek.
Viooltje, viooltje,
fijne esthetiek.

Uw hartje eclateert
met fijne heraldiek.
Uw kleurtje excelleert
met snaren en lyriek.

Viooltje, viooltje
tot de winter bloem.
Viooltje, viooltje
muzikale roem.



ruine

lang geleden
pracht en praal
hooggegrepen
sterverhaal

nostalgie
in oog en neus
uitgeleefde
held en reus

weer en wind zijn hier de baas
geduw getrek en ruw geraas
buigen onder harde slagen
tot je ook het eind ziet dagen



ook dit is herfst

Vlindervleugels fijn besnaard
aan een esdoornzaad vergaard,
wippen aan een herfstdagtak,
overdenken met gemak,

hoe ze op het land gaan strijken,
door de wind vervoerd uitkijken,
waar ze in de zachte humusgrond,
groeien en ontsnappen aan de mond,

van een zangvogel die zaden eet,
ruiend springt in winterkleed,
schartend bladeren verplaatst,
wijl zijn kwetteren weerkaatst,

in ijsijle lucht van het naakte bos,
eindelijk komt het zaadje los,
helicoptert naar beneden,
op zijn vleugels fijn besneden.



sprankelend groen

ik zie dit graag
ik weet niet waarom
en toch voel ik vaag
een tinteling alom!

groene facetten
van geel naar blauw
als om te beletten
dat ik het anders wou!

met water als druppels
verspreid over t' vlak
als kleine knuppels
op t’ groene getak.

bruggen van lissen
reikend naar ver
naar t’ ongewisse
her en der.

hunkerend mooi
lentelief
verre van hooi
hartedief.



ook de hoegne

beginnende humusgeuren en ook de kleuren
vermoeden de herfst
lentewarmte nochtans streelt
door de pluimvallende bladeren
een zachte lauwe bries

onvoorstelbaar kleurenpalet omkranst de natuur
en ook de mensen
novembertijd nochtans verkondigt
ondanks het zonzalige genieten
een koude harde winter

weemoedige winterblues neuriën door mijn aders
en ook mijn hart
emoties nochtans vechten
samen met warrelende kleurensymfonie
tegen angstig verlangen



vlaaikensgang

Breugeliaans kan je het noemen
een “ Jeroen Bosch” impressie om te roemen
of is het eerder zoals Van Dyck
wie van ons heeft gelijk?

het is de sfeer die het hem doet
het oude canvas-sfeertje zoals het moet
de lantaarn verspreidt het centrale licht
complementeert dit intimistische zicht.

een detail uit een groter werk
als een dief in de nacht uit de romaanse kerk
met de buit sluipend langs de muren
wij toeschouwers voelen ons gluren.

ik voel de stadsnacht van de middeleeuwen
met een gaslantaarn die het licht doet beven
spookachtig en geheimzinnig
vernisvergeeld en kunstzinnig



passe les portes

loop door het bos zie de deuren
komen tussen de bomen los
vertikale onbekende geuren
grijzig wit ,sierlijke zilvervos

ommantel de warmte koester het licht
silhouet van mijn dromen
geestelijk wezen in mijn gedicht
je bent me tegemoet gekomen

kou van de winter licht van de maan
engelenstemmen neuriën
schaatsengekras op de ijsbaan
sprookjesmysteriën

een rilling over mijn rug
emotievolle koude
mistige ijsbrug
bitterwoude



lentekriebelsindeherfst

groen pastel, zachte sfeer geven je ziel en je vreugde weer
kijkend naar ’t spel van fantasie, ge-aquarelleerde filmregie
door stoelen niet beheerd in de leegte geflankeerd
eenzaam dromend van succes, wachtend op ’t ultieme vers.

of genietend van het landschap licht van kleur ondanks je gramschap
wachtend op ’t ultieme woord, dat de toeschouwer bekoort.
Muze zo verwacht in mijn verdriet zie je dan mijn lijden niet
mijn onmachtig angstig zoeken naar woorden, naar die boeken

die mij helpen dromen om het streven door te komen
smachtend naar ’t beloofde leven dat slechts enkelen is gegeven.
lieve bloemen, lieve kleuren, mag ik genieten van jullie geuren
opgewekte frisse sfeer, wanneer zie ik de lente weer?



stoeleke

minirokje op stevig onderstel
met daarboven een waregemse hoed
laatste ronde, luiden van de bel
wat er eigenlijk niet toe doet!

je staat met je prachtige tooi
als een vrouw van duur allooi
gekomen om hier te pronken
met een hoed aan jou geschonken

prachtig bouwwerk van de natuur
geplant in ‘t zachte mos
in een heerlijke wasem van geur
eigen aan het natte bos.



tulpenblaadjes

sensueel in lijn en tint
hoe ik het ook beschouw of vind
lijnen zo uniek universeel
onuitgesproken geinterpreteer

verrassende valvula vorm
insinuerende klassieke kleur
vredesverstorende vrouwenstorm
erotisch gearomatiseerde geur

meisjeskleur roze driehoek
fris geboetseerde jonge bruid
wolkentint in mannendroomboek
schaduwlijn geplooide huid



winter

is het wel de winter die ik hier zie
of is het een hersenspinsel in do-re-mi
van een verticale witexplosie ?

in het licht van mijn gesloten ogen
zie ik kleurloze regenbogen
op een achtergrond van elfenbos
en het weggetje belopen door de vos.

of zijn het vallende hagelstenen
met lange wapperbenen
die naar beneden denderen
ergens in Genderen?

wat het ook zij
honingbrei of spielerei
het is fantasierijk geboren
en gaat dus nimmer verloren.



lekker

waarom krijg ik geen lekkers meer?
ik wil nog !
waarom doe je dat nu weer
het is mijn verjaardag, toch!

ik kan heel lief zijn en heel zoet
dat weet je
maar ook heel kwaad als het moet
dat vergeet je.

een jaar reeds ben ik geboren
dit is mijn festijn
nu moet je mij bekoren
’t feestvarken wil ik zijn.

mooie kleine meid
nu reeds een jaartje oud
geniet met enthousiaste vlijt
van je mooie kindertijd.



urinoir

boven een bloempje in een hoekje
aan de opgaande rand van een stoepje
een urinoirtje helemaal uit de tijd
succulentjes hebben zijn hart verblijd

vele jaren geleden
voor hij was moegestreden
werd ie druk bezocht
door mannelijk vocht

ammoniakale geurtjes zijn verdwenen
de macho-piemeltjes niet meer verschenen
aan het geëmailleerde bakje
onder het vervallen afdakje

Nu staat hij mooi te wezen
God zij wel geprezen
in het hoekje aan de oude muur
verrassende karikatuur



the horn

De haak hakt haarscherp zijn slachtoffer,
gepolierd gebogen en gehard.
De vis valt verschrikt in de voorraadkoffer
geen tijd voor mededogen of smart.

Filosoferen is voor de gefortuneerden der aarde
maar zij hebben dan weer niet de wil.
Voor de vrouw die in armoede baarde
maakt de vis wel duidelijk het verschil.

De vangst zit verborgen in de details,
moderne techniek geen partij voor de vis,
zoals de vechtkunst van de samoerai
tegen bommen en granaten verloren is.

Schaalvergroting tegen armoede,
normaal de perfecte match,
helaas in de handen van de gegoede
een hopeloze perfide match.



meisjes

schuingebogen parelbedekt hoofd
sensueel dromerige ogen
de fotograaf geloofd
weer iets om van te dromen

hartige lippen lichtgeopend
onder een neusje fijngevormd
je zou voor minder kaartjes kopen
en naar dit theater komen gestormd

mooie lieve meiden
wat doen jullie ons aan
wij mannen moeten lijden
bij het aanschouwen van dit amalgaan

van esthetiek en grijzen
van smachtend vrouwengeweld
die een beeld laten verrijzen
dat zelfs de sterkste macho velt

nostalgie van de dertiger jaren
vintage wordt dit nu genoemd
het zijn maar woorden die dit baren
het beeld maakt het geheel beroemd



stilleto

zij kleurt haar haar als de kleur van haar schoenen
ze is behept van voetenkledij
zij ruikt aan het leder en wil het steeds zoenen
ze draagt ze zelfs bij een zwempartij

ze staat in haar naakje ogen gesloten
op haar handen een rode stilleto
ze adoreert het schoeisel onverdroten
meer dan haar lief Armando

vrouwen en schoenen een oneindig verhaal
wat hebben ze toch met die dingen
fashion en marketing zo banaal
en toch gaat er geen belletje ringen

ze lopen op tenen verplicht door de hiel
ze lopen zich vast tussen stenen
soms lijken ze toch wel heel debiel
wanneer ze tot bloedens-toe trainen

wat ben ik blij een man te zijn
verlost van die marteltuigen
bij mooi zijn hoort ook pijn
ik moet deemoedig buigen



wandelgang

diepe november herfstsfeer
dringt door het mistige licht.
het zachte bijna winterweer
ruist als een devoot gedicht

door de bijna dode bladeren.

zij hebben hun taak volbracht
zoals de boom had verwacht
en keren terug naar moeder aarde
afwachtend , zonder waarde.

zachtjes neerstrijkend op hun eigen bed

maand van herdenking
rustige tijd van bezinning
omkaderd door de dood
aanwezig als ons dagelijks brood

hoop op nieuw leven.



glinsterend

glinsterende waterdruppels
weerkaatsen in het licht van je ogen.
weergalmen in de golven van je sensuele kleed
emoties worden onder stilte bedolven
ik voel mij analfabeet
waar kom je vandaan
klassieke griekse schoonheid
godin van de liefde geboren uit het zilveren schuim van de zee
uit de golven rijst je lieftallig gezicht Aphrodite
wij rijzen met je mee
schoonheid om van te dromen…



fladderende vogels

fladderend zingen ze hun vlucht
door een grijs wolkenrooster
geschilderd in gepareld grijs
monochroom is de sierlijke lucht

heerlijk zonder enig voorbehoud
kunnen ze onstuimig verliefd zijn
zonder tierlantijn van religie
of ander dat hen tegenhoudt

liefde van het eerste uur
met een aarzelende kus
onbezonnen en puur

met z’n tweetjes knus
heel snel hartstochtelijk
achteraan op de bus



deuitkijktoren

helemaal alleen, de perfecte stilte,
of toch niet? Hier voel ik de kilte.
oneindig landschap, eenzame toren
verstild ochtend- of avondgloren?

de sneeuw heeft het landschap bedekt
met witte massa’s bevreemdend bevlekt
het zien maakt mij droef ten moede
alsof het wit het kwade behoedde.

de kleuren van de lucht, zacht en pastelgetint
begeleiden de warrige droge grassen in de lichte dwarrelwind
die deze symfonie van dromerig verfijnd gebeuren
vergezelt om alles lichtjes te doen bewegen, op te fleuren.

een zeldzaam vogelgeluid
klinkt hier en daar bovenuit
verrassend telkens weer
meewerkend aan die specifieke sfeer.

deze stilte is niet stil
is niet onwezenlijk ,is niet pril
het zachte ruisen van het riet,
klinkt als een mijmerend afscheidslied.



't is al geel

de bloeme bloeit ’t is al gele da’k zie
en in mien herte ontstaat jaloezie
voor die kleurige kletterende blaadjes
die naast elkander als kameraadjes
een schone ronde krone vormen

straks gaan de warrige winden stormen
worden de zoete zaadjes meegevoerd
verspreid ergens naarstig neergevloerd
om een gans jaar weer leven te geven
en dit mijn ogen opnieuw te laten beleven

de bloeme bloeit ’t is al gele da’k zie
ze zingt spetterende spelende poëzie
ik kwinkelere mee op ’t ritme van de bomen
wil alleen nog van schallende schoonheid dromen
en opgaan in het land van elfen en kabouters



de mist staat in brand

de zachtmoedige zon zinkt in haar slaapgedicht
rozenbottel rood weerspiegelt in mijmerend water
bloeiende biezen silhouetteren in tranend tegenlicht
witte diezigheid maskeert het avant gardisch natuurtheater

natuur geurt de avond vochtig en zwoel
de bloemen hebben hun kelken gesloten
kikkers roepzingen hun partners in de poel
verdwenen koppels hebben hun dag genoten

ik wandel verder in het vochtige gras
adem diep deze zomeravond
mijmerend hoe het vroeger was
me aan dit prachtige landschap lavend



Gevangen

een laatste blad bruinrood
vaart op de herfstwind
van mijn gedachten, verbindt
aan een stille boot

spin in zijn web
komt in bruuske beweging
herstelt zonder plichtpleging
zijn boobytrap

een achtergrond van fluisterende stilte
musiceert met mijn schuifelende voeten
in de vochtige ochtendkilte

komt de liefde mij begroeten?
is het dat wat ik wilde?
de sfeer zal het verzoeten




de verzuchting

zwibberende zwabberende zwijger
vegetatiefestival in verticale banen
pluimversierde indianen
tussen de grassen een tijger

schimmig schuddende schaterlach
groengeel gracieus grafschrift
felgekleurde expantiedrift
waanbeeldende dementiedag

tussen de bomen het bos
op het einde
komen de bladeren los

daar staat de aangelijnde
in levenschaos
waar is het dichtsbijzijnde?



calluna vulgaris

Door mijn hand murrelt zuiver geelwit zilverend zand,
geboetseerd door wind en wandelende voeten.
Vormt een horizontale rafelige rand
tegenover het grijsblauwe groeten
van de zwoele zwangere lucht.

Hier en daar een dotje biezen.
Wolken gejaagd door wind verliezen,
zich langzaam ledigend met een zucht,
hun droevige druppels op het heideland.
Bijen hebben de bloeiende heide bevrucht.

Zittend op een zitje van zand
fluit ik een liedje van Lou Reed.
Perfect day klinkt klokjes over de heuvelrand.
Ben rustig, voel me niet bespied,
voel me bevrijd met een zucht.



laatste lente

de stad heeft mijn lente verzwolgen
verhuisd is mijn vrije natuur
de leeuwerik wipzingt verbolgen
verworden tot oprispend zuur

de zon blekkert de stadse muren
verzacht het troosteloze leven
kassei en beton verbergen de buren
ik ben alleen achtergebleven

zalig tuinieren is er niet meer
genieten van bloemen en wind
het buitenleven verdreven
van bomen en rozen ben ik nu blind

en toch bloeien ook hier de rozen
ontluiken de knoppen tot bloem
versieren de blaren de kreupele bomen
seniorenvreugde als nieuwe doem

de lente verdringt de oude geuren
verfrist met parfums de muffe goot
sprankelt nieuw leven door oude takken
vergeet de schroom van de komende dood

ik wil weer dansen
ik wil weer zingen
ik wil herkansen
het leven bedwingen

ik zeg foert aan defaitisme
ik grijp de dood als mijn zielsgenoot



deafwijzing

twee meiden wandelen weg
andere houding andere zeg
herken ze niet
hoor ze niet

spiegel en droom
verschillend anatoom
diep in de ziel
homofiel

kijk aandachtig
beeld zo krachtig
alleen maar stilte
diepe kilte



degradation of memory

Wie ben jij?
Ken ik jou?
Zij staart naar mij…haar zoon.

Wat moet jij hier ?
Wat wil je ?
Zij is kwaad op mij… mijn moeder.

Dementie, verschrikkelijk loeder!
Ik ervaar je, telkens weer.
Het doet pijn, het vreet aan mij.
Ooit was “het” mijn hoeder.

Ik wil je mijn liefde geven
zoals jij mij koesterde.
helaas…



herfstkleuren

In de verte schittert het zonnige zalige licht.
Warme wisselende kleuren worden naar binnen gericht
doorheen de schimmige gestalten van de bomen in het bos,
verwarmen de koele kilte, maken de donkere dreiging los,
laten de spookgedachten verdwijnen.

De wolkenloze hemel doet de zon weer schijnen.
De heldere blauwe lucht in tintelend azuur geborgen
verwelkomt langzaam een zalig zingende wintermorgen
tussen de rijzende bruingroene verticale zuilen
van de bomen die zich niet langer verschuilen.

Rood en groen en geel wedijveren met het licht,
schilderen een kleurrijk palet op je zonnig gezicht
en toveren toegewijd de sfeer liefdesdronken.
Daar wordt mij jou eerste zoete kus geschonken,
heb ik je schattig stralend gezicht gestreeld.

Nu is de ontnuchtering gekomen,zit je verveeld.
Het lichtgordijn heeft zich gestaag gesloten,
door duisternis is onze liefde erbij ingeschoten,
verdwenen het luisterende licht
op jou ooit mooie gezicht.



winteroprijtjes

triumviraat in zwarte verticalen
op grijze fond van witte madrigalen
stevig en sterk in Vlaanderenland
in weiden en velden gezaaid en geplant.

zijn knoestige eeuwige eiken
windgebogen achtkanters als gelijken
zo strekt ons mooie vlakkeland
in winterse witheid gestrand.

Vlaanderen, bakermat van mijn zijn,
rijk in de wereld, gastronomisch festijn
met weemoed en witte desolaatheid nu getooid
vecht voor je schoonheid, bijna berooid

heerlijke landerijen van mijn jeugd
kinderlijke speelplaats met intense vreugd
hier heb ik gespeeld en geravot
vogels geroofd en ballen geshot
met mijn eerste lief doktertje gespeeld
en me grootse plannen voor de toekomst ingebeeld.



Anemoon

Smetteloos maagdenwit kleed.
Schouwspel in fel licht begonnen.
De voortplanting heeft hier gewonnen.
Alle ingrediënten zijn gereed.

De mooiste kleuren zijn gebruikt
om de rijpe bruid te tooien,
om de vele gasten te verstrooien
zodat de toekomst ontluikt.

Geelrode meeldraden dansen.
Strooien kwistig met stuifmeel.
Zo vergroten zij de kansen

van het stamper ritueel.
De stamper die verrukt gaat schransen
voor de zaden informeel.



water stroomt

druppelend versmelt de sneeuw
verdwijnt langzaam in kanaaltjes en rivieren
water stroomt en voedt de dieren
in een voortdurende stille schreeuw

Het zuiver witte tapijt verschrompelt
glinsterende kristallen versmelten druppelend
het gevormde water slingert huppelend
in beekjes waarin wordt gemompeld

de tijd loopt mij voorbij
in angstdromen wil ik ze grijpen
weer een omgeslagen bladzij

van weglopende regenpijpen
het einde bladert dichterbij
ooit zal ik begrijpen!



de vosseslag

schitterend gele boterbloemen
bevolken de ochtendweide
felle puntjes die opdoemen
tussen het gras aan de voorzijde

langzaam nevelt het landschap open
geeft beetje bij beetje zijn geheimen prijs
in mijn jeugd heb ik hier rondgelopen
hier was mijn fantasiepaleis

het slapende dorp wekt zich wakker
de kerktoren verwelkomt de ochtendzon
verse broodgeuren vermoeden de bakker
ik droom de geluiden van een accordeon

heel even staat de tijd in de stilte



abstract

wirwar van lintjes
zonnerood
als kleine begijntjes
in hemelboot

of zijn het kristallen
in chaotisch gewemel
die naar beneden vallen
hoog uit de hemel

het doet er niet toe
wat het ook is
je kijkt ernaar en hoe!
het is aantrekkelijk en fris



hoe ver nog?

Grijze haren tooien een oud gezicht,
vermoeide ogen kijken,
laten niets blijken,
rimpels schrijven een levensgedicht.

Ingevallen wangen verraden vermoeidheid,
gelijnde lippen staan strak verbeten,
hij heeft het allemaal al geweten!
Er blijft alleen wijsheid.

Hij ziet zijn vroegere dwaasheid,
een déja-vu gevoel!
Jongeren putten in zelfvoldaanheid!

Hij bekijkt het allemaal koel,
wacht rustig in traagheid.
Hij kent het ultieme doel.



lelie

De lelie vloeit naar boven vanuit de groene stam.
Kelkbladeren openen hun beschermende witheid,
meeldraden rond de stamper in rode vlam
presenteren stuifmeel aan bijenappetijt.

Overvloedig kleurenfestijn toont zich met verve
in het liefelijk licht van de zomerse zon.
Verkoopt zijn verrukkelijke vruchtbare reserve
voor bijen en bloemen leverancier en levensbron.

Bedwelmende geuren glijden over vruchtbare velden,
zweven zacht op de zonzwangere lucht.
Hun verleidende lokroep stilzwijgend vermeldend
in eindeloos herhalende parfumvlucht.



bloemblaadjes

lijkt wel sneeuw
dan weer niet
lijkt wel een wolk
ik weet het niet
of een bloem
dan weer wel
plots klinkt muziek
een klokkenspel

golvende lokken
op kinderhoofd
idillysch plaatje
ik word verdoofd
golvende lijnen
aquarel
volutenijver
vormenspel

geglooid, gebogen
subtiele lijn
spat naar buiten
roomfestijn

koryntisch gevormd puur natuur
geexplodeerd paladiumvuur

bloemen…



herfstanemoon

de late herfst omarmt mijn netvlies
met onwezenlijk sprankelend frisgroen
een witte novemberanemoon pronkt bij noen
in strijkend tegenlicht zuiver als een maagdenvlies

de gele meeldraden dansen
met stuivende warrige kopjes
wanordelijk geplaatste knopjes
gaan rond de fluwelen stamper balansen


de kroonblaadjes lijken gesteven linnen
op een nachtvorst bleekveldaquarel
laagzonnig tintelend lichtspel
tekent structuren in grijs en wit vanbinnen

een laatste opwelling voor het einde
opborrelend teer levensverlangen
vooraleer het licht wordt vervangen
door oneindige duisternis



paddestoel

Suikerglans
bedje van hout
kabouterdans
voel me koud

Glasscherp
perfect rond
alleen bekijken
niet gezond

Spiegelhoed
bespoorde kom
leuke snoet
kleintjes alom.



bosklappers

Van Gogh-je met gemengde technieken
aquarelletje om van te genieten
broos brokje in de wind
herkenbaar windekind

uit een zwarte krioelende wirwar
mierenfeest gelijk, heel bizar
ploppen de poppies kleurrijk open
als zijden rode doekjes onverdroten

heerlijk rood op wit met zwart
pentekening van een gebroken hart
rode stippen neergedoekt
als het ware ingeboekt

in de mainstream van mijn dromen
elfjesvlinder aangekomen
zo romantisch, zo subtiel
bloemenknopjes heel fragile



verdriet

licht als sneeuw
verdoezelt de nacht
een stil geschreeuw
onhoorbare klacht

boven je jurkje
cape tegen de kou
toch ril je!
waar blijft ie nou?

sneeuwregen verwijdert tranen
een hart schreeuwt van pijn
gedachten flitsen door duizenden banen
je wil hier niet langer zijn!



zich op glad ijs begeven

Een schaatser glijdt over het ijs.
Evenwichtskunstenaar in den dop.
Ook een vervelende meerkoetenmop
brengt hem niet van de wijs!

Hoenderige vogel,
witte bek op zwarte kop,
blijft fladderend rechtop,
naar het doel als een kogel.

Ijs bedekt het water,
zijn eten zit eronder.
Protesteert met gesnater,

krijgt op zijn donder,
van de natuur met geschater,
eten vinden een wonder!



brainstorm

majestueuze schaduwen doorcirkelen je stap
sober bijna ingetogen
als een blad uit een modemap
kom je aangelopen

het voelt koud in mijn warmte
je kledij vermoedt de winter
mathematische sneeuw
uit een inktjet printer

het decor bedrukt je gemoed
je voelt je klein en verslagen
ondanks je stevige boots
ben je teneergeslagen

mensen lopen, mensen gaan
ieder met zijn eigen demonen
wat ben jij dan aangedaan
ik wens je een boeket anemonen



a little present for you

vandaag heb ik een pakje gezien
zo groot als de kerk van Bengalen
de lengte was wel een meter of tien
precies een stapel met balen

ingepakt in donker papier
met een rode koord errond
dat wordt veel uitpakplezier
als ik het je geef terstond

alle verhalen die we samen hebben geschreven
de goede de slechte en nog veel meer
alle momenten die je mij hebt gegeven
wil ik beleven nog één keer



Aylan

in de stilte van het morgenhuis
beklemt de friste mijn lichaam
zomer verborgen in een kluis
koele winter volgt simultaan

winterblues vanuit grijze wolken,
ongenode passanten
komen mijn hart en ziel bevolken
ik blijf in bed lanterfanten

een klein kind is verdronken
in de oorlogspoel van waanzin
kots welt, mijn keel gaat bonken
vluchten heeft geen zin

regen striemt in windvlagen
zwepen op een blote huid
onschuldigen blijven baden
in bloed en menselijk onkruid.



on the fast track

dwars door snelheid horizontaal
minimalistisch verhalen
rails in glanzend staal
koude materialen

de verte is zwart wazig
vermoedt groene natuur
het spoor is strak en bazig
op zoek naar avontuur

het leidt naar links en rechts
maar sluit de weg naar boven
beperkte beweging slechts
ik word er tussengeschoven

als een stofje in een lade
opgesloten door hogere macht
het voelt als het kwade
als een duivel die lacht



blue light

Het licht sleurt de lijnen de hemel in
om de oneindigheid te begroeten.
Is het die Ufo die je wil ontmoeten
op zoek naar ooit het “begin”?

Schoonheid heeft het zin gegeven,
hersenspoeling is voorbij.
Gedaan met religieuze gekkenbrei.
Dit is voor mij het ware leven.

Iets moois is voor het leven.
Materie wordt geboetseerd.
Door emotie ingegeven,

door de kunstenaar geëerd.
Het houdt de balans even,
de mens geëmancipeerd.



flanders fields

in Vlaamse velden bloeien de papavers
rood oplichtend tussen kadavers
van vermorzeld jong leven
tot lof en eer van generaals

de verdronken natte klei zuigt hun voeten vast
zoals de spoken in een nachtmerrie
terwijl de schrapnels over hun hoofden
zoeken naar vers vlees

beschavingsfacade verdwenen
het menselijk beest ontwaakt
vermorzelt met geweld
zoals IS de geschiedenis herhaalt

telkens opnieuw komt het oerinstinct naar boven

met of zonder god te loven

tot meerdere eer en glorie van de pretentieuse mens
Vrede blijft een vrome wens



Liefdesmuziek

Warme weldadige kleuren van duizend regenbogen
schitteren in de stille stralen van de avondzon.
Triomferende mijmerende monologen
voor de eerste nacht begon.

Heldere klanken van een zingende kinderstem
weergalmen echoënd tussen de bomen.
Beminnende ogen aanbidden hem,
zij is van ver gekomen.

Intens heerlijk zwevend harmonische geuren
bezwangeren avontuurlijk de avondlucht.
Zij ruikt als de rozen die opfleuren
in haar beminnelijke liefdesvlucht.

Haar fluweelzacht getuite lippen beroeren
de wangen van haar uitverkoren prooi.
Zij biologeert hem over zijn toeren,
hij vindt haar ogen wondermooi.

Hunkerende rillingen beroeren twee lichamen,
feronomen hebben hun plicht volbracht.
Ontluikende liefde heeft duizend namen,
ontketent onbeheersbare kracht



nero bianco

zwart en wit in al zijn tinten
multiculturaliteit ten top
melting pot van duizend gezindten
van schoonheidsqueen tot puistenkop

zuiver wit bevat de kleuren
vormt ze om tot één geheel
diep en zwart geheime geuren
maakt de confrontatie amoreel

verborgen angst voor ’t onbekende
heel ver weg in diepe dalen
van de maan tot in oostende
anoniem vergeten dwalen

diep van binnen zit die angst
bij ieder van ons een beetje
maar wie is er nu het bangst
de geleerden of het analfabeetje



alegria da vida

zeldzame zaligmakende zoete momenten,
zo heilig onveilig als tienerexperimenten.
uit helle frisse kleuren ontstaat nieuw leven
geeloranje, lichtgroen, blauwrood doen je zweven

zoals de lente met zijn heerlijke tinten,
nieuw groen van jonge blaadjes als fleurige linten,
met bloemtapijten van spetterende kleuren
en onverwachte dronkenmakende hemelse geuren.

de kleuren van regenbogen en het parfum van jasmijn,
een geboorte uit een placenta kan niet aantrekkelijker zijn
alles verglijdt in elkaar als een sacrale mengeling
van schoonheid goedheid en zintuiglijke verstrengeling

herinneringen oproepend aan onze eigen jonge jeugd
van onbezonnen gulzig happen in de openbrekende vreugd
van het nieuwe, het onbekende, de aanlokkelijke vrijheid
een bedwelmend explosief cocktail van extreme blijheid.

jeugd springt naar voor, levensvreugde loopt mee
gelukzaligheid overvalt je als een sensuele zee.

alegria da vida



mist op de heide

de herfstige mist schept nieuw landschapsgezicht
distilleert de morgenstralende zon
bladkruinende bomen filteren het vroege licht
blote voeten op het natte gazon

weemoed sijpelt binnen
moet de dag beginnen
hopend op de zon
broodnodige warmtebron

ik ben van ver gekomen
verlost van al mijn dromen
een nieuw seizoen tegemoet
dag lieve zomer gegroet



regenkind

schaterend steekt Stine haar handjes in de lucht
om de grote regendruppels op te vangen
donderwolken komen met een windzucht
spetterend geluid weldra van ratelslangen

haar blonde haren kleven op haar wangen
die bol staan van haar luide lieve lach
kindervreugde om die natuurgezangen
schitterend einde van een mooie dag

grote mensen kijken blij verbaasd
naar dit vrije ongeremd geluk
van een peuter die naar de wolken blaast
naar haar handige watergepluk

ik krijgt een kreunende krop in mijn keel
wanneer ze heel lief opa-tje roept
het voelt aan als zijdig zacht fluweel
als ze bij de bliksem in mijn armen floept

vreugde om een kleinkind is moeilijk te omschrijven
het overvalt je als een onverwacht liefdesvuur
geen professionele uitdaging kan dat gevoel verdrijven
het verbrandt je even zeer als een liefdesavontuur



Mucha

Wat een knappe griet,
wat een fantastische benen.
Ze ziet ons niet,
staat ze te wenen?

Haar legging sluit zich daarbij aan.
Zij staat tussen haar pronkstukken
als een biddende indiaan,
wil zich losrukken uit dit bestaan

Haar benen herhalen totempalen
in indiaans Indische taal.
Haar frêle lichaam vertelt verhalen.
Sensualiteit een signaal?



vluchteling

okergebrande handen
in gebakken klei
roepen om hulp
hier zijn wij

mensen verworpen
uit zwart gerezen
verlaten dorpen
uitgewezen

wij roepen om hulp
jullie horen ons niet
geef ons een stulp
vergroot geen verdriet



mailbox

ik heb vandaag een brief ontvangen
een vuistslag was het in mijn maag
mijn hart klopt sterk bevangen
veel erger dan een virusplaag

vijftig jaar is het geleden
een halve eeuw van stil verdriet
jij was verweesd achtergebleven
na mijn gedwongen afscheidslied

ik heb je later nog gezocht
maar kon je nergens vinden
hartverscheurende aftocht
geteisterd door rukwinden

ik heb vandaag een brief ontvangen
je broer die schrijft me je verhaal
je bent gestorven vol verlangen
vol van liefde heel banaal!



Ontwaken

zoals een boom staat ze te kijken
lichtjes fluisterend in de wind
haren die blaren lijken ritselen in het zoete morgenlicht
glinsterende ogen met een weemoedige glimlach
kijken naar de nieuwe dag
de natuur begint een nieuw begin
licht overwint de duisternis en brengt
heerlijk ontluikend morgengeluid
Zij geniet, blote voeten in het bedauwde gras,
de wind speelt met en door haar lichte nachtkleed en streelt haar…



there will remain nothing...

donkere donder boven het verlaten podium
saboterende stortregen heeft iedereen verjaagd
alleen de zappende zee de bliksem en het jodium
de voorbije voorstelling is reeds vervaagd

mijn hebberig hart is de performance vergeten
op zoek naar mijn partner dicht bij de zee
op die platte plankenvloer godvergeten
stond jij als verleidster ik wou met je mee

hoe bitter en eenzaam alleen en verlaten
gegeseld door water en wind
schreeuwt mijn ziel om bij te praten
met jou die ik niet meer vind

there will remain nothing… only the scene



insomnia

Donkere stilte omringt het gebouw.
De mensen slapen,
de sterren waken,
vertikaal strak gelijnde balkons.

Eén venster is verlicht in gee,l
ik tel vijf hoog,
voer voor de psycholoog,
dat is het slapeloze deel.

Wie is hier wakker,
wie heeft geen droom,
of is dit een bakker?

Vermoeidheidssyndroom,
het maakt je zwakker
in de levensstroom.



madeliefjes

In schemerig grijsgroen
een jonge meisjes zoen,
gevlochten gele meeldraden.

Schitterend witte kronende blaadjes
omkransen de kus.
Heerlijke klus.

Madeliefje, kleine bloem,
wat een roem
in voorbije dagen.



Julie en Robbie

Haar lichaam straalt sensualiteit
vervolgt haar kont en dijen
als wil ze nu gaan vrijen
één en al opgespannen vitaliteit.

Haar gezicht staat gespannen,
afstandelijk niet uitnodigend,
ogen streng ontmoedigend.
Tweespalt laat haar vermannen.

Meisjesdromen en modellenwerk,
romantiek en realiteit,
lekker dagdromen of supersterk.

Een onvermoede weg ongeplaveid,
Het is en blijft hun meesterwerk
met vreugde en soms ook spijt.



de zee

de zwarte zee met wit gekruid
een vredig zicht, een zacht geluid
bij langzaam wandelen en rustig kijken
laat ze noch gevoel noch emotie blijken.

schone schijn kan zo bedriegen
je gemoed en gevoelens zo beliegen
binnenin die stille wacht
zit soms een woeste heilige kracht.

een massa van water
wordt amfitheater
samenspelend met wind en wolken
gaan ze lucht en aarde bevolken.

de rimpelloze rustige zee
verandert in een kolkende prostituée
stormig bewegend op en neer
verzwelgende massa gaat tekeer.

zo verandert elke keer
mijn gevoel, mijn emotie telkens weer
wanneer ik je zie mijn geheime lief
overrompelende onbeheersbare hartedief.

je speelt met mijn lijf als de wind met het water
maakt mij stokstijf, nog een begane flater
je speelt met mijn leden en met mijn emoties
verwart mijn zeden misbruikt mijn commoties.

na de woelige storm komt de rustige morgenstilte
de warme lakens en jou lijf verdrijven de angstige levenskilte
en maken plaats voor bezadigde zalige dromen
die telkens weer met jou naar boven komen.



klemskerke

schitterend gele boterbloemen
bevolken de ochtendweide
felle puntjes die opdoemen
tussen het gras aan de voorzijde

langzaam nevelt het landschap open
geeft beetje bij beetje zijn geheimen prijs
in mijn jeugd heb ik hier rondgelopen
hier was mijn fantasiepaleis

het slapende dorp wekt zich wakker
de kerktoren verwelkomt de ochtendzon
verse broodgeuren vermoeden de bakker
ik droom de geluiden van een accordeon

heel even staat de tijd in de stilte



herfst

Schilderschoon zijn de bezadigde blaren,
kleurig herfsttapijt nu de wind is gaan bedaren.
Hier en daar ploffen bruine Kastagneballen.
De bomen laten ze naar beneden vallen,
zachtjes op het dikke donzige herfstkleed.

Het is stil rondom, het ruisen is verdwenen,
de blaadjes zijn gevallen, de herfst is verschenen.
De takken zijn naakt voelen zich onwennig
maar de sussende seizoenen zijn eenstemmig.
De natuur maakt zich opnieuw gereed.

Ook mijn jaarblaadjes beginnen te vallen,
mijn ringen tellen steeds grotere getallen.
Het verloopt langzaam, ik voel het niet echt
toch wordt ook mijn kruin blootgelegd.
Ooit wordt het nijpend concreet.

Nooit zal ik mijn verdriet laten blijken.
Ik sterke man wil helemaal niet wijken.
Maar broos is gezondheid die er toe doet.
Stommiteiten worden vroeg of laat beboet,
daarvoor ben ik gereed.



man en zee

geheimzinnige man op een golfbreker in zee
groet je dit wonder van water en wind?
of ga je aarzelend met de golven mee
tot je de echte antwoorden vindt?

voorovergebogen man op een golfbreker in water
kijk je naar het schuim Aphrodite gelijk?
op zoek naar jezelf, op zoek naar later
zeus neemt je mee naar zijn heerlijke rijk.

verstijfde man op een golfbreker van stenen
kom je naar hier met je verstard verdriet?
het grijsgroene water omsluit je benen
wij zien je echte wanhoop niet!

groene verminkte man op een golfbreker van tranen
doorwoel je het water op zoek naar een vriend?
wil je jezelf geborgen wanen
laat je gaan, je wordt goed gediend.



eventerugzomer

een korenbloem die je in november vond
die is begot de tijd vergeten
of heeft teveel tijd gesleten
in de warme zomergrond.

van wit naar blauw
van licht naar donker
schakeringen met een wow
dit is heel bijzonder.

groenblauw sterke mooie groeier
fris als de lente ondanks de herfst
bedauwde sierlijk late bloeier
voorbode van een nieuwe kerst



avondschemering

wegglijdende zon in geel-rood licht
tussen massieve warrige wolken
ongrijpbaar glinsterend vergezicht
komt langzaam de nacht bevolken

weerspiegeld in een rimpelloze zee
schuift de vuurbol naar onder
het glimmende licht vermindert mee
ik kijk naar dit natuurlijk wonder

biezen beschermd door rechtstaande stokken
verkondigen het donker van de nacht
hebben een kleine duin aangetrokken
het zwevende zand opgewacht

het strand is eenzaam groots en stil verlaten
lage schaduwen herinneren de voetstappen van de dag
rust in zangerig zeegeruis, niet meer praten
genieten van een voorbije kinderlach



avondrood

dégradé van rode tinten
kleuren als gestrooide inkten
van een wondelijk palet
knap in scène gezet

balken horizontaal
gegrepen in trapezium
snijden de hemel fataal
in schijfjes lichtdelirium



brugs-ommeland

geelmistige zonsopgang
met breugeloogst-sfeer
merelochtendgezang
sliertig geaquarelleer

landschapsarchitectuur
een kunstwerk geschapen
impressionistisch van natuur
bij het vroege ontwaken

opbeurend landschap
vervuld van mystiek
spiritueel geestessap
immense lyriek

houtland-landschap
zo anders bekeken
zonder dagelijkse ooglap
breed uitgestreken

sprookjeslandschap
muze voor menig geschrijf
verhaal voor fantasiekrant
met een heks als superwijf



intodessert

ongerepte natuur
geschilderd door licht
okertinten aardstructuur
prachtig vergezicht

vrouwenlichamen geboetseerd in zand
golvende duinen in de woestijn
naakte huiden als bruingebrand
de werkelijkheid blijkt zo niet te zijn.

een fata morgana misschien
verschroeid door de zon
dat is wat ik wilde zien
voor deze hel begon.

gebied door hitte bevangen
dodenmars, uitdeinende kadans
begeleid van Syrenegezangen
zonder water doornenkrans.



kolkende wolken

kolkende wolken spelen een spel met aarde en wind
drie witte zeilen weerkaatsen het witte licht
op de donkerblauwe zee

fluitende locomotief die mijn gedachten vindt
zwarte rook met witte stoom gericht
op het uitgedroogde land en vee

weldra komt de regen de hitte verdrijven
de grassen die worden weer groen
dan komen de druppels het land beschrijven
als een welkome verfrissende zoen



rijverkeer

snikkende sneeuw op mijn fikkige fiets
verlangt een verhaal van schoonheid in niets
vlezige vlokken die vallen benee
faken mijn fiets in een slanke slee

witter dan wit als puimig poeder
gunstig bestapeld lieve loeder
kunstig bekleed met schapevacht
warrige watten heel onverwacht

prikkelende poëzie van luimig licht
fijne foto gesteven gezicht
stevig staande in strakke rij
enkele ongeduldige anarchisten erbij.



hubble

ik loop onder een triomfboog van blauw
daarachter gestreepte wolken grauw
met een vleugje wit en grijs
in schuine strepen eigenwijs

de gespannen zwevende boog
omspant dromen en fantasie
van kunstenaars hemelhoog
in diagonaal dansende trilogie

de blauwe kleur verdringt de angst
die zwart en wit zouden bouwen
nu is het een leuke ontvangst
in de verenkleur van pauwen

opaal blauw subtiel belicht
heeft wel honderd tinten
zoals ik het in de lente zie
bij duizenden hyacinten



zand na de vloed

Teruggetrokken in de diepte van haar onmetelijkheid
zingt de zee haar spel.
Zij speelt met water en zand,
spreid ze over het land,
schrijft duizend verhalen.

Wirwarrende kanaaltjes,
onooglijke banaaltjes
schilderen gedichten
op het strand.
Terug naar de zee richten
zij de loop van het water,
onder het geschater
van schuimkoppende branding.

Fijn gelijnd zeemeerminnenhaar,
geschreven in schelpenverhalen,
op de dag dat ik verjaar,
doet me opgelucht ademhalen.



Eerste lentebloesem

Een bloesem stuurt de lente.
De eerste in een rij
Voel me extra vrij,
lachende biologiestudente.

Het donker is verdwenen.
De rokjes komen boven,
ze gaan de schoonheid loven
van zoete jonge benen.

De vreugde is verschenen,
de kleuren exploderen,
het lijken edelstenen.

Zachte zoete meren,
klankvolle syrenen,
ik ga nu toch pauzeren!



eventerugzomer

een korenbloem die je in november vond
die is begot de tijd vergeten
of heeft teveel tijd gesleten
in de warme zomergrond.

van wit naar blauw
van licht naar donker
schakeringen met een wow
dit is heel bijzonder.

groenblauw sterke mooie groeier
fris als de lente ondanks de herfst
bedauwde sierlijk late bloeier
voorbode van een nieuwe kerst



drops

dauwdruppeltjes in de morgen
lachen mij glinsterend toe
blauwe besjes zonder zorgen
ben echt niet meer moe

warrige lissen symfoneren
een kleurenpalet van groen
gele tinten rebelleren
met blauw knikkertjesfatsoen

heerlijke herfst zonder zorgen
verwacht een zonnige dag
winterblues weer opgeborgen
dank zij jou lieve lach



kleurtjes

op een vlak van geel en rood
besneden door een zwarte vertikaal
een kleurenlawine van zomerbondgenoot
vreugdeverwekkend als het vuur van de bengaal

tere takjes met tengere vlakjes esdoornblad
schitteren in de zingende zuiderse zon
zwierige vakantievreugde is opengespat
ik droom het timbre van een bariton

schitterend groen met geel gekruid
reikt naar hemels blauw
tussen stilte een vogel die fluit
dit is wat ik jou toevertrouw



rijverkeer

snikkende sneeuw op mijn fikkige fiets
verlangt een verhaal van schoonheid in niets
vlezige vlokken die vallen benee
faken mijn fiets in een slanke slee

witter dan wit als puimig poeder
gunstig bestapeld lieve loeder
kunstig bekleed met schapevacht
warrige watten heel onverwacht

prikkelende poëzie van luimig licht
fijne foto gesteven gezicht
stevig staande in strakke rij
enkele ongeduldige anarchisten erbij.



avondschemering

wegglijdende zon in geel-rood licht
tussen massieve warrige wolken
ongrijpbaar glinsterend vergezicht
komt langzaam de nacht bevolken

weerspiegeld in een rimpelloze zee
schuift de vuurbol naar onder
het glimmende licht vermindert mee
ik kijk naar dit natuurlijk wonder

biezen beschermd door rechtstaande stokken
verkondigen het donker van de nacht
hebben een kleine duin aangetrokken
het zwevende zand opgewacht

het strand is eenzaam groots en stil verlaten
lage schaduwen herinneren de voetstappen van de dag
rust in zangerig zeegeruis, niet meer praten
genieten van een voorbije kinderlach



ambitie

vertikaal verdwijnend in de wolken
zinderen lijnen omhoog
bereiken de onbereikbare verte
in rode gloed

alsof de donkere hemel mij wil ontvoeren
naar mijn princessenpaleis
dromenland tussen hemelse maagden
ik sluit mijn ogen en laat mij meevoeren

naar het land van fantasie
vliegend in volstrekte vrijheid.



wijngaard

lijnen scheef en lijnen schuin
gewaaid gegolfde noordzeeduin
druivenstokken ingeplant
steenrijk oker, wijngaardzand

druiven komen, druiven gaan
rillend ritme van de maan
druiven vochtig, platgestampt
voeten tenen moeverkrampt

zalig vocht in houten vaten
vreugdewekkende fanaten
lachend proosten, heffend groeten
dankbaar zingen,welkomstgroeten



panorama vanop de congoberg

Ik sta boven en kijk neer
op het glooiende groene landschap
van het Brabantse ondernemersschap
in een zonnige lentesfeer.

Brabantse trekpaarden vooraan in de wei
genieten de eerste zonnestralen,
voor ze af gaan dwalen
naar het labeur in de vallei.

Knotwilgenlandschap
op gegolfd weidegras.
Natuurlijk meesterschap.

De boerderij nog in winterjas
in een sprookjeslandschap,
alsof het een idylle was.


sneeuwklokje

Klokje wit klingelt in geelgroen gras,
soms in de sneeuw,
lenteschreeuw,
alsof er geen winter was.

Paraplu is zijn vorm,
broos en klein zijn taal,
beginnend zonneverhaal
en een eerste regenworm.

Pentekening ingekleurd,
romantisch muzikaal,
mijn ziel is opgefleurd.

Zoete bloementaal,
niet meer getreurd,
nieuw levensverhaal.



herinneringen

wat is het toch
die weemoed van de herfst
ik heb het nog wel eens gevoeld
wanneer ik op bladerentapijt
ritselend tussen de bomen zweef

de zachte bedwelmende humusgeur
en de lichtstralen van het natuurtheater
dansen om de kadans van de bijna stilte

mijn herfstblues zijn terug
tussen roodbruine bladeren
opdwarrelende emotie
voor mijn eigenste herfst

halve eeuw herinnering
aan mijn eerste lief
de lange wandelingen
in liefkozend samenzijn
zonder woorden

herinneringen…



Voor dag en dauw

Kilte lijnt de horizon in lichte mist.
De morgenzon piept er bovenuit,
schildert de wolken in geel vogelgefluit,
droomwaan van een impressionist.

Zwart gelijnde boomsilhouetten,
door de wind schuingelijnd,
filteren het licht verfijnd,
komen de landerijen bezetten.

De sfeer van een vroege lentemorgen,
verwachting van een perfecte dag,
houdt de stemmige stilte geborgen.

Straks bij de geboorte van een kinderlach
begint een nieuwe dansende dag.
Ik begroet hem met een kwinkslag.



Eerste lentebloesem

Een bloesem stuurt de lente.
De eerste in een rij
Voel me extra vrij,
lachende biologiestudente.

Het donker is verdwenen.
De rokjes komen boven,
ze gaan de schoonheid loven
van zoete jonge benen.

De vreugde is verschenen,
de kleuren exploderen,
het lijken edelstenen.

Zachte zoete meren,
klankvolle syrenen,
ik ga nu toch pauzeren!



tears

bij het vallen van de avond heeft de bloem zijn kelk gesloten
de blaadjes glinsteren in het mooie licht van de maan
dauwdruppels hebben zijn kroon overgoten
transparante parels zijn daarop ontstaan


de blaadjes omarmen de meeldraden en stamper
beschermen de nectar voor de bij
hij begint zijn visites maar amper
bij het vroege morgentij

zijn zware taak is levensnoodzakelijk
brengt de bevruchting tot stand
samen met de voeding onlosmakelijk
voor de bloemen in ‘t lenteland



tussen

Tussen mauve-blauw en hyacinten,
in een teder tegenlicht,
natuurlijk zalig zicht.
Een jong boompje groeit een sprint.

De schaduw van de grote bomen
verzorgt het decor
van geelgroene junior
en zijn prille levensdromen.

Lichtend door de bladeren
zendt de zon zijn zegen.
Een plaatje om in te kaderen.

Tussendoor valt een zachte regen
als een van de raderen
op mijn voortdurende wandelwegen.



nogeenkleinbeetjezomer

klein fijn astertje
heerlijke bloem
herfstverkondiger
late roem

talloze bloemen
onschuldig rank
in bosjes tezamen
eerlijke klank

voorbode van winter
juist nog niet
lichtend in ‘t donker
sneeuw in ‘t verschiet

heerlijk in de tuin
nu alles reeds kwijnt
sta jij nog te pronken
als lenteschijn



wijngaard

lijnen scheef en lijnen schuin
gewaaid gegolfde noordzeeduin
druivenstokken ingeplant
steenrijk oker, wijngaardzand

druiven komen, druiven gaan
rillend ritme van de maan
druiven vochtig, platgestampt
voeten tenen moeverkrampt

zalig vocht in houten vaten
vreugdewekkende fanaten
lachend proosten, heffend groeten
dankbaar zingen,welkomstgroeten


als orgelpijpen

De lichtweerkaatsing in de geglooide ruiten van het Mas
zingen in de kleuren van de wolken.
Orgelpijpen steigeren naar boven als fonteinen,
botsen tegen omber.
Slangen omstrengelen het geheel.

Ik hoor Togata Fuga van Bach.
Tranen wellen op…



ontluikend

wat is het groen van de lente mooi
frisse levensnieuwe jonge tooi
ontluikend dartel levenslied
dat toekomst en vreugde biedt

herinnering aan vervlogen jeugd
immense en intense vreugd
vertrouwen en verlangen volop
een roekeloos streven naar de top

dit geeft het leven een nieuwe vaart
zonder dit is het geen stuiver waard
nieuw ontluikend levensjaar
frisse wind streelt door je haar

kan jonge liefde mooier zijn
is dit het opperste festijn
rillend verlangen naar nieuw leven
eenmaal slechts wordt het gegeven

frisse pas geboren cantate van Bach
mooi als een onbezorgde kinderlach
doordringend tot in mijn diepste ik
in mijn weemoed, mijn terugblik




Zwitserland

zonschitterend stralend achter besneeuwde bergtoppen
de wolken wiegen mist in het dal
de bijenbezochte bloemen knoppen
in deze hemelhoge helle hal

zuurstofwit water ruist door de keien
glipt in smalle beekjes glashelder naar beneê
zo zalig zuiver als jongeren vrijen
door natuurwet geleid gulzig gedwee

Arollasparren klimmen klauterend
de stijle bergwanden op
de grootse massieven werken louterend
omklemmen warrige wolken aan de top

slierten wit doorsnijden de rotsen
bezaaid met natuurgemalen grind
ik kijk naar de grens waar groen en grijs botsen
de hoge zon matigt de koele wind



bootje

de natuur verspreidt zijn stilte in zacht geruis
blauwgrijs daalt de lucht in de zeehorizon
weerkaatst op het goudbruine watersalon
in een mystiek geheimzinnige sferenkluis

twee driehoeken zeil gespannen in wit
doorbreken vertikaal de horizontale rust
glijden langzaam op zoek naar de goudkust
weg van hun heimat, oververhit

triestesse vervult mijn hart
de sfeer wordt overwegend grijs
een gedachtenstroom die mij verwart

brengt mij van de wijs
treft mij loeihard
in mijn egoïstisch paradijs



fluweelzacht

Zachte lijnen rood gekleurd, wit verdwijnend
neutraal grijs als achtergrond verschijnend
bruine stamper van de bloem
centrumuitdeinend visioen

grijs rood bruin
goede kleurenluim
wazig scherp gemengd
met een penseel aangelengd

zoete dromen langsgekomen
vreugdevolle anatomen
gelukzalig genieten
sprookjesmythen

babyhuidje
ijdeltuitje
gezond gevooisd regenbuitje



moeder en dochter

het kleedje is korter
de houding frivoler
bij de dochter

de schoenen zijn opvoeder
de schouders gedrongen
bij de moeder

coqueteren zelfs in de regen
zij de dochter
zorgen aaneengeregen
zij de moeder

ze stappen achter elkaar
beschermen hun haar
en leven hun leven
voor beide een ander gegeven.



het masker

schizofrenie kijkt mij aan
graffiti in zwart en wit
geen kapelletjesbaan
maar syfilisbezit

desintegratie van rechts naar links
omringd door demonengewemel
aftakeling komt altijd slinks
fanatenweg naar de hemel

gespannen lippen pijngrens
tussen realiteit en fantasie
makabere levenswens
of verlossende euthanasie

ik heb je goed gekend
samen het leven aangevangen
ik heb je angst miskend
respecteer nu je doodsverlangen



in het diepst van mijn gedachten

In het diepst van mijn gedachten
ben jij verborgen mijn lief.
Nooit had ik durven verwachten,
je bevestigde met een brief.

We waren jong toen,
onze dromen bereikten elkaar,
ik beefde bij de eerste zoen
die je mij gaf zomaar.

In smachtend samenkomen
onverwacht een verloren moment,
ogen kruisten elkaar content
verzwolgen met gretigheid,
zoals verliefden verstrengelen
in een roesverwekkende innigheid.

Wij zijn elkaar verloren op weg
naar ongekende bergen en dalen,
waarin idealisten verdwalen,
door mensenwreedheid ontredderd.
Ons geluk uit elkaar gerukt
door bekrompenheid belemmerd.

In het diepst van mijn gedachten,
mijn ganse verdere leven lang,
ben ik op jou blijven wachten,
jij die nooit meer kwam.



scary darkness

Sterren flonkeren in de pikdonkere nacht.
Zachte zeegolven zingen in rustig ritme.
De branding heeft kalm gewacht
op deze hemelse hymne.

Tussen de duizenden lichtjes
in het gitzwarte niets
weerkaatst de maan gedichtjes
die verdwijnen of zoiets.

Compleet in zen
staar ik in de sussende stilte
naar de zuchtende zee die ik nooit ken.
Er overvalt mij een droeve kilte.



Ga weg!

Zij weerkaatsen het licht van de lucht
die plastieken stoelen,
alsof ze in het water woelen
die goedkope “bucht”.

Grijsblauw en oranje kleurenweelde,
drie stoelen met pootjes in zee
wandelen met de deining mee
alsof jij een toneelstukje afbeeldde.

De spelers zijn verdwenen,
alleen het water ruist,
zijn het schizofrenen?

Wind die langs mijn oren suist
vermoedt moderne grafstenen.
Ik ben er ingeluisd.



Oradour-sur-glane

Negentienvijfenveertig 642 moorden,
zo weinig mensen die dit hoorden.

Woeste woede, oorlogsgeweld
ook heden ten dage,
soms alleen in kleine letters vermeld
nu helemaal in het verzwijgende vage.

Roestende resten van auto’s,
langzaam neemt de natuur terug.
Stilte na de sadistische salvo’s,
donkere wolken boven de heuvelrug.

Ruïne van wat ooit een thuis was.
Stuitende stille herinnering.
Pijnlijk cynisme, een grimas,
ik voel een hevige huivering.

Tranen om hen die verdwenen,
ik zag vandaag papavers bloeien.
Begin november en grafstenen,
levens die langzaam wegvloeien.

De bloemen hebben hen niet vergeten.



A-criticus

zij kijkt recht in de lens
critici zeggen dat dit niet mag
het portret zit te laag in het kader
critici beweren dit met gezag

het zwart-witte beeld is brutaal
de lelijke achtergrond helpt mee
het brengt wel een eerlijk verhaal
is verdomd niet gedwee

ergens spreekt de foto aan
meermaals opnieuw bekeken
aan regeltjes wordt misdaan
kritiek tussen “aanhalingstekens”

keuze tussen gelijmde kinderen
of lijmen en het been
laat je nu niet hinderen
zoek je stijl sereen



draadje

foto
of toch zoiets
blanco
met bijna niets

alleen een lijn
vertikaal
in blauw en zwart
kathedraal

achtergrond in kleur
gefascineerd
door de auteur
getamponeerd


ik voel een verhaal in kleuren
gevormd achter gesloten ogen
gecombineerd met intense geuren
mijn zintuigen worden meegezogen

hartstochtelijk verhaal
van groen naar intens rood
zuivere liefde, een zonnestraal
die koesterende warmte bood

de lijn wordt een rivier
met donkerblauw water
aan elke kant een passagier
de boot die komt later


glissando

op een glijbaan heb ik gezeten
als een glijdende waterdruppel
van boven naar beneden
met een heel licht gehuppel.

vederlicht voelde ik mij
waterparel transparant
wachtend op geglij
vogelgezant.

elipse verenstructuur
grijsblauw naar bruin
met schaduw in quadratuur
godenrit vergezeld van bazuin.

die druppel die ben jij
goddelijk glinsterend, donsig zijn
ik ben de schaduw je danspartij
je fijngelijnde bikinilijn.



spielerei

gotiek in blauw
rijst op naar de hemel

fonteinen van een orgelend licht
schieten schitterend in stralen omhoog
zwaaien open in een verzachtend gedicht
in de hoede van een eenkleurige regenboog

Goddelijke lijnen en kleuren balanceren
herhalen zich in spuitend spiegelbeeld
dansen wippen springen en provoceren
in een rijzige kathedraal gepenseeld

blauw wonderlijke kleur
hyacintengeur



Vluchtige kus

Rode lippen op baksteen,
graffiti.
Felle kleur heel groot,
alibi.

De enen maken kunst
de anderen maken zich zorgen.
Politie,
vandalisme ongemeen
of kunst voor morgen?
critici.

Zij is heel erg verliefd
op die mooie jongen.
Ze biedt haar lippen aan
spontaan en ongedwongen.
Haar lieve Sebastiaan,
ze heeft hem zo gebriefd
hij kent haar tag.

Jonge mensendromen
zonder zorgen.
Ze wil hem dicht bij haar
dat toont ze zonneklaar
nu en morgen.
Hij heeft haar meegenomen.



On ice

Naakt en gedoornd staat de winterse rozentak horizontaal
zwart in tegenlicht, geduldig wachtend niet verbaal.
Onheilspellende prikkeldaad in donker dreigend landschap,
symbool in grijs en zwart, verborgen gramschap.
Op de scherpe doornen is de sneeuw vervormd tot ijs

Schitterend als glas, structuur in glinsterend grijs,
vormt rechtopstaande, oplichtende fictieve figuren.
Door de natuur geboetseerde sprankelende sculpturen.
Ik kijk verwonderd, mijn fantasie slaat op hol
en word meegesleurd in een vat emotie overvol

van beelden uit Gaza en creatieve creaturen uit Palestina.
Oorlog en vrede vechten een lange wrede pagina
in de troosteloze agressie van het menselijk ras.
Ik droom een nieuw jaar wensend dat er vriendschap was
in plaats van het voortdurende eigen gelijk



stairrun

gekomen vanuit diepe dromen
in het prinselijk licht van de maan
zoekend naar een nieuw onderkomen
na alles wat je was aangedaan

het was een ontmoeting vol liefde en lust
een drang, een onoverkomelijke ervaring
met volle teugen en begeerte geblust
ongekende uitbarsting, openbaring

verdwenen nu, na uiteengespatte hoop
naar het ongekende Walhalladonker
de trappen op in snelle loop
weerkaatst in gloeiend zonnegeflonker

passie, verlangen, het komt en het gaat
als krimpende ebbe en overrompelende vloed
onhoudbare uitbarsting, na verplicht celibaat
teugelloze passie met vluchten beboet



geest

zoals in het theater achter de gordijnen
zie ik jou als schone schim verdwijnen
weg van het venster naar onbekend licht
alle ogen alleen op jou gericht.

geheimzinnig figuur langzaam verdwijnend
van de realiteit naar enkel doorschijnend
als een geest, een spook, een schim
beginnend aan zijn laatste klim.

ik zie in mijn droom een jonge vrouw
wandelend, naakt, een echte wow!
ongrijpbaar voor mijn hunkerend hart
zo eenzaam door kwelling getart.

altijd verliefd op de onbereikbare schim
mengsel van fantasie en hersengespin
gedreven door wellust en testosteron
eeuwige doem voor oude mannengegrom.

alleen muziek kan die pijn verzachten
mijn geest en lichaam minder doen smachten
naar de schoonheid van een jonge vrouw
die ik in mijn dromen telkens weer aanschouw.



nightwalkers

zij aan zij lopen ze met haastige pas
door het halfverlichte smalle sas
het licht weerkaatst op de gladde muren
alsof de spoken mee gaan gluren

het lijken twee schunnige schimmen
die donkere nauwe straten bedwingen
als Brugse toezichthoudende Rijkepijnders
op goederen vervoerd vanuit verre einders

het witte licht gedragen door mist
diezigheid in dialect voor de purist
versterkt dit bijzondere tafereel
als een middeleeuws nachtelijk ritueel



druppelend versmelten

ondanks de aangebroken winter
streelt een warme motregen mijn gezicht
schrijft een melancholisch gedicht
in deze zomerse flinter

moeite heeft het volgend seizoen
wordt tegengehouden door levenskracht
jaren die druppelend versmelten als een smaragd
in de gloeiende lava van de volgende eruptie

handen worden broos
symboliseren de jaren
versmelten argeloos

in hoekige gebaren
vertragen geruisloos
tot ogen alleen nog staren



oranje veld

voorovergebogen silhouet
handen stevig in de zakken
murmelend morgengebed
komt naar adem snakken

wandelende wandelaar
door de Vlaamse velden
lijkt een kandelaar
voor gesneuvelde helden

nu en dan houdt zij halt
en heft haar hoofd op

haar inblauwe ogen volgen de lijnen van de horizon
de groene herfstweide glooit door het landschap
languit gestrekte bruidsjapon

de diezigheid trekt een horizontale lijn
tussen de lucht en ’t vlakke land
donkere zwarte proppen van de solitairen
tekenen zich op de oranje intense lucht
de zon penseelt haar morgenschilderij

het begraasde grijsgroene gras
hobbelig door onkruidbergjes
vochtige condensatieaanwas
in de mist sluipen dwergjes

waterdruppeltjes glinsteren op wimpers
of zijn het tranen?



bottle

zoals een fles met nauwe hals
een inhoud kan bevatten
wens ik u allen een waaghals
die mooie dromen kan jatten

voor jezelf en je geliefden

koester die dromen bewaar ze met zorg
zoals de fles een godendrank bewaart
ze zijn immers je enige borg
voor een gans jaar spoedige vaart

voor jezelf en je geliefden

een beetje schuin misschien
niets is compleet volmaakt
maar juist door dit te zien
wordt het leven meer gesmaakt

door jezelf en je geliefden



absolute stilte

Sneeuw heeft de velden bevolkt
met grijswitte wollen watten.
Grassprietjes priemen er doorheen,
doetjes hoedjes op tengere takken.

Struiken en bomen staan naakt,
stoorzenders in de stijve stilte,
wiegen hun winderige winterslaap,
verbeelden de koele kilte.

De luisterende lucht neuriet mee
met de geruisloze symfonie
van grijs en ijskoud blauw
in eenzaam zachte melodie.

Sidderende rilling langs mijn rug.
Handen diep in warme zakken.
Stappende laarzen nu heel vlug
zoeken naar warmte en kersttakken.



nicole

weemoedige muziek voelt de troosteloosheid
wazig zwevende klanken voelen mee
afgebladderde bakstenen sferen vrijheidsstrijd
herinnering aan roots van overzee

op het zachte ritme in een donkere-tinten gezicht
glinsteren felrood omkaderde lippen
meeneuriënd met het muzikale gedicht
over het slavenschip op de klippen

wandel door de straten, snuif de geur
ervaar de sfeer en voel als zijn bewoners
soul is meestal een portret in kleur
je leert het beter kennen, het wordt schooner



Open deur geen toegang

Open deur geen toegang. Het venster gesloten,
de muren in blauw.
Daarbinnen alleen maar soortgenoten
en de directeursvrouw.
Hebben geld, voelen zich verheven,
traditiegetrouw.

Venster zonder tralies, onbereikbare open deur,
witte lijn ertussen
en vooral gebrek aan grandeur.
Emoties blussen
na de vernietigende belastingscontroleur.
Vergeten kussen.

Waarom willen mensen altijd meer,
waarom blieven?
Waarvan al dat onzinnig geconsumeerd,
het grieven?
Het is tijd voor de echte ommekeer,
voor liefde.

Plots zijn voorspoed en geld verdwenen,
geen vrienden,
de dood aan het venster schimmig verschenen,
oudgedienden.
Eenzaamheid en pijn zullen het lot bewenen,
zij grienden,

in het aanschijn.



B/W.

In lippenvorm dansen handen,
zwart boven wit,
glanzend.

De roos bloeit,
de blaadjes openen de kelk,
sierlijk teder.

Wuivende glanzende handen
in het licht van de maan.

Wuivende blaadjes
van geurende bloemen
wiegen op de wind.

Symbiose…



uptoheaven

stap naar boven ronde bogen
in ’t verschiet van mededogen
volg de treden van de trappen
om naar 't Walhala op te stappen

ronde vormen bouwen op
van beneden naar de top
stijgend naar omhoog
hoger dan de regenboog

kunstig weven cirkelvormen
netwerk van ethiek en normen
bouwstijl puur en ook klassiek
met een vleugje romantiek

wat voor zin heeft het te bouwen
voor een architect om hier te sjouwen
als de kijker het niet ziet
wordt het zichtbaar zijn verdriet


alix

ogen ontmoeten
ogen begroeten
assertieve jeugd

kijkt recht in je ogen
bewust zelfverzekerd vermogen
van wat pure schoonheid vermag
overtuigd van zichzelf, jong gezag

fier poserend voor de fotograaf
volwassen wordende meid, puntgaaf
borstjes naar voor, wilskrachtige mond
sensueel onschuldig, fatsoen gegrond

heel naturel
would-be fotomodel
geniet van het leven
veel gegeven


genieten van het uitzicht

oud op sloffen met een veel te wijde broek
dromerig staren in de natuurblauwe verte
leunend op het witte stenen muurtje op de hoek
mijmeren van vervlogen dagen en verdwenen sterkte

ooit voer hijzelf op die blauwe zee
zijn boot sturend naar rijke visgronden
begeleidden de witte wolken hem mee
was hij vrij en ongebonden

een gevuld leven vol goede en kwade momenten
dat is waar hij nu aan denkt
de vele rijkgevulde evenementen
en de tijd die het leven hem nog schenkt

elke seconde soepeert zijn leven
zijn muizenissen vergeten het genot
geen plaats om mooie dingen aan te kleven
hij denkt teveel aan zijn ongekende lot

hij staat middenin schoonheid
grootheid van een wonderlijke natuur
hij ziet het niet of is het doofheid
aan die witgeschilderde muur



chrisanthemum herinnering aan mijn moeder

Ik ben blij in mijn verdriet
je laatste wens is nu vervuld
mama, je bent er niet
maar je gedachtenis heb ik omhuld

ik heb het wel eens meer gevoeld
het witte van het niet meer zijn
als twijfel door mijn zinnen woelt
het grijze zich vertoont als pijn

maar wit is ook de som van kleuren
verdoken onder huwelijkskleed
met onverwacht heel sterke geuren
vernietiger van verzonken leed

dan gaat de zon het licht aanbidden
de kleurenkast opent zich wijd
explodeert vanuit het midden
met geel en rood en blauw bevrijd

je glijdt door jouw laatste sneeuw
zuiver wit in grijze tinten
je bijna levenseeuw
een veld van witte hyacinthen

begin en einde van een leven
een lange weg afgelegd
kracht heb je ons gegeven
mijn lieve moedertje heel oprecht

deze nieuwe stilte is niet stil
is niet onwezenlijk, is niet pril
het zachte ruisen van het riet,
begeleidt jou mijmerend afscheidslied.



twee

dubbel rood bij elkaar
schitteren in de lentezon
mij lijkt het zonneklaar
dit is voor de oorlog begon

granen groenen op het veld
onder wolken die opdoemen
daartussen het rode geweld
van Vlaamse slaapkopbloemen

groen en blauw en geel en rood
intensieve kleurenpracht
veel meer dan Monet mij bood
hiér zijn als de dood mij wacht

melancholie beklemt mijn hart
mijn ogen prikkelen zich nat
liefde heeft mijn ziel getart
ik hoop een klaverblad



Nice

bleekwit is haar blanke huid
dodenkleed op beton in Nice
wapperend in de avondbries
huilende stilte als enig geluid

een huivering treft mij diep
haar pop ligt verloren naast haar
het hoofdje stil, een liefdespaar
alsof een monster de wereld schiep

hoe moet ik mij nu voelen
in een wereld van moord
en lijken die aanspoelen

op het strand met de kleinkinderen
worden ook zij slachtoffer
het blijft door mijn hoofd zinderen



waterdruppel

waterdruppel, lens
vergrootglas van mijn fantasie.
wegdromen, wens
geluk als ik je zie.

zachte kleuren
mooi verdeeld
pastel van geuren
knap gespeeld



Waf!

kracht,
agressie
gebalde spieren
dansend zand
poten die klauwieren

ogen
oren
gesperde mond
opperste concentratie
einddoel gegrond

instinct
afkomst
geleide verhalen
mensen die kweken
honden die falen

angst
verlangen
gebalde emoties
baasje behagen
volledige dosis



B/W.

In lippenvorm dansen handen,
zwart boven wit,
glanzend.

De roos bloeit,
de blaadjes openen de kelk,
sierlijk teder.

Wuivende glanzende handen
in het licht van de maan.

Wuivende blaadjes
van geurende bloemen
wiegen op de wind.

Symbiose…



het begijntje

witgeschilderde texturen van oude gevels
weerkaatsen vochtige kasseien
weerspiegeling van kwakkelende kwezels
tussen twee zwarte rijen

begijntjes en kwezelkens dansen niet

stappend silhouettenzwart en grijs
onder polygone paraplu
wandelend stappen op Brugse wijs
jong vrouwelijk individu

begijntjes en kwezelkens dansen wel!



museumbezoek

fotografe onder surrealisme
hemel-boven-aarde Sybille
of eerder vrouwelijk voyeurisme
museale pastelzachte idylle

degradale kleurenkosmiek
sterk belijnde vlakken
traploze overgangsmimiek
opgeborgen vakken

vertikaal perspectief
nieuwsgierige verte
blauwrode kleurenpolitiek
dodende scherpte

grenzeloze dichterslyriek



absolute stilte

Sneeuw heeft de velden bevolkt
met grijswitte wollen watten.
Grassprietjes priemen er doorheen,
doetjes hoedjes op tengere takken.

Struiken en bomen staan naakt,
stoorzenders in de stijve stilte,
wiegen hun winderige winterslaap,
verbeelden de koele kilte.

De luisterende lucht neuriet mee
met de geruisloze symfonie
van grijs en ijskoud blauw
in eenzaam zachte melodie.

Sidderende rilling langs mijn rug.
Handen diep in warme zakken.
Stappende laarzen nu heel vlug
zoeken naar warmte en kersttakken.




genieten van het uitzicht

oud op sloffen met een veel te wijde broek
dromerig staren in de natuurblauwe verte
leunend op het witte stenen muurtje op de hoek
mijmeren van vervlogen dagen en verdwenen sterkte

ooit voer hijzelf op die blauwe zee
zijn boot sturend naar rijke visgronden
begeleidden de witte wolken hem mee
was hij vrij en ongebonden

een gevuld leven vol goede en kwade momenten
dat is waar hij nu aan denkt
de vele rijkgevulde evenementen
en de tijd die het leven hem nog schenkt

elke seconde soepeert zijn leven
zijn muizenissen vergeten het genot
geen plaats om mooie dingen aan te kleven
hij denkt teveel aan zijn ongekende lot

hij staat middenin schoonheid
grootheid van een wonderlijke natuur
hij ziet het niet of is het doofheid
aan die witgeschilderde muur



lunettes rouges

hippie kunst van vierenzestig
tunnelvisie op zijn best
perpetuum mobilé en bevestig
trompe l’oeil getest

achtergrond in zwart en wit
in elkaar draaiende raderen
gecentraliseerde dollemansrit
moeilijk in te kaderen

bekeken door een rode damesbril
geplaatst als verrekijker voor het landschap
voor- en achtergrond met kleurverschil
twee alleen maken één voor de fotomap



grolsch

wulpse boerendochter in brons
je leunt je borsten rond
staande op de melkemmer
met je uitdagende kont

in dromen van de bierdrinker
speel je een unieke rol
daar ben je de instinker
van hun pensen vol

en toch hoe mooi
hoe glansrijk geboetseerd
een speeltje in het verse hooi
door testosteron geregisseerd



Open deur geen toegang

Open deur geen toegang. Het venster gesloten,
de muren in blauw.
Daarbinnen alleen maar soortgenoten
en de directeursvrouw.
Hebben geld, voelen zich verheven,
traditiegetrouw.

Venster zonder tralies, onbereikbare open deur,
witte lijn ertussen
en vooral gebrek aan grandeur.
Emoties blussen
na de vernietigende belastingscontroleur.
Vergeten kussen.

Waarom willen mensen altijd meer,
waarom believen?
Waarvan al dat onzinnig geconsumeerd,
het grieven?
Het is tijd voor de echte ommekeer,
voor liefde.

Plots zijn voorspoed en geld verdwenen,
geen vrienden,
de dood aan het venster schimmig verschenen,
oudgedienden.
Eenzaamheid en pijn zullen het lot bewenen,
zij grienden,

in het aanschijn.



beachwalk

zoute golven kabbelen over de zachte zee
en nodigen de warrige wolken verleidelijk met zich mee
wandelen door het mulle zilte zand
stil gedwee naast elkaar hand in hand.

de lage zinderende zon spreidt haar glinsterende gloed
over de deemsterende duinen tegenaan de voortglijdende vloed.
langzaam lopen in luisterend licht
gefascineerd door dit kleurrijke vergezicht.

de weldoende lichte bries schuifelt langs hun ruggen
en glijdt verder over de steigerende zandbruggen

begrijpen zonder wezenlijke woorden
gelukkig voelend, verliefd alsof ze altijd samenhoorden



nottebohm

dreigende wolken als rook van een brand
maken de hemel dreigend
vervallen kasteel op het platteland
bewoond nog, maar wel stilzwijgend

het groen van de bomen en de struiken
verbergt een wereld van angst en bedrog
het lijken versteende vermomde getuigen
van ’t bloedig verleden der bewoners alsnog

zo klinkt het verhaal in mijn fantasie
zo hoor ik het gegrom van geesten en spoken
wanneer ik dit landschap, dit park bezie
met daarboven amechtige onheilskolken

het dondert het bliksemt het giet water neer
op het oude huis door mensen gebouwd
het geselt en teistert het oude verweer
eenzaam en alleen verstoken en oud



blauw

Alles is blauw
het licht monochroomt
vijftig tinten
heb ik vannacht gedroomd

te fris in pyama
zittend in de vroege morgen
blauwe maandag
wakker van kleine zorgen

mijn kind is ziek
ben bang
mijn kleine reliek

gedachten te lang
geen paniek
bio-drang



CC in de regen

licht en donker
vreugde en verdriet
in zijn ogen geflonker
hij weet wat hij ziet

regen op zijn overjas
witte haren lichten op
beschaduwende oogkas
onzekere harteklop

geboetseerd gezicht
door de jaren gevormd
door geluk belicht
door emotie bestormd



smachtennaar

hoera ’t is zomer , leve de zon
ik geniet van het licht mijn levensbron
de groene natuur met al zijn tinten
verblijdt met de kleur van hyacinten.

de boomgaard draagt zijn vele vruchten
die smaken als zeemzoete zachte zuchten
verborgen onder het beschermende blad
dat zon en licht en water omvat.

een mens heeft dat alles oh zo nodig
zonder wordt ie compleet balorig
alleen op de aarde tussen al die mensen
die je niet altijd het beste wensen.

de warmte van de zon op mijn lichte lichaam
gelukzaligheid zo aanlokkelijk aangenaam
met de lichte bries van een zuivere zomerdag
verdrijf ik de muizenissen van mijn winterbeklag.

als een jong veulen in de waaierige wei
geniet ik van een fysieke stevige stoeipartij
met mijn jonge frisse leuke lief
mijn enige echte hechte hartedief.



tramman

perron en man
tram en vijftiger
van de balkan
geduldiger

zijn spiegelbeeld alterneert
in de voorbijflitsende ramen

hij wacht gediciplineerd
gewoon te gehoorzamen

wat tolt er door zijn hoofd
waarschijnlijk duizend vragen
hij heeft zijn advocaat geloofd
nu moet hij verbittering schragen

hij kwam naar hier vol goeie moed
de tijd zag zijn kansen verkleinen
hij weet nu dat hij terug moet
justitiële richtlijnen

gesol met mensen in naam van de wet
onverschilligheid voor de armste
met welk recht worden zij weggezet
met de macht van de sterkste



onweer

onder dreigende donderkoppen
en het weggeduwde rood van de zon
droogt zanderig de heide en zijn mager groen
smekend naar water
naakte hoogopgeschoten sparren
in groepjes samenheulend
verzamelen akelig hun beperkte naalden in hun toppen

electrische lading bouwt zich op voor een knetterend vuurwerkspel
grote schaarse waterdruppels tikken een voorbodig waterspektakel
straks
blazen de regendruppels bellen in het zand
verkoelt de lucht
en versterkt de geur van de heide

de vogels hebben zich verstopt
zijn uit het zicht verdwenen
de beperkte fauna van het vlakkeland
verschuilt zich in de struiken

ik voel me alleen en klein
bang voor de komende explosie van kracht
voor het mysterieuze het onbekende dat op mij wacht



duinzicht

de zee en zijn duinen
roots met haat en liefdegevoel
turend vanop de biezenkruinen
zoek ik een vissersboot als doel

iedere keer opnieuw
bij het zicht van de duinen
ademend als door vissenkieuw
denk ik aan paleis-tuinen

uit duizend en één nacht
met Arabische harems
en konijnen als erewacht
voor mijn koninklijk universum

maar na de duinen komt de zee
voor mij te groot en dreigend
hier heb ik het duidelijk moeilijk mee
ik sta ademloos, stilzwijgend.

het witte warme zand
murrelt onder mijn voeten
ik mijmer en wandel over de heuvelrand
ik kom mijn jeugd begroeten



dolpo

mooi ben je wel met je ogen vol ernst
je volwassen blik vermoedt de herfst
waar is je speelsheid, je jeugd gebleven
een zware taak is jou blijkbaar gegeven.

je gezicht straalt met genetische trots
ondanks alles blijf je een rustige rots
je blik verbergt vele woelige wonden
geslagen door volwassenenzonden.

Je kent mij niet maar je blik zoekt contact
als een hulpgeroep voor mij onverwacht
wat wil je mij zeggen onder dat doek
ben je getroffen door een sociale vloek?

of ben ik verkeerd en is het arrogantie
van echte bewuste vrouwendominantie
eigen aan jou roots en korte verleden
als kind van de machtigste der stamleden.

blikken van ogen zeggen zoveel
met soms een ondoorgrondelijk ritueel
jou blik maakt mij onzeker en bang
ongrijpbaar als een gefluisterde syrenenzang



oscar

Oscar ligt in de armen van mama Sarah,
teer als een vogeltje
snel als een kogeltje,
geboren met zorgende hulp van zijn Papa.

Oma’s en opa’s kijken lachend toe
samen met Stine zijn zus
zij geeft baby-broertje een kus
s’avonds zijn papa en mama moe.

Een nieuw leven
een meesterstuk
aan ons gegeven.

Kleine ukkepuk,
lang weggebleven,
groot geluk.



genocide

luchtzwangere warmte
boomgenocide
wachters van de dood
uiterst morbide.

akelig tegenlicht
vermoede horizon
is het daarachter
waar de woede begon?

hakkende machete
menselijk gespuis
indringende kreten
oorlogsgedruis.

geen beest zo wreed
zo vals geen slang
als losgeslagen mensen
in open gevang.

Hopen op lente
een nieuwe tijd
verlost van ellende
een eeuwigheid.



strandjutter

het glinsterende zwart van de zee
in de doodlopende branding
spoelt me in gedachten mee
verwarrende aanranding

onder water bedolven
in schemerend licht
verdwijnend in de golven
van dit grootse vergezicht

wat drijft me naar de zee
wat doet me watertanden
is het mijn geheime wee
of de weidse stranden

grootse valse stilte
watergeruis als meerminnenlied
rugrillende angstige kilte
vereeuwigd afscheidslied

surfplank onder de arm
gebronsde brede schouders
ik vermoedde geen alarm
toch werd je levensonthouder

ze heeft mijn broer genomen
onvermoede valse slang
geen teken dat hij was aangekomen
maandenlange zwanenzang   



roodborst

zo staat de roodborst
op zoek naar eten
op een boomkorst
uren gesleten

eigenzinnig en trots
in territorium baas
sterk als een rots
concurrentengeblaas!

spurtend liegen
van hier naar daar
zijn het nu vliegen
of mieren tegaar

staart in de lucht
tikkend gebaar
rupsengezucht
de heerser is daar!



seaside suicide

je staart in de verte met je droevige ogen
je sensuele mond lichtopen weent mee
op het ritme van de golven
de wind spint je haren tot tralies in bogen
je donkeromrande pupillen weerkaatsen de zee
onder emoties bedolven

mooie ontluikende vrouw
melancholie is je lot
wilde zeggen dat ik je helpen wou
te laat reeds kapot



modern meets history

vertikalen in Gothiek
stuwen mijn blik naar boven
vroeger klonk er barokmuziek
kwamen nonnen hier om God te loven

ufo-achtige schotels zweven in het koor
groen belicht als het sobere loodglas
installatie als een kruisverhoor
voor de katholieke klas


religie verdwijnt waar rijkdom verschijnt
de kerken hebben hun functie verloren


de stilte in de grote ruimte geurt oude godsvrucht
de zwevende schijven herstellen de mystiek
de tijd staat stil vrij van hebzucht
herneemt zijn ware lyriek



Just hold me when i cry

Een rode bloem weent
in innige omarming.
Verdriet bijt in volharding,
kan niet uitgeleend!

Fysieke verstrengeling,
heel gemeend,
van hem vervreemd,
pijnlijke mengeling.

Uitgeputte armoede.
Verloren geest in verzwakkend lichaam.
Onuitgesproken woede.

Botsende liefde heeft je dit aangedaan.
Verraden door hem die je voedde,
Je hield zoveel van Bastiaan!



de bergen

helder gras groeit gulzig
weidse alpenweiden kleuren groen
ik klauter de steile stevige bergen in
bereik de top juist op de noen

de flora is heftig
het edelweissje is een festijn
alpendistels groeten deftig
de bloemetjes lijken me klein

massa’s kleine vlinders
verscholen tussen stenen en keien
fladderen rond mij padvinder
begroeten mijn dromerijen


de grootsheid van de bergen
geschilderd in groen en bruin
herinneren mijn nietigheid
terwijl ik naar boven struin

vertikale witte strepen
leiden naar de donzige top
door wind en zon vlakgeslepen
glinstert de grote bergenkop

longen snakken naar zuurstof
mijn hart pomp met geweld
ijdel hoofd in die hoogtehof
ik heb al mijn stappen geteld



storm tree

Door mijn hoofd raast storm.
Getormenteerde zwarte takken
zwiepen plooiend zonder knakken,
vergeten elke omgangsvorm.

Vliegend glijd ik door de wolken,
verlies de controle over mijn lijf,
weet met dit fenomeen geen blijf,
moet de sferen mee bevolken.

Ik gier verschrikt wakker
zwetend kleddernat
Bevend ben ik nu nog zwakker,

vallend uit dit zwarte gat.
Douche nu en naar de bakker
voor ik mij bezat!



rainyvalley

lekker fris
zo’n nat straatje
die sfeer dat gemis
waarover praat je?

het is koud en kil
en wees gerust ,ik wil
heel snel naar huis
genieten van de buis.

op foto zo mooi
maar wat een geklooi
als je daar loopt
op een ontmoeting hoopt.

met je verloren liefde
die je hart doorkliefde
in het weerkaatsend licht
opflakkerend in haar gezicht.

waar moet ik heen
hier loop ik alleen
door dit natte steegje
waar bleef je?



haddenzeruzie

Jij loopt achter hem aan, hij wil alleen zijn
en jij respecteert dat, ook al doet dat pijn.
hij wandelt urenlang door het Vlaamse landschap
hij alleen weet waarom, jij gaat mee uit kameraadschap.

Is het om het prangende gevoel binnenin, binnen de perken te houden?
of is het de angst voor de dreigende bomen in de wouden?
jij loopt al decennia met hem mee over land en over zee
jij volgt zijn tegenslagen en triomfen, jij bent zijn basisidee!

Hij toont het niet maar heeft je nodig
jullie vormen een twee-eenheid, de rest is overbodig
jij was een mooie jonge frisse spring-in-’t veld
hij een knappe jongeling vol geweld.

Alleen echte liefde houdt dit vol
elk zijn deel, elk zijn rol.
de toeschouwer heeft geen idee
jullie wandelen tot einde heimwee.



droomkleuren

heb je dat ook

als je in je bed ligt en de ogen sluit
maar nog een heel klein beetje licht door het venster sluipt
je achter gesloten oogleden een explosie van kleuren ziet
die veranderen en zinderen, soms stilstaan als verdriet..

die kleuren bewegen en veranderen mee
met het ritme van je bewegende ogen
nu rood dan weer blauw als de kleur van de zee
alle facetten van regenbogen.

zo lijkt het mij ook
kijkend naar dit kunstwerkje
als een uitnodigend betoog`
voor een eigen bloemperkje

dan kan ik genieten van wat hier ligt
in dit zoete zachte zonlicht
zee en strand en zomergeuren.
tussen die natuurgroene kleuren.

wat een geluk dat we kunnen dromen
en fantaseren mét de bomen
als compensatie voor de koele maatschappij
aan de grens van wij en zij.



Nhazi ikike

Sierlijk organische lijnen,
smurrie-olie op watervlak.
Golven mengen die stinkbak?
pollutie zal verschijnen.

Watervogels verdwijnen,
verdrinken in zwarte dromen,
tussen verstikkende palmbomen
en toekomstige woestijnen.

Menselijke hebzucht
onmogelijk in te dijken
Wees ervoor beducht!

Zij weten van geen wijken,
het lijkt een dwaze klucht!
Ze gaan over lijken.


verliefd

helemaal in de hoek
onzichtbaar klein
zit je op een rode doek
bovenop een baldakijn

ik fantaseer me een weg
ik wandel door roder dan rood
zonder verstandelijk overleg
maar met de hulp die emotie mij bood

mijn liefde droomt zich een feest
door ongekende gedachten
existentiële flarden verwarren mijn geest
dreigen mij te versmachten

verliefdheid smaakt als bruine suiker
zoeter en zachter bewaard geheim
een onvoorstelbaar frisse bloemenruiker
mijn eigenste eigen surpriserijm



Iris

vierkant op de fiets
gebogen sterk vooruit
plots vanuit het niets
met expressieve snuit

snelt ze mij voorbij

blauwe iris koningskind
minutieus uitgetekend
geelblauw in de wind
vrij en ongeketend

vliegt als honingbij

heeft mijn maag verkrampt
met tinteling in mijn buik
nooit heb ik zo verlangd
naar maagdenwitte huid

wellustige zij

tijd verloopt met rasse schreden
onrembaar recht vooruit
ik heb het veel te laat geweten
verdwenen is mijn mooie bruid



stripes

ze staat in het licht armen in de zij
ze is naakt in wit en zwart
zoals haar hoed haar hertengewei
poseert ze met haar hart

kroon op haar hoofd zo lijkt het wel
de rand op en neer gebogen
een parasol voor dit fotospel
beschermend voor borsten en ogen

het profiel van haar mooie lichaam
getekend op witte grond
maakt mij stil en zwijgzaam
maakt mij een vagebond

dat te kunnen aanschouwen
het mooiste op aard
de allerschoonste vrouwen
hebben mijn ziel opgeklaard



speels windje

gelukkig glimlachende ogen
omhuld door krullende haren
in de kleur van regenbogen
nog een beetje onervaren

je rode mond wipt je kaken
tot een verleidend geheel
liefde zal je ontwaken
vreugde wordt je deel

lichtgebruinde armen verraden lentezon
de voorbije winter blanke benen
geen nood aan een beautysalon
cassanova zal je lenen

de plagende wind showt je bikini
gedeeltelijk je ontplooide lichaam
klaar voor Santorini
wat een heerlijke naam

vrouw geworden
aantrekkelijk en verleidelijk
zoals op reclameborden
mooi maar tijdelijk



verdriet in vreugde

midden op het plein
tussen mensen op terrasjes
en kijkers met zomerjasjes

omarmen ze elkaar
twee jonge vrouwen

de één kijkt ernstig medelevend
de andere bedroefd bevend
uit haar houding straalt verdriet
ik ken de oorzaak niet

twee-eenheid eenzaam
zij beiden zwijgzaam
de massa holt verder

midden op het plein
zielen met krasjes …



zo kwetsbaar

zo kwetsbaar
bezorgd nieuwsgierig
moment onwisbaar
je bent leergierig

toekomstdroom
je geeft je bloot
jonge schroom
tot morgenrood

verwachtend leven
breekbaar als glas
je wil alles geven
in je liefde-pas

bloem die openbloeit
in al je schoonheid
nog niet verschroeid
sensuele hoogheid

ik kijk woordenloos
wens je liefde!



eigen interpretatie

tussen het bruin van de vorige herfst
priemt de zon door het lentegroen van de bomen
blauwe hyacintenwolken schitteren het sterkst
waar het gepenseelde licht is omgebogen

vertikale beuken verzinnen een toverspreuk
in dit sprookjesbos met hier en daar een eik
het tintelend gebladerte versterkt de mannelijke geur
van vochtige humus en bosgrond heel voedselrijk

heerlijk is het stille stappen en zintuiglijk genieten
rustig op relaxkadans in dit goddelijk paleis
die momenten maken het leven als epifyten
waarbij alle zorgen verworden tot ereprijs



koren in ‘t veld

ik droom mij een weg door geel en rood
naar stralende strelende stranden
waar de zuiderse zon als bondgenoot
mij zwoellui zalig laat verzanden

zinderende warmte verwent mijn rugliggend lijf
laagstemmig neuriënd op vakantieritme, traag
voor het eerst een zorgeloos zoet tijdverdrijf
de zwerkende zwartblauwe zee zingt mee, braaf

sterk zonlicht verblindt mijn gesloten ogen
bliksemt vorm en kleuren van papaver
tussen felgeel oplichtende hemelbogen
psychedelische trip, heksenklaver

eclatante kleuren als gloeiend glas
uit smeulende smedende oven
zomerse weelde tussen oogstgewas
juwelen tussen graanaren geschoven

de zoete slaap neemt bezit van mijn lichaam
de vurige vormen worden waanbeeldig wazig
veranderen in jonge meerminnende vrouwen
alles wordt stil, glijdend glazig



les tours nuages

Grote ogen in een dolzwart masker
kijken grimmig op mij neer.
Hun woede glimt in alle openingen
hoofden vlammen heen en weer.

Haloween in vaag grijsgroen.
Romeinse harnassen in cadans.
Ronde gaten, een negerzoen,
alles verwordt tot een dolle dans.

Glanzend geroep, glanzend geschreeuw,
de donkere massa slorpt mij op,
bedek mijn oren met angst in mijn keel.
Spottende lach uit die drieste doodskop.

Fictief is mijn droom,
verraderlijk mijn fantasie,
het wordt tijd dat ik intoom,
en zie wat ik zie.



studie van een schip

gewonde stalen wand in gespikkeld grijs
een grillige roeststreep bijt zich in het metaal
oxidatiebruine olifantenkop brengt mij van de wijs
precies gracieus getekend met een laserstraal

hier geen schilderijen die verschijnen en verdwijnen
in een lucht met bewegende wolken
maar nevenschade van fabrieksterreinen
waar mensen machines bevolken

is andermans fantasie ook de mijne
is mijn realiteit door mezelf bedacht
kom ik daarmee ooit in het reine
onbeantwoorde existentiële klacht



de gevoelige snaar

cellosnaren zoemen glinsterend Bach
vier klankgoden beroeren mijn ziel
lachende tranen brengen verslag
van diepe emoties heel subtiel

trillingen in de gepolitoerde kast
zweven door de stilte
bereiken mijn oren blijverrast
verdrijven de levenskilte

muziek graaft diep in mijn ziel
brengt het beste naar boven
zo wil ik sterven zo fragiel
het is sterker dan mijn geloven



living in the box

magisch realistisch lijkt het wel
symmetrisch drie-dimensioneel lijnenspel
modisch beeld van ton sur ton
door kunstenaars gecreëerde bonbon

droog-dromerig beklijvend beeld
architectuur en vorm magisch bespeeld
geschilder weg van de realiteit
halucinant, Magritte gelijk

plots onverwacht ligt in een hoek
vermetel op dit sprookjesdoek
een hoop stenen, hard realisme
gedaan met dromen, absurdisme



spoor

dwars door snelheid horizontaal
minimalistisch verhalen
rails in glanzend staal
koude materialen

de verte is zwart wazig
vermoedt groene natuur
het spoor is strak en bazig
op zoek naar avontuur

het leidt naar links en rechts
maar sluit de weg naar boven
beperkte beweging slechts
ik word er tussengeschoven

als een stofje in een lade
opgesloten door hogere macht
het voelt als het kwade
als een duivel die lacht



De maan

ik ben van de maan gevallen
recht in jou bed
jij tekende getallen
zonder kleedje met pet

jouw tepels schreven
zonder pen of papier
heel bedreven
een intens plezier

de zon gaat nu schijnen
een flonkering van licht
schitterende florijnen
verlichten jouw gezicht



lijnenvlucht

tegenovergestelden zien
zoals mensen kijken
niet mooi vinden bovendien
zijn aloude praktijken

soms is techniek belangrijk
maar niet om de techniek
het is veel meer omvangrijk
het is meer artistiek

de schepper heeft één doel
datgene juist te maken
wat naar zijn eigen gevoel
behoort tot zijn basistaken

hoe en waarmee hij het doet
is ondergeschikte rangorde
aan zijn eigen diepe gewroet
zijn emotionele wanorde



De verdwaasde ontmoeting

Als de loop van witte verf
over gewillig papier
of weerkaatsend lichtplezier
op jou lendenen waar ik door zwerf.

Zo word ik meegesleurd
door het donker van mijn ziel
tot aan het eindeloze nihil,
door aanhoudende twijfel verscheurd.

Het zware zwarte gat
van mijn nietig bestaan.
De God die ik vroeger aanbad

is in rook opgegaan
op mijn levenspad.
Ik leef in schoonheidswaan.



migration of the birds

als aarde openbarstend onder bomgeweld
waaieren zwermen vogels
in grillige vormen door goden geveld
als miljoenen kogels

ze dansen grillige vormen
hoog in de lucht en dan weer benee
lijken zwarte zandstormen
dan weer een ziedende zee

het geluid van hun vleugels
zingt als de opkomende wind
geleid door onzichtbare teugels
volgen ze samen gezwind

avondballet wondermooi
in zwart en wit
vredespleidooi
erfgoedbezit



de glasblazer

de glasblazer druppelt zijn zweet
neus-top als afvoergoot
ultiem artistieke kreet
rond gevormd oranjerood

viscoos geblazen vorm
handgevormde luchtballon
holle bolle wangenstorm
kleurig glazen parfumflacon

glanzend glas weerkaatsend licht
blaaspijp vingerdraaiend aan de mond
erdoorheen poëtisch vergezicht
zuiver zand en assegrond



klaprozen

klaprozen tussen wassend koren
het knispert in de hete zon
zomer die laat begon
en bijna was verloren

zweetdruppels voor het eerst
verschenen op je bovenlip
nochtans alleen in slip
je houding onbeheerst

je huid was heet
je kaken rood
in de boerekeet

ik kwam in ademnood
was te discreet
voor wat je mij aanbood



leeg bekertje

Ooit dure jas met pin heeft hij aan,
een das ook op zijn geruite hemd.
Slordige haarbos in een verweerd gezicht.
Zijn knokige wijsvinger houdt een kartonnen bekertje vast.
Het beeld verraadt teleurgang!
Ik peil zijn grijs verhaal.
Verdriet?



thepowerinme

geboren in ’t ochtendgloren,
sprankels van een nieuwe lente.
uitverkoren bloementoren,
mooie onbekende.
driehoek herhalen, vorm in geur
blijf het verhalen in huid en kleur.
mooi profiel porcelein gelijk,
hals gebogen naar armen geleid.
weelderige haren blond op canvas,
spieren gespannen alsof je atlete was.
golvende borsten perfect gelijnd,
waar lippen naar dorsten, heel verfijnd
sierlijke lenden, buik in één lijn.
signalen verzenden waar we ook zijn
je heupen je billen in driehoek geplaatst
met benen en bodem niet voor het laatst

klinkende klanken, een beter geluid
zo mooi gevormd op meisjeshuid
spelend licht en lijnen subtiel
een gedicht waar ook ik voor viel.

Om te dromen…



degradation of memory

Wie ben jij?
Ken ik jou?
Zij staart naar mij…haar zoon.

Wat moet jij hier ?
Wat wil je ?
Zij is kwaad op mij… mijn moeder.

Dementie, verschrikkelijk loeder!
Ik ervaar je, telkens weer.
Het doet pijn, het vreet aan mij.
Ooit was “het” mijn hoeder.

Ik wil je mijn liefde geven
zoals jij mij koesterde.
helaas…



The sting

Opeengestapelde dozen
verbergen mensen
en hun wensen,
geen klaprozen.

Glinsterend glas
in verborgen schaduw,
geen boerenzwaluw
maar een harnas.

Koud grijsblauw,
gewaagd ontworpen,
aluminiumgrauw.

Ver van dorpen
en schooljuffrouw
verleden afgeworpen.



bel 77

lichtblauwe wolken
turkoois dons op stille zee
palen dansen onzichtbare golven
de horizon schemert mee

op de zeilboot een schim
aan het roer achteraan
navigeert rustig en slim
waar komt ie vandaan

vlucht hij dagelijkse sleur
komt hij terug in veilige haven
snuift hij de zee-eigen geur
om zijn zinnen te laven

wazig geheim
prikkelt fantasie
brengt tot gerijm
gedroom van Hawaï



birds

Spiegelbeeldende vredesduiven
kijken elkaar aan,
hebben de woede doorstaan
van een zinloze oorlog.

Nieuw fris groen,
tussen oplichtend grijs,
brengt ze niet meer van de wijs.
Er heerst een nieuw fatsoen.

Mensenhersens hebben rare kronkels,
glijden af naar diepe dalen
met ogen als karbonkels,

om na verschrikkelijke verhalen,
tussen bloeiende ranonkels
naar menselijkheid te dwalen.



gedachten

in gedachten verzonken
kijk ik in mijn eigen reflectie
dagdromend
mijn hand raakt het koude glas op zoek naar mezelf
ik kijk in mijn innerlijke spiegel
ben ik dat ?



de berg

Helemaal op de top heb ik gestaan
en neergekeken
bijna bezweken
onder de grootsheid van dit amalgaan.

Ik heb mij te pletter geklommen,
nu voel ik mij klein,
de essentie van het zijn,
wat moeten mensen met bommen?

Nestbevuilers, tomelozen
misbruiken voor eigen gewin,
onnozelaars, hopelozen,

doen alleen hun eigen zin!
Waar blijft het liefkozen
van je hartsvriendin



sun glasses super

Zwart is het donker,
zwarter dan de nacht.
Hier geen sterrengeflonker
maar zuiver zwart in al zijn pracht.

En toch is er licht.
Het valt zacht op je gelaat.
Verborgen zijn je blauwe ogen,
zonnebril op je neus desolaat.

Onbekende vrouw
verborgen in het zwart.
Je bent in snikkende rouw
verwond gebroken moederhart.



Sightseeing

Haar zwarte gezicht glanst in wit licht
het hoge kapsel omringd door rode pluimen
alsof de kleur van haar jas moet ruimen
voor het kader van haar gezicht.

Uitdrukkingsloos starend in de verte,
lippen vooruit gespannen,
denkend aan haar plannen,
niet opgeven is haar sterkte.

Door het venster suist de stad voorbij.
Je ziet het niet..
Jij zit in de glijpartij

van een nieuw levenslied.
Het wordt jou heerschappij!
Je gaat vooruit zonder limiet.



herfstlied

wirwarrende blaadjes lijken kwetterende lentevogels
in het herfstkleurig sprookjesbos
dichte takken versperren mijn weg
naar wazigmistige winterblues

het geritsel zingt dagdromend mee
met een lied in mijn hoofd
“perfect day”


een kerstgeschenk vol verrassingen
wens ik allen met rustige dagen
wandelen in de natuur
zonder existentiële vragen

geniet van de bosgeluiden reëel en imaginair
beide geven voldoening in een tijd
van vrede en welbehagen
beide zijn immers complementair
doen onze haast vertragen



ten hemel

langzaam verschijnen schaamteloze schimmen
warrig en wijfelend naar mij toe
anatolisch angstig wil ik hiervan wegklimmen
bang voor dit hekelig heksengedoe

grimmige wolven in smokerige schapevacht
schrijden in kille kadans naar voor
een onmeetbaar mentale koude kracht
maakt mij bang door en door

ik wil vluchten vliegen ver weg van hier
weg van nachtmerrie en kobolden
en heerlijk dromen met veel plezier
van mooie meisjes en Isolden

ze zingen als sijsjes ze kijken naar mij
laat mij zweven hoog in de lucht
helende engel maak mij vrij
wakker worden bevrijdende zucht



zes zussen

zes zussen zwerven
over het stille strand
heimig haremverband
in roosgrijze verven

tussen schelpenscherven
langs golfbreker-rand
zonder zichtbare overkant
waar zeesterren sterven

zachte golven deinen
droevig dissonant
over het zuivere zand
als water aanvoerlijnen

in horizontale hoboïstische lijn
vallen witte wolken in zee
zes stipjes in staccato vallen mee
onwezenlijk klein



het onbekende onbekende

Schone schoenen in de hand,
genieten met blote voeten,
op het zachte zandstrand,
het onbekende ontmoeten.

Rechthoekig valt het licht,
in driehoekstreep naar binnen,
glimlacht op haar gezicht,
ontdekkingstocht kan beginnen.

Van licht naar duister,
van wit naar zwart,
verwordt tot gefluister
gebonk van je hart.

Binnentreden in het donkere niets
op reis naar het onbekende.
Liefdestrip of Auschwitz,
realiteit of legende?



herfstblaadjes

opgekrulde blaadjes
roodbruin op groen
gestreken herfstzonlicht
beginnende winterzoen

lenteschoonheid
zomersterkte
fragiele herfst
wintertijd

geleefd het leven
geschiedenis voorbij
warrelend beneden
waarheid ook voor mij.



herfst aan het venster

wilde wingerd op gebarsten muur
van rood naar groen het ganse palet
verbergt wit met ongeëvenaard vuur
verwezen raam op de achtergrond gezet.

woekerend grillige ranken
strengelen zich door elkaar
kriskras door elkander
als een liefdespaar.

schoonheid, vreugde immer weer
telkens als de winter komt
iedere herfst, iedere keer
wanneer zomer wordt weggegomd.



exuberance

In golven heb ik mij gedompeld
als was het een nieuw lied
sourdin’in stem gemompeld,
ik vind de juiste noten niet.

Het golft in lagen op en neer,
in felle blauwe kleuren.
De lijnen deinen heen en weer
tussen felgouden geuren.

Getekend muzikaal,
fermate en crescendo,
emoties aan de haal,
diepwarme kleurencello.

Gecomponeerde lijnen
abstracte fantasie.
Gevoelens laten deinen
in stille afasie.



Verwarde passie

Kleurige wimpels vlaggen lijnen op en neer,
zwiepend draaiende carrousel,
in vloeiende arabesken heen en weer.
Komend en verdwijnend liefdesspel.

Plagend dichterbij schieten ze weer weg,
als een verliefde verleidende vrouw.
Ze strelen en kussen zonder overleg
in rood en zwart en blauw.

Tussen de lijnen ontwaar ik de boeg,
liefdesschip op woeste golven.
Vaart met ons hoe ik ook zwoeg,
door water en passie bedolven.

Uitgeraasd liggend in een hangmat,
gegolfd gelijnd in rood en wit en zwart.
Geliefden, slapend, dromen afgemat
met geluk en voldoening in hun hart.



The robothouse

Lichtend in het donker,
een spel van lijnen,
die komen en verdwijnen
haast sterrengeflonker!

Volumes en vlakken
in eenheid verbonden,
architecturale stonden,
om mensen in te pakken.

Donkere schoonheid
in een bewolkte nacht.
Geconstrueerde hoogheid

waarover is nagedacht.
Aanbestedingsbeleid,
soms onverwacht!



heideblauw

vlinderbloem zou ik ze noemen
zoals ze op de stengels zitten
kopjes naar beneden
alsof ze nu zijn moegestreden
ze fladderen niet meer



ganggangers

Ik zag je op de boot, je was achttien
je jasje in het rood , je had me niet gezien
ons reisdoel was Londen, als eindejaarsscholieren
we voelden ons verbonden, nog te jong om te versieren.

Er kwam een gesprek tussen de twee groepjes
over een voetbalgek en meidengroepjes
ik zag mijn kans schoon en kwam erbij staan
de vonk sloeg over, ook jij was aangedaan.

Zes maanden later, ik zag je terug op de camping
langs het water, je kussen roken naar sering.
mijn ogen verzonken in die blauwe kijkers van jou
bravoure geslonken, geen last van de kou.

God meid ,wat heb ik je liefgehad
waar is de tijd dat ik je aanbad.
mijn liefde mijn vreugde, mijn zwartekopje
mij heugde, je slanke benen onder je minirokje.

Veertig jaar later denk ik nog steeds aan jou
na iedere optater van het leven die ik onthou
het leven was simpel, we moesten niks
alleen vlag en wimpel van onze liefdemix.



be happy

Lichtplas op een ronde zee.
Blauwrood horizont de einder,
een strakke zonverslinder,
gedurende het avonddiner.

De waterlijn leidt een loper,
zet zijn gedachten op nul,
gedaan met die flauwekul,
hij is geen verkoper.

Voeten wroeten in het zand,
vechten tegen muizenissen,
fantaseren een fabeltjeskrant,

sluiten geen compromissen.
Morgen gaat hij naar de overkant,
zoekt nieuwe belevenissen.



treurend

pijn in vormen van tranen
gevormd door slierten papier
gewrongen in diep verdriet

papier beeldende wanen
schimmige witte sier
verdriet begrijpt het niet

nachtkleed…
huivering…
buikpijn …
zuivering…



plumes

ik zou dit graag willen zien op een grote vlakke witte muur
zonder kadertje en zonder franjes
alleen de essentie en de kleur
en jouw geur.

de fijne printen
verdwijnen langzaam
in grijze lichtbruine tinten
subtiel getekend als jou grijze haar

begin en einde van een leven
een lange weg afgelegd
dit is voor altijd aan jouw gegeven
mijn dementerend moedertje levensecht.

van kleine baby
naar mooie sterke vrouw
geliefde, moeder een beetje amfibie
nu terug naar af, ik hou van jou!



Mas.

Wankelende golven van glas
gebouwendrager sterk als staal.
Beheerst de structuur van het Mas,
bijzonder architectenverhaal.

Gevoelige breekbare materie
torst constructief gewicht,
symboliseert verrassing in kunst,
museum als beeldend gedicht.

Vormend materiaal,
vergeten aantrekkingskracht,
trompe-l’oeil, bliksemstraal,
keramisch reële pracht.



hesy

hoe kijk je mij uitdagend aan
hoe staar jij recht in d’ogen
zodat ik diep ben aangedaan
mijn gedachten omgebogen

hoe kan je neus perfect getekend
je kaakbeen zo gelijnd gaan staan
dat ik mij opricht bijna smekend
en dan snel ben weggegaan

o mooie vrouw zo wel geschapen
jij hebt mijn lijf en ziel onthutst
ik moet mijn zinnen samenrapen
je hebt mij liefdevol gekust

de zoete geur van jou paleis
bedwelmt mijn rationele denken
je brengt mij helemaal van de wijs
ik wil je alles, alles schenken

mijn coup de foudre voor altijd
ik zal je steeds beminnen
je hebt mij uit mijn dal bevrijd
nu kan ik mij bezinnen


gezichtsverlies

akelig leeg ben ik van binnen
een holte zwart als de nacht
ik kan dan ook niets verzinnen
wijl de dood op mij wacht

omhuld door geplïeerd brons
gepatineerd vanbuiten
de plooien lijken gefrons
binnenin slechts modderkluiten

wachten op de dood
het kan je overkomen
wanneer je wordt geloot
om met hem mee te dromen

dan wordt alles bewegingsloos
verdwijnen alle zorgen
blijft alleen een lege doos
die netjes wordt opgeborgen



rustpauze

golven glijden glanzend rood
naast het zwarte van de dood
op en neer als golvend glas
gebouwgelijnde winterjas

blauw-grijs-witte canvaskleed
kistbekleding lijkgereed
uitgestulpt als lippenrood
metershoge cruise-boot

uitgestrekte liefdesvlag
wappert hoopvol nieuwe dag
wil dan toch mijn hart verwarmen
en mijn angsten teer omarmen

stikkend grijp ik naar de lente
zoekend weg van ’t decadente
het gevoel van zalige rust
heeft dan toch mijn ziel gesust



blue boxes

bijna 50 tinten blauw
in strakke balken opgevangen
zwaartekracht is voor de lol
ze vliegen naar een onbekend verlangen

door de ruimte struinen ze
gestuurd door mijn gedachten
ze schuiven in gelid voorbij
doen mij nog meer verwachten

het wordt een blauwe maandag
straks is het reeds verdwenen
het ceasefire van vandaag
opnieuw gaat Gaza wenen



matisair

Omsloten door helwitte muren,
blauw alleen vanboven,
zonder lichten te doven
noch geluid van de buren.

De hitte van de zon
weerkaatst driedimensioneel,
een besloten schouwtoneel
verborgen in een ton.

Hij kijkt smachtend naar boven
gevangen in zijn eigen ik,
als wil hij de Goden loven,

maar die geven geen kik.
Het is voer voor filosofen,
zijn leven is een muisklik



en de boer

De lentezon verwarmt mijn rug.
Jou gezicht weerkaatst de stralen,
glinsterende ogen pinkelen verhalen.
Jij bent mijn papaver, mijn drug!

Een tractor slentert over het land.
De ploeg snijdt door stof de voren.
Wij lopen in droge karresporen.
Jij zoekt tastend mijn hand!

Onze lichamen strelen elkaar.
Een verhaal zonder woorden.
Je prikkelt me met je haar,

Mijn buik zingt akkoorden.
Het wordt ons liefdesjaar
Jij spreekt toverwoorden.



het nieuwe jaar

gesuggereerde diepte in strak zwart wit
schittert flitsend licht
schrijft een stilzwijgend gedicht
in een oneindig vallende rit

inktzwarte onbekende angst
verdwijnt ongrijpbaar
een onbegrijpelijke vangst
van een moeilijk nieuwjaar

imagine van John
onmerkbaar verdwenen
nog hoop ik dat het anders kon

ooit zijn de engelen verschenen
in een schitterende sneeuwzon
waar naartoe zijn ze verdwenen?



invierno

grijsblauw de kleur van het water
winterse sfeer in het avondlicht
met donkere vlekken zoals bij een kater
het mistige meer begeleidt het gedicht

contouren van bomen, belichte toppen
verzacht door het diffuse gordijn
minuscule druppels die droppen
op dit softe landschapfestijn.

venster in de vroege verte
mensen op die plechtige plek
ook daar een kloppend herte
een kleine witte verlangende vlek

kijk, maar kijk dan toch!
het water zwevend wolkenfris
hoe stil stabiel het is alsnog
hoe mooi de winterwereld is



Na de storm.

Glanzend nat, lichtweerkaatsend strand.
Handen in de zakken van haar cape.
Eenzaam silhouet in wolkenbrekende zon.
Geconfronteerd met de natuurelementen
en haarzelf…

Angst, alles omvattende schoonheid?
Of is het gekwelde liefde…



chellie's new dress

spetterend sprankelend water alom
met middenin deze brave bruid
getooid in waterdiamanten huid
spanning voor haar briljante bruidegom

ook in haar hand het kostbaarste goed
magische vloeistof, wolkenwit jadejuweel
levensbron meer en meer actueel
dat alle werelds leven groeien doet

wat een gedachte, wat een doel
je geliefde zo te kunnen ontkleden
haar te zien in die tuin van Eden
wat een heerlijk orgasmegevoel



zuilen

wit is niet wit
neemt alle tinten
smetteloze hit
maagdelijk blinken.

licht is de maker
schaduw de vorm
vertikaal lijnenkader
zuilenworm



orgel

in de immensiteit van de kathedraal
dreunt en frivoolt de togata fuga
diepdonkere sonore tonen ondersteunen
de wimpelende hoogtes in staccato

het samensmelten van geluid en ruimte
doorzindert mijn lijf
verwarmt mijn droeve gedachten
vreugde borrelt omhoog

ik voel mij geborgen in de schoonheid
van het verleden
Het tilt mij op in het heden
alle last valt van mij af

alleen rust en vrede blijven over.



lonliness

gebroken gebogen door meisjeslegende
wanhopig de handen op het hoofd
het licht door het raam beschijnt je ellende
de donkerte heeft je wilskracht verdoofd

hoe kon ik zo stom zijn, zo dwaas zo naief
dat ik een junkyhistory een fantasie geloofde
maar toch zie ik je graag mijn lieve lief
ook al was jij het die mij beroofde

ik zag je vandaag op je hoekje staan
rillend van kou
veel had je niet aan
nors toen ik je helpen wou

wachten op een klant
kan je niet schelen welke stand
als hij je maar betaalt

je spuit heb je nodig
de rest overbodig
gevangen verslaafd
doodsangst gelaafd

het vreet mij van binnen
je daar zo te zien
ik kan je niet winnen
herbeginnen misschien



lajupe

in een droom zie ik een jonge vrouw
voor mij uitlopend naar haar wereld
ik fantaseer wat het zijn zou
mee te lopen opgehemeld

door haar verborgen lippen


op enkele stappen achter je aan
gefascineerd door jou elegantie
zoekend naar de reden van jou bestaan
droom ik van een zomerse vakantie

verzonken in je bodemloze ogen


je slanke mooie benen onder je minirokje
accentueren je goddelijke dijen
lopend naar je sprookjesschuilhokje
terwijl ik zoek hoe jou te vleien

nieuwsgierig naar jou


ik wil je volgen op jou reis met Magellaan
jij loopt sierlijk bewegend als op wolken
ik ben daardoor helemaal aangedaan
mijn lichaam en mijn geest beginnen te kolken

verloren door jou leest



motion

waaiende sluiers wervelen watervallen
drinken het draaiende dansend model
bewegingen creëren wolkenkristallen
waaierpenselen een aquarel

versteende fractie, frele roos
emotioneel met passie en vuur
onschuldig in schoonheid, argeloos
tot ze verwordt tot een glassculptuur

gracieus gradueel, ballerina ballet
geboren uit een satijnen wolkenboog
doek en lichaam vormen een duaal portret
slanke soepele benen spannen omhoog



mooie dag vandaag?

De opkomende zon verdrijft langzaam de wolken
en tovert een diezigheid over het moerassige water.
Uit de oneindige verte groeit een nieuwe dag.
Warmte en nieuw verlangen!
Een frisse rilling loopt langs mijn rug,
verwachting?



zeevuil

Strandcabines verbergen de zee
alsof ze zeggen wilden:
Het water en zand zijn van ons, blijf weg!

Nochtans willen de kindjes mee
alsof ze spelen wilden:
Het water en zand zijn van ons, dikke pech!

Opa zit met zijn rug naar betonnen blokken
op een bank
een beetje te mokken
wat is hier aan de hand?

Willen zij de zee verbergen?
De duinen zijn al verdwenen
voor architectuur om te wenen.
Kapitaal blijft de mensen tergen.



funny and crazy

funny en crazy jonge meiden
spelen een spelletje op de vloer
willen zichzelf heel hard bewijzen
doen dan ook erg sterk en stoer

een zwevende gieter
bediend met één hand
bloemgesodemieter
in ijzeren kuip geplant

haan op strobaal
vogel op ladder
meisje in kooitje
nergens gefladder

rood hoedje
zwartekop
roze strik
in bruine haren
in zittertjes handen een pop

hoe moet ik dat verklaren
heerlijk dat ik het niet kan
het brengt me tot bedaren
verlost van streversban



musje

mevrouw mus staat klaar
om te steken
naar de vijand zowaar
als een ruiter.
of vliegend naar boven
op een bezem gezeten
om mensen te roven
vreemde snuiter.

prachtige tooi
pluimen geschikt
als voor een tornooi
perfect gemikt!

ik doe je verdriet
je bent zo klein
onschuld teniet
oh zo rein
voor groen behang
zittend op riet
je bent niet bang
ziet me niet!.

natuurschat
hartedief klein
je hebt het moeilijk gehad
vriendje mijn.



Flanders pools

Tussen bomen blauwgrijze mist.
Ze staan in het water,
een oorlogstheater,
verwoorden een onuitgesproken twist.

Het spiegelbeeld overheerst.
De takken spoken in de lucht,
spelen een natte klucht.
De schuine boom het meest.

Ondergelopen land,
door tormenten gegrepen
ligt overmand.

De wilgen doorstrepen
de waterkant.
Zij zijn niet bezweken!



gecadreerd

verweerde dubbeldeur
in grijs en witte planken
maar ook in blauwe kleur
met namen op de flanken

het leven is kort geniet ervan
vereeuwigd is de liefde
graffitisport Kalash-plan
ook als ’t de anderen griefde

het andere is geschrapt
de liefde blijft niet duren
met anderen aangepapt
nu blijven de kwetsuren

niets blijft bestaan
alles gaat voorbij
daarom profitez-en
het einde is vlakbij



de gele ballon


Magisch realistisch gele bol
aan de groene zee van horizon,
verborgen in het witte Pantheon
verdampt in witte wolkenton.

Hetzelfde geel van beddepissers
in het lentegroene vierkant,
piept uit het frisse grasland,
verweg van blauwe mosselvissers.

Horizontaal vlakkeland,
wit gordijn onder blauwe lucht,
is een doorbroken witte band

waar doorheen de gele lucht,
aan de ultieme rand,
naar de vrijheid vlucht.



atlantic

Een zwarte lijn splijt hemel en aarde in twee,
de horizon.
Daar grijzen grijnzend de wolken boven de zee,
geen zotte zon.
Een verweerde houten bank parallelt mee,
ik adem ozon.

Dreigend is de machtige mengeling van water en lucht.
Voor de bank is een put gegraven door een kind.
Achter mij het gerucht van een helicoptervlucht
in flarden door de op en neergaande wind.

In gedachten zie ik spelende kinderen in het zand.
Het zilte zoute water strijkt het zandtapijt.
De scheermessen schelpen bevolken het strand.
Ik heb me moe en overwonnen neergevleid.



Zwervende zoektocht

Een allerlaatste duif fladdert naar de grond
tussen zijn compagnons de route.
Tientallen soortgenoten trippelen pikkend rond.
De zwerver geeft ze voeding, geen boete!

Hij zoekt de voedingsresten in
zijn buggy met haveloze zakken beladen,
strooit ze zonder geldgewin
voor zijn lotgenoten op de wandelpaden.

Hij staat gebogen, vuil met lange haren
stinkt naar afval en lang geleden baden,
ooit was hij beroemd, rijk en welvaren,
geloofd en geprezen in meerdere dagbladen.

De dood van zijn kind duwde hem in depressie.
Plots kon hij weer relativeren.
Gedaan met economische handel en agressie.
Hij leerde één en ander te diskwalificeren.

Zoekt opnieuw zijn weg doorheen het leven
zijn geloof in mensen en maatschappij.
Nu wil hij uitsluitend nog aan anderen geven
de straat en armoede worden zijn abdij.

Liefde, vriendschap, familie,
het zijn maar holle woorden.
Geldgewin als religie
leidt tot hebzucht en moorden.



zusjes

Samen zitten op de bank
arm over de schouder,
haar in één houder,
twee zussen zonder klank.

Hebben geen woorden nodig,
stil genietend kijken
in hun eigen koninkrijken.
Al de rest is overbodig.

Kinderen van een moeder
die hen heeft grootgebracht.
Hun voornaamste hoeder

met onverwoestbare kracht.
De belangrijkste opvoeder,
vrouwen aan de macht!



bosklappers

Van Gogh-je met gemengde technieken
aquarelletje om van te genieten
broos brokje in de wind
herkenbaar windekind

uit een zwarte krioelende wirwar
mierenfeest gelijk, heel bizar
ploppen de poppies kleurrijk open
als zijden rode doekjes onverdroten

heerlijk rood op wit met zwart
pentekening van een gebroken hart
rode stippen neergedoekt
als het ware ingeboekt

in de mainstream van mijn dromen
elfjesvlinder aangekomen
zo romantisch, zo subtiel
bloemenknopjes heel fragiel



Tardinghem II

Zand getrapt door de branding,
glinsterend trekt de eb zich terug,
verdwijnend achter de zandrug,
plankton in ontbinding.

Zij staan in het gelid,
wachtend op de dodende kogels,
verlamde pechvogels
alsof de zon hen aanbidt.

De landing op de Franse kust.
De immense intense stilte,
de soldaten verontrust.

Doodsbang in de vroege ochtendkilte,
ze hebben erin berust,
mitrailleurs verwelkomen de radiostilte.



gebroken ei

wit licht met grijze golven
ritmisch als de druppels van de regen
rustig herhalende zegen
ééntje geschonden door wolven

de schaal is gebroken
wit en dooier liggen naakt
leven is geschaakt
vragen onuitgesproken

verkrachting van de schoonheid
dierlijke instincten
reddeloze broosheid

gekreun van verminkten
laatste gekwetst gerochel
daders die niet verpinkten



zwaaninavondlicht

knobbelzwaan

deze kan mij bekoren
in ’t avondgloren
strijkend licht
op het gezicht.

zwanenknobbel
mannelijk sterk
ingedommel
na het werk

klaar om te gaan slapen
kop tussen vleugels bijna
maar toch nog waken
waterheuvels weldra.



Valse du printemps

Kleuren dromen mijn lente,
krokusvlammen verwarmen mijn hart.
Mijn ogen horen Mozart.
Frisse geuren verdrijven het demente

van de winter, moegestreden.
Blauwpaars met gele topjes tussen grassprieten,
nieuw leven requisieten
in felle kleuren. Koning zon komt aangereden.

Jong gevoel drijft boven
in een intense jeugd.
Schoonheid zal mijn hart beroven

zolang de tijd het heugt,
in de vele mangroven
van mijn verdriet en vreugd.



het bos

tussen het bruin van de vorige herfst
priemt de zon door het lentegroen
van de bomen
blauwe hyacintenwolken schitteren het sterkst
waar het gepenseelde licht is omgebogen

vertikale beuken verzinnen een toverspreuk
in dit sprookjesbos met hier en
daar een eik
het tintelend gebladerte versterkt de
mannelijke geur
van vochtige humus en bosgrond
heel voedselrijk

heerlijk is het stille stappen en zintuiglijk genieten
rustig op relaxcadans in dit goddelijk paleis
die momenten maken het leven
als epifyten
waarbij alle zorgen verworden tot ereprijs



Near Moss

Roodgeel vuur schiet in vlammen omhoog
verandert de vochtige bodem
in kunstenmuseum
naar in licht gespannen hemelboog.

Scherpe scheuten in pracht-bruinrood
zwiepen op dunne stengels.
Slanke beschermengels
deinen mee in de huwelijksboot.

Heerlijke kleuren beklijven.
Waterdruppels begeleiden de dans
als spermatoïden die glijden

op zoek naar een buitenkans
na het liefdebedrijven
en de regendans.



paars

ik weet niet waarom ik zo treurig ben
als ik de lijn en vorm herken
van dit plechtige paars dat ik bekijk
herinnerend aan een goddelijk lijk

offerlam van maternale religie
op handen gedragen als een relikwie
door een verstard conservatief instituut
onderhevig aan kritiek, bespotting en dispuut

ik weet niet waarom ik zo treurig ben
als ik geschriften lees van een toverpen
koning vermoord door die hem vrezen
is op Pasen na drie dagen herrezen

de idee zo zuiver zo fijn
verpletterd vermorzeld door het venijn
van oude venten geil van de macht
ze hebben de boodschap van liefde verkracht.

ik weet niet waarom ik zo treurig ben
wanneer ik paarse vormen verwen
met degradée van blauw en rood
goddelijke gevoelens voelen gedood



de ring

huwelijkssymbool vereeuwigd in een wand
in zwart en wit wat is het verband
symboliseert het eenheid
onderdanigheid onvoorzien
of culturele wreedheid
gebondenheid misschien

zoveel vragen zoeken een antwoord
levensvragen van jij en ik
verwachting van een hemelpoort
of een laatste snik

ieders antwoord is verschillend
op gelijkgestelde vraag
de één antwoordt rillend
de ander heel bedaard

hoeveel schrijvers hebben geschreven
hoeveel dichters hebben geweend
om naar het juiste antwoord te streven
vol wanhoop maar welgemeend

wat de toekomst ook brengt
we zullen het nooit weten
carpe diem



Cowboy

Op grijzende haren een cowboyhoed.
Ogen kijken scherp en glanzend.
Geknepen mond, slordige snor,
getaand gezicht, zonnebrandend.

Gedachtenraadsel…
Wie ben jij?
Verscholen achter kinderdromen,
zijn die dan niet uitgekomen?

Vrouwenverleider alleszins…
Heeft ze jou ook bedrogen,
of leeggezogen?
Is dat jou verhaal?



kindervrienden

Sinterklaas kapoentje
rijke kindjes schoentje
maar ik heb geen laarsje
dank u Sinterklaasje

Ben niet wel gekomen
over zee en stromen
tussen slijk en water
dreigt een ferme kater

Sinterklaas kapoentje
bitter zuur citroentje
bom die barst pas later
bij de psychiater

Calais is volgelopen
bestuur is weggekropen
mensen laten creperen
nooit zullen ze ’t leren!



leuke lach

gierende lach
wat een feest
onbezorgde dag
het geneest

spelen met water
pletsen in het rond
kindertheater
jij lieve knuffelkont

je lacht je tanden bloot
perfecte witte tanden
alsof je dromen genoot
vol vreugdevolle stranden

wat kan een lach niet brengen
het plezier straalt op ons af
alles gaat zich vermengen
het beste wat je gaf



boomstronk

ik ben gefascineerd door dat gat
in de rotsen gehakt
door de natuurelementen geboetseerd
tot een prachtig zinnebeeld
de grootsheid van de kracht
die leven op aarde bracht.

de weerkaatsing van het licht
op de boorden van dit zicht
snakt naar vrijheid
snakt naar blijheid
geeft de boom opnieuw zijn kracht
om te herrijzen uit die schacht.

zonneschijn lokt ons naar buiten
waar de vogels behoren te fluiten
waar de bloemen zullen bloeien
en de grassen groen gaan groeien.
wat een prachtig dieptezicht
donkere boom tegen helder licht



paperwork

Driehoeken lijnen
doorkruisen elkaar,
bruinkorrelig rood en groen,
vormen vlakken
bespieden voorwaar
soft, in geel van toen.

Een kruis doorstraalt het licht,
een zoekende ster erachter.
Ik voel een lijdend gezicht
een schizofrene verkrachter.

Ik kan er niet omheen,
wroet in woelige gedachten,
vind de wereld heel gemeen
hoor duizenden klachten.

Waar blijft de vrede,
die wordt niet gevierd,
wel de oorlog die men smeedde
nu commercieel versierd!



starlight

Het licht klapt open in zeldzaam groengeel
uit een strak gelijnde horizon.
Een kleurenexplosie megaveel
glimt op het gezicht van mijn compagnon.

Zij schittert met gelukzalige ogen
gevangen in dit bijzondere licht,
ontsprongen uit hemelbogen
op haar mooie lieve gezicht.

Liefdesgeluk bestraalt haar gelaat,
verliefdheid in groen en geel,
compromisloos als een deur die opengaat
verwachten haar wangen gestreel.

Wij worden meegezogen
met de snelheid van het licht.
In de kern van de explosie
ons bijzonder gedicht.



Strad

Gegolfgelijnde klankkast,
geschilderd in zoet licht,
zingt een fluisterend gedicht
waarvan de warme klank verrast.

Over de kam vier trillende snaren
bewogen door de strijkstok in zijn hand.
Persona non grata al lang in eigen land
maar met beheerste en edele gebaren.

Brahms concerto in D allegro non troppo.
Vingers beroeren de snaren vliegensvlug
soms legato dan weer staccato.

Hij speelt ogen gesloten met rechte rug.
Onbekende man, ooit bekende maestro,
voor dictator en onrecht op de vlucht.



bomenindemist

kenmerkende Vlaamse bonk
afgeboorde kerkewegels van weleer
geweven in ’t zomerse landschap
verrassend standbeeld van eer.

wilg geknot als een vogel gebot
door mensen om hout te branden
vlak Vlaanderen, groen en kapot
laat mij je eren met beide handen



een trap

Hoekig en strak is de trap,
gebroken in komen en gaan,
wit en zwart simultaan,
stilte en holklinkend geklap.

Vrouwenlaarzen kletteren,
drummend op natuursteen.
Warrig wijvenfenomeen,
boven klinkt het kwetteren.

Kandidates voor auditie.
Zij loopt gezwind naar boven
verwacht veel competitie.

Ze wilde erin geloven,
had zoveel ambitie.
Wenend komt ze van boven



imageless mirror

zwart en leeg is de spiegel van mijn gedachten
roerloos in dementie
herinneringen verdwijnen in een niet zijn

de nacht is nooit donker altijd is er een sprankel
van vreugde
ooit was er liefde in wit licht

getatoeëerde muren in 50 soorten grijs
omringen het niets
ik implodeer in een zwart gat

nu is er niets meer buiten de stilte
die mij omringt
de spiegel van het einde



nissen

vier nissen in glas
verdrinken in wit en grijs
ook vier zwart in een plas
fantasierijke reis

betonnen structuur
repeterend schuin
strakke architectuur
met driehoekjesbruin

prefab in sierbeton
verrassend verlicht
door de voorjaarszon

naar binnen gericht
haar nachtjapon
een onwetend gedicht



making off

Grijze sigarettenrook macht
met haar blondgrijze haren
die wortelen in natuurbruin.

Gloeiend kopje vergif
tussen witte nagelranden
verwordend tot puin.

Slang-gewijs inhaleert
de rook zich naar binnen
tussen roodgetuite lippen,
longblaasjes verschrompelend.

Rond donkere ogen,
met rooddoorlopen wit,
tonen zich rokersranden,
haar langzaam overrompelend.

Schoonheid is van korte duur
nog veel korter met rokerscultuur.



Volmaakte dag

Emotionele rillingen langs mijn rug.
De bariton zweeft door Goddelijke klank,
bouwt tussen liefde en lied een existentiële brug.
In de zontintelende tuin een minnebank.

Lou Reeds Perfect Day.
Heerlijke hand in gelukkige hand,
langs de grillige schuimpjes van de zee
op weg naar ons gedroomde liefdesland.

De wandelingen langs beek en bos.
Wat heb ik je graag gezien mijn lief.
We kwamen als vogels van de wereld los,
zongen uit volle borst ons heerlijke lied.

Wat een heerlijke dag,
ik was blij alleen met jou.
Zo’n overheerlijke dag
mijn betoverende vrouw.



glas

Glasbrokken liggen gloeiend in de oven
de kleur is rood en dan roodgeel,
de energie die het vergt is veel
maar dit is alleen om God te loven.

Die kijkt mee van boven zegt men toch?
Alleen kan ik het niet geloven,
men wil ons een peer stoven
of is het gevoelsbedrog?

Ik zie de duiveltjes dansen
op de gloeiende stukjes glas.
Seffens gaan ze schranzen!

Zij komen zo goed van pas
laten de maatschappij balansen
tussen wat is en was



de herfst doet zijn werk

je tak maakt zich klaar voor nieuw blad
dat van jouw is weggegeven als voeding
voor nieuw leven
langzaam teert het weg in een vochtig bacteriënbad
de natuur ontvangt zijn vergoeding

de herfst neemt langzaam bezit
met geritsel en schitterende kleuren
toverende edelsmid
in een wasem van sensuele geuren

bruin verschrompeld blad
een laatste windstoot
beëindigt je levenspad



Lentemorgen

Blije blauwe morgen
zing in het vroege lucide licht.
Ik wil mooie melodieën horen
door de natuur naar mij gericht.

Het slaan van de merel uit nevelwolken,
het ruiend geruis van de wiegende wind,
stiltemuziek komt dit landschap bevolken
tot aan de heldere lach van een morgenkind.

Genietend wandelen in een lavendel landschap,
de ganse voormiddag alleen en vrij,
een vogel schrikt met een vleugelklap,
wat een schoonheid, het maakt me blij!

De bomen op de achtergrond
staan diezig in het blauw.
Straks met mijn knuffelkont,
ik blijf jullie beiden trouw.



gekandelaberd

gekandelaberd, vervormd door mensen
invaliden, verminkte schimmen die wensen
had ons nog liever geveld dan gekweld!
vervormde natuur verwrongen geweld

nacht en ontij spoken en schimmen
hoor de kobolden en monsters grimmen
takken die vezelen tentakels die grijpen
gekreun en geknars, wij moeten wijken

schouwspel van dans bij donkere wolken
vormen en kleuren die intens gaan kolken
beangstigd gegrepen door ’t woedegeweld
keer ik mij om hierdoor gekweld



Rood op de Meir

Felrode fladderende flap
door de wind stukgeblazen,
tussen kapotte bierglazen,
parapluresten, glinsterend plat.

Regenschermstructuur,
gefileerde visgraten,
door iemand achtergelaten,
dubbele kwetsuur.

Eenzaam op de natte straatstenen,
waardeloos achtergelaten.
Wie zou daarover wenen?

Duizenden kindsoldaten,
gestolen en verdwenen.
Waarover wij niet praten.



gedachtenloos

gedachtenloos…
het scherm vermoeit mijn ogen
dagdromen…
tinitus fluit mijn linkeroor

tube zalf …
plompverloren
op mijn desk…
innerlijk lawaai

ik heb zoveel te doen vandaag
ben echter verschrikkelijk traag
beslissingen worden niet genomen
ik kan het alleen maar dromen…

leegte…
ik staar naar buiten
valse stilte…
bevende kilte

ziekte…
onvolkomen
in mijn hart…
lavastromen



in vlucht

Naakt met je armen gespreid,
gespannen in houding heel trots,
alsof je de oudheid belijdt,
gehurkt op een hoge rots,
je haren in de wind.


Klaar voor de vlucht,
Icaros gelijk,
wees heel beducht,
voor het dodenrijk,
wanneer je gaat zweven.

De rotsen zijn hard,
realiteit en dromen,
het onderscheid verward,
soms wordt je beetgenomen
windekind.



Tenerife 1

Op wolken van blijdschap terug naar de zon
waar ooit mijn eerste liefde begon.
Euridice…

Strand…
prachtig is de natuur in de bergen
stappen die inspanning vergen.
zonnebrand…

Vliegtuig stijgt omhoog
met kwetterende ganzen
tot aan de hemelboog.

Dikkerds blijven schranzen
nood aan neuroloog,
toch blijven mijn ogen glanzen!



the bridge

oprijzend uit zwarte duisternis
sensueel geladen als aphrodite
striptease als vergiffenis
titanenvisite

zelfverzekerd kruip je uit je cocon
kijk je met de brug mee omhoog
handen in de zij op je imaginair balkon
na de wolken verwacht je een regenboog

acht en zestig emancipatie
manvertrappende vrouw
sterk in verleiding en manipulatie
je idealen supertrouw

pal als een rots in de branding
meermin van de rivier
vrouwenpower wederopstanding
ik kijk hiernaar met plezier



verlaten

luiken gesloten
laatste bewoner, niet omgekeken
silhouet van een ver verleden

ongekend verhaal in grijstinten
banaal voor onbekenden

natuur in wintertooi omsluipt
de vroegere pracht
beetje bij beetje
verkracht

verborgen verhaal van liefde
geboorte en dood
vreugde en ellende…



i'm feeling blue today

Schitterende nuances van vertikaal blauw,
in gradaties door water geschilderd.
Ruitje gemastiekt in de wand van ’t gebouw,
een spinneweb heeft het licht gefilterd.

Verfschilfers craqueleren de plankenhuid,
de kleur van de middellandse zee.
Wind veroorzaakt een aanzwellend geluid,
van eb en vloed en reist met me mee

naar een warme vakantie ergens heel ver
op maagdelijk witte stranden.
Waar ik mijn lief verheug met een morgenster
en meegraaf met kinderhanden.



heaven

gesloten ijsboom in kristal
zomaar in het midden gezet
van een koud heelal
heel goed opgelet!

de blauwe structuur
geeft het vleugels
geniet van het uur
en vier nu de teugels

eenzame reus
stoer en sterk
snuif op je neus
en doe je werk

trage groei
houd stand
een nieuwe bloei
staat garant

voor opvolging
van deze schoonheid
als een diamanten ring
van zijne heiligheid



forest ofthehils

wolk van licht door de rijzige bomen
donker bos in een herfstige nacht
schimmige rijen die verder komen
als dansende lichtjes groen en zacht

wandeling van lang geleden
nog met jeugd in mijn hart
zoals toen met nonnen en gebeden
en het verhaal van heilige smart

nachtspel in het spokende bos
buiten macho binnen bang
meelopen of ik word de klos
trillend op mijn benen minutenlang

dan komt plots het licht
verlossend als de stem van moeder
het licht in de verte wordt een gezicht
ik nestel me in de warmte van mijn hoeder



turbulentie


Rode schichten schitteren omhoog,
blauwe licht van de hemel.
Links strak, rechts gewemel,
lijnen van de regenboog.

Zachte warmte warmrood,
geel tussen blauw
zoete morgendauw
die de nieuwe dag bood.

Ben jij hier?
Ben ik hier?
Dromend rood…

Wind vervaagt kleur…
en geur…
van jou.



dementie

Op die dag in mei
legde dat vogeltje een ei.
Jochei!
Op die dag in mei
werden mijn hersens brij.
Jochei!

Weg de zorgen van vandaag
die worden nu vergeten.
Alleen nog herinneringen graag
uit een ver verleden!

Ik kwakkel op de straat
mijn hand zoekt de muur.
Niemand die tegen mij praat
op dit late uur.

Wat doe ik hier verdomme!
Waar is mijn huis gebleven?
Ik sta hier als een stomme,
mijn voeten zijn versteven.

Angst overvalt mij!
Ik verlies mijn zijn.
Is dit het einde?
Zo zonder brein?



steamywindow

glas in vlakke vierkanten gevat
onderbroken door dorpel en deur
lijkt op de tralies van een gevang in kleur
met water van condens erop gespat.

transparantie geeft hier geluk
met verf gestreepte dromen
lijken naar mij te komen
gevangen ziel het zware juk

geboeid door dit kleurengeweld
laat ik mijn fantasie de vrije loop
het schept verwachting en hoop
voor mij door claustrofobie gekweld

gevangen in mijn zijn
met een sprankel opening naar buiten
hoor ik verweg weer de vogels fluiten
ik schenk mij een glas rode wijn.



alucinatie


Totaal niets, klein iets.
Absoluut donker,absoluut zwart,
streep geflonker, klein licht hard.
Toch iets, Auschwitz.

Gevangen in isolatie.
Lichtstrepen onbereikbaar,
toekomst onvoorspelbaar.
Wanhoop in gradatie.

Diepe depressie,
terugkeer onmogelijk
Geestelijke agressie.

Zij kijkt zorgelijk,
zag zijn obsessie.
Ondoorgrondelijk.



Z474

ik heb deze foto dikwijls bekeken
en ook evenveel keer weggesmeten
ik kan mij niet laten meeslepen
omdat ik daar zo door wordt aangegrepen!

vissersboot op ruwe zee
daar ga je zomaar niet mee mee
zelfs als je niet zeeziek wordt
ga je niet zomaar op de gort!

mijn voorouders hebben hun leven gesleten
naar Islande een gat verweg en vergeten
om kabeljou naar boven te sleuren
dag en nacht en zonder te zeuren

een toilet het was er niet
over de reling was dat gebied
met kleren werken en slapen
met lijnen vissen, naar boven haken!

de goeie oude tijd, waar is ie gebleven
ik ben niet jaloers, niet op dit leven
van werken en zuipen en wroeten
waarna de thuisbasis moest boeten.


white

Prachtige slanke zwarte handen
tikken de rand van je lederen kepie.
Ogen glinsteren schitterende stranden,
perfect gezicht gezet in markasiet.

De zwarte lederen jekker, proloog,
beschaduwt mooie stevige borsten.
Het licht van je ogen vormt een boog
die je slanklange vingers torsen.

Volle lippen en perfecte neus
vervolledigen het gestuurde licht.
De fotograaf heel ambitieus
heeft zijn blik op jouw gericht.

Mooie zwarte smaragd,
je hebt veel om van te dromen,
perfect in beeld gebracht,
geniet je jonge dromen.



entry

het is ontzettend
soms word ik geraakt
niet verwacht, onoplettend
wordt mijn emotie geschaakt.

het is verrassend
dat koele gele kleuren
zichzelf in vlakken passend
mij doen watermonden, citroengeuren.

het is aangrijpend
hoe een ingang onbekend
mij angstig maakt, vertwijfeld
mijn maag laat rollen, grote vent.

ingang naar de hemel, ingang naar de hel
to the point of no return
duivelsgewemel, liefdesgekwel
depressie.

verwachting aan het einde
soms ook blijdschap gevend
om de schoonheid dat verfijnde
dat weer nieuwe hoop doet leven.


entry

het is ontzettend
soms word ik geraakt
niet verwacht, onoplettend
wordt mijn emotie geschaakt.

het is verrassend
dat koele gele kleuren
zichzelf in vlakken passend
mij doen watermonden, citroengeuren.

het is aangrijpend
hoe een ingang onbekend
mij angstig maakt, vertwijfeld
mijn maag laat rollen, grote vent.

ingang naar de hemel, ingang naar de hel
to the point of no return
duivelsgewemel, liefdesgekwel
depressie.

verwachting aan het einde
soms ook blijdschap gevend
om de schoonheid dat verfijnde
dat weer nieuwe hoop doet leven.



flowing in the wind

herfstkleurenheerlijk
gevoel in wandelbos
oppeppend onontbeerlijk
verrassende bladertros

opzwepende wind
dwarrelende bladeren
lopend welgezind
mooi in te kaderen

amechtig rood
gestreeld op geel
als avondrood
achtergrondjuweel



love flakes

roder dan rood
lichter dan licht
zonneboot
menselijk gezicht

vertikalen nemen over
met wit als accent
recht naar boven
ik word verwend

zo is je liefde
zo schittert je snoet
een rots die je kliefde
je claimt mijn gemoed

ik weet mij geen weet
met mijn dolle gedachten
mijn keel perst een kreet
mijn zinnen verzachten

licht in nood
liefde en geluk
bij morgenrood
kan niets meer stuk



bomenindemist

kenmerkende Vlaamse bonk
afgeboorde kerkewegels van weleer
geweven in ’t zomerse landschap
verrassend standbeeld van eer.

wilg geknot als een vogel gebot
door mensen om hout te branden
vlak Vlaanderen, groen en kapot
laat mij je eren met beide handen



sentiment

Hoe onschuldig kan een hand zijn,
hoe schuldig ook?
Hoe lieflijk kunnen vingers liefkozen,
hoe hard ook slaan?
Hoe beminnelijk kunnen meisjesborsten zijn,
hoe manipulatief bestaan?

De frisse lente schenkt verkwikkende warmte,
jonge schoonheden verschijnen!
Beide brengen lenteblues.

Ik hoop dat ze nooit verdwijnen
altijd terugkomen zoals mijn snoezepoes



egg on railroad

perfect gevormd ei
in zen op glanzend staal
onbewust van naderend ontij
met bulderend snelheidskabaal

wazige toekomst in zwart
misschien wel nooit bemind
het geheel maakt mij verward
ei, onschuldig als een kind

het leven is een loting
geboorteplaats een gunst
wordt het een tweeling
of een minnaar van de kunst

het leven als een wonder
verpakt in harde schaal
gevaar het kan niet zonder
in wrede mensentaal



sunfee

suizen met snelheid
onwezenlijke felheid
het licht tegemoet
zonder afscheidsgroet

starre ogen staren
komen binnengevaren
gebiologeerd door geel
lachend luchtkasteel

geheimzinnige einder
naar verfijnder
onbekende gloed
opgeslokt voorgoed



papaverindewind

papavertje
geluksbrengertje zoals het klavertje
vier
het uit een coconnetje verfrommelde blad
strekt zich, het leven aangevat
hier
de schelp van de bloem ontvangt de zon
schitterend rood als een kom
fier.

bevruchting wacht op de bij
dat maakt dit prachtige bloemetje blij
bij de rivier
hoe mooi het hier ook staat te pronken
het wenst dat het zeer snel kan lonken
met zwier
naar het levensnoodzakelijke stuifmeel
van zijn vriendjes baltsritueel
een plezier



hoeveel bootjes

met zijn allen naar de zee
pootjebaden in de golven
herinneringenconsommee
onder emoties bedolven

vier mensjes vol verwachting
zalig genieten op het strand
hij tevreden zijn betrachting
zondagnamiddag dromenland

kijk papa mooie bootjes
die varen met de wind
zouden z’in de hemel weten
wat mama ervan vindt

de zee kan zalven, de zee kan kwetsen
groots en soms ook dreigend weer
als jonge pubers hier staan zwetsen
dagdromen mijmeren nog één keer!



tulp 2

romantisch zoete ziel
dit neergevallen tulpenblad
oh zo fragmentarisch fragiel
maagdenvlies op liefdespad

achtergrond heel onbevangen
onaangetast weerloos wit
tulpenbloemblad opgevangen
einde van de laatste rit

scherpe schaduw spottend spiegelbeeld
van daar pas nog blozende bloem
zwanenzang het spel is uitgespeeld
einde van het blije bijengezoem

kort dit mooi “la vie en rose”
van mathematische natuur
begin van nieuwe apotheose
zaad voor een nieuwe levensduur



scheepshuid

soms kan ik zo jaloers zijn
op fotografen die het zien
dat kleine stukje vormgegeven
in ons dagelijks stramien.

waarom is het sommigen gegeven
en anderen dan weer niet
dit geheim in ’s mensen korte leven
stukje van mijn groot verdriet

ontsproten aan frêle fantasie
aan dromen van een denker
metser van innige illusie
geboren gelukschenker



the touch

boezemvriendin in wit
in een kadertje gezet
mooiemeidenclublid
begeesterende meesterzet

diagonaal belijnd
muze voor goudsmid
haren gestroomlijnd
verborgen schoonheid

die zachtjes dromen doet
naar onbereikbare avonturen
op witte stranden uit een toverhoed
dansen en genieten in late avonduren

kunstige abstractie
suggestief minimalisme
gordijneninteractie
bron van altruisme



simpel

zuiver licht op meisjesrug
subtiel in lijn en vorm
bijna-abstractie, liefdesbrug
ontwakende schoonheidsstorm



waarheen

bevroren zeebeweging tot aan de einder
donkere hemel boven het wolkige wit
ik snak naar je lichaam mooi en verfijnder
soepelheid en elegantie zoals je daar zit

hoe groot ook het vurige verlangen
het wazige water is veel te diep
de verlossende brug naar jou zit gevangen
toen jouw scheppende schepper je schiep

in de watermassa naar Neptunus’ rijk
heimelijk verborgen door Aphrodite
Tantaluskwelling buiten handbereik
verwarrende mensenmythe



sitdownplease

de sputterende spuiter
heeft de stoel betoverd
een zadel voor de ruiter
nationalisme verovert

liefde en zuiverheid
roodwitte vlag
schijnheiligheid
tegenstelling, schaterlach

voorwerpen gaan roeren
leggen op hun wil
mensen durven niet verroeren
hun lach, angstig en kil

samenleven ongedwongen
onmogelijk zonder doel
geen overeenkomst gewonnen
zonder samenhorigheidsgevoel



tulp

rood en geel
schitterende kleuren
doen de lentefrisheid geuren
voel mij goed
wat dat doet
om mij fietser op te fleuren

bloem en blad
klaterende vormen
doen het bloed door mijn aders stormen
wat ik zie
poëzie
het ontsnappen aan mijn normen



the catwalk

het rode meisje komt gewandeld
zonder schroom alsof ze handelt
in blinkende jasjes met bijhorende tasjes
zelfverzekerd maar met kleine pasjes

flink van stap
maar niet te rap
begeleid met handgeklap
aan de zijkant van de trap

zwierig zwaaiend met haar tasje
rood van kleur zoals haar jasje
linker handje in haar zakje
met haar schoentjes zonder hakje

als een model zo volwassen
reeds ontgroeid aan kleuterklassen
genietend van de aandacht en het stappen
mama gaat begeesterd klappen



mysoul

weemoedige muziek voelt de troosteloosheid
wazig zwevende klanken voelen mee
afgebladderde bakstenen sferen vrijheidsstrijd
herinnering aan roots van overzee

op het zachte ritme in een donkere-tinten gezicht
glinsteren felrood omkaderde lippen
meeneuriënd met het muzikale gedicht
over het slavenschip op de klippen

wandel door de straten, snuif de geur
ervaar de sfeer en voel als zijn bewoners
soul is meestal een portret in kleur
je leert het beter kennen, het wordt schooner



dressuur

trotse houding van paard en ruiter
versmolten tot één geheel
ze bewegen elegant zonder gestuiter
maar geconcentreerd heel sereen

gefocust op hun beider beweging
die perfect moet zijn gestemd
op ritme en plichtpleging
paard als dier compleet getemd

gesmeed als de centaur chiron
gespecialiseerd in muziek en kunst
beeldhouwer als perfecte leerbron
voor ons visueel een gunst.




hoed

een schilderij heel ingetogen
door flarden dromen omgeven
intens ook en diep bewogen

zomerhoedje als bescherming
tegen het te felle licht
gezicht zonder herkenning
dode ogen op niets gericht

vertoevend in nirwanakleuren
rood en blauw en ook wel wit
fantaseer ik hier de geuren
van dit onwezenlijk bezit

in de verte hoor ik muziek
onderdeel van dit portret
beethovens vijfde, heraldiek
beeldende kunst in kwartet



delenteisbegonnen

eclatant gepenseelde natuur
als toppende vlammetjes van vuur
oranje geelrood met blauw omgord
de kleur van de lieve lente uitgestort

hemels toch die tere vormen
schitterend als nachtelijke glimwormen
van bloemblaadjes en kelkjes zo fragiel
geschapen en gevormd uiterst subtiel

crocusje vrijzinnige vriend
lenteboodschap tussen je structuren ziend
ben ik verwonderd om je prille prinselijk bestaan
door je schalkse schattige schoonheid aangedaan



blue hooks

kleur en licht
verborgen gedicht
degradé van alles naar niets
gelukkige broze kinderfiets

het lijkt voor mij
een alpenwei
het lijkt voor jou
de vriezekou

maar wat je ziet doet er niet toe
fantaseer, al begrijp je niet hoe
laat je wegglijden in die kleurenkadans
als was het een bijzondere bloemenkrans

geniet van het dromen
als frisse waterstromen
die je lichaam verkwikken
de realiteit openprikken

en je laten neerdalen
in zoete verhalen
van eeuwige paradijzen
en eclatante ontdekkingsreizen



buachaille

het water staat in brand
vanonder door vanboven
in ’t desolate bergenland
voer voor filosofen

geërodeerde bergentop
als decor voor deze scene
met op het voorplan keiendrop
en spiegel zonder gêne

onwezenlijk landschap
vervormd en uitgesleten
met ongekende gramschap
door schoonheid aangevreten

de krachtige kleuren exploderen
al kijk je in een vlammenvuur
herhalen zich in bergenmeren
op dit ontiegelijk avonduur

zo mooi zo crapuleus krachtig
door kunstenaarshand geboetseerd
ik blijf mijn nietigheid indachtig
tot de essentie gereduceerd



de criticus

een criticus verdraagt kritiek
een criticus is mededogend
een criticus is belerend
maar nog meer bevlogen

een criticus begeleidt je met plezier
een criticus is onbekrompenheid
een criticus is geen aasgier
maar schenkt je leertijd

gelijmde kinderen zijn we allen
daarom is onbevangenheid zo mooi
zoek de creativiteit van je jeugd opnieuw te vangen
laat je niet opsluiten in een kooi



choice

guitige glimlach op het juiste moment gevangen
leuke lachrimpeltjes om sensueel mooie mond
melancholisch blauwe blik vol vreemd verlangen
lichte vage voorhoofdrimpel beetje afgerond

menig mannenhart trouwhartig belogen
mooi omkaderde ogen, lichtspottende blik
lijnzuivere lippen tot cynisch lachje omgebogen
kakenlijn herinnering aan een leuke limerick

een Belgian Digitals mooi model
veroorzaakte op BD een technische rel
ze ging naakt zitten
onzedige kitten
de moderator trok geschrokken de bel



les deux garçons

les deux garcons
établissement du patron
en Avignon?

herinneringen kunnen plotse schichten zijn
alsof het verleden nu gebeurt
déjà- vu met liefdespijn
oude liefde opgefleurd

op dit terrasje zaten we voor het eerst
jij in je zwarte jasje
minirokje overheerst
ik met mijn fotocameratasje
uiterlijk heel beheerst
maar met vlinders in de buik
handen verstrengeld op de tafel
woordenloos liefdesluik
koudwordende suikerwafel
zot van jou met je blauwe ogen
je guitige kleine neus
je lieve lach mijn onderkomen
je zachte lippen gracieus

herinneringen kunnen plotse schichten zijn
alsof het nu verleden is
kunnen het ook dromen zijn
een woordenloos gemis?



senza

sensueel gulzige mond
getekend in lichtrood grisaille
ik vermoed je haar lichtblond
en een perfecte taille

ik droom mij een droom
met vakantiestranden
zonder enige schroom
wil ik in je armen belanden

de perfecte lijn van je lippen
uitnodigende rijpe perzik
mag mij niet ontglippen
door een minachtende blik

het ogenblik is voorbij
de magie gebroken
ik voel dat ik terugglij
ik word aangesproken



Brugge in Oorlog

de grote oorlog
foto’s…
stille stomheid
religieuze stilte

zoveel ellende
menselijke schande
voorbij alle fatsoen
wat een beestenbende
gruwel overmande
in het slijk een schoen

de natuur heel grotesk
akelige sfeer
cynisch carnavalesk
hoe wil je dat ik relativeer?

oorlog in beeld
lamento!

zelfdoding
veel grotere oorlog
veel prangender nog
depressie in het kielzog
winteroorlog?



circus

glimlachend karaktergezicht
in spagaat op een stalen kabel
ogen strak voor zich gericht
koorddanseres adorabel

rood flardenkleed
in het spotlicht
een jonge vrouw die optreedt

maakt ze haar kinderdroom waar
heeft ze hier haar liefde gevonden
of doet ze haar ding zomaar
op zomerse avondstonden



zovrij

vrijheid is niet gebonden
verschilt voor ieder individu
voor mij zijn het gezellige avondstonden
voor jou een wereldreis als reçu.

vrijheid, veel betekenissen
wat ook de vogelkleur
een term voor bemoeienissen
en uiteraard de mening van de adviseur.

ik wil vrij zijn ik wil blij zijn
de reden doet er niet toe
al is het voor mij appeltjeswijn
en voor jou een dieetgoeroe.

want laat ons wel wezen
vooral je eigen keuze
alleen door jou geprezen
is voor vrijheid de leuze

vrij om te zijn
vrij om te kiezen
dit is de scheidingslijn
om te bevriezen

commentaar van anderen
kritiek over je werk
is beknotting van het schilderen
is betweterig als in de kerk.



lente

westminstertikkende morgen
merel lentedeunt
zonnestralen reliëfen grijs
witblauw wolkengewijs

papieren vleugels
lentebroos
bottende blaadjes
groenende paadjes

buikgekriebel
frisse wind
kusjeslief
hartendief

hoerazingend lentebegin
hormonenopstoot
zachtrillende huid
mozarts toverfluit



verdwaald

witte mist schildert lichte grisailles
lome vrede nestelt zich
gevoel in je voldane taille
rust zoals je daar ligt

schemerend zachte dromen
op een grijze stille zee
verticale lijnen die opkomen
nemen je aandacht mee

zeilschip naar verre stranden
op zoek naar het paradijs
daar zachtjes neer belanden
een innerlijke reis

onschuldige slaap zo mooi
jonge vrouw in al je glorie
ik proef je geur van vers hooi
en een tikkeltje zeehistorie



Alexa

ver weg en zo dichtbij
in het schilderij van je gedachten
slechts een stip in het geheel
sta je nederig te wachten

waarop?

mysterieus gecraqueleerd
in de duisternis van je emoties
schimmig detail in het universum
diabolische devoties

waarheen?

ik heb je nooit ontmoet
en toch zie ik je in mijn dromen
soms hopeloos verlangend
heb ik je vastgenomen

Ik ween….



verdwenen

plots is de kou verdwenen
als een dief
samen met mijn lief
ik sta tussen grafstenen

ik mis je lijf en leden
de warmte van je buik
je innig bezongen drieluik
je sensuele uitkleden

de nacht is begonnen
zonder schitterende sterren
zonder warmende zonnen

emotioneel versperren
reusachtige bronnen
mijn liefdesterren



licht

regenbooglicht weerkaatst op glas
danst in beweging en schittering
in soepele golven van herinnering
beeldend meisje dat je ooit was.

vijf decennia later hebben je rimpels
je schoonheid niet gekwetst
al zijn moeilijke jaren op je afgeketst
je haalt het met vlag en wimpel

Gesleur en de zon hebben je huid getaand
gelooid en geplooid als leder
geschuurd door wind en weder
verguldsel zal vergaan maar leder blijft bestaan

En toch pinkelen je ogen jong
als die van een spinnende poes
zongenietend in warme roes
je levensloop een zevensprong



fragiel

Meeldraden lijken koffiebonen,
de stamper een tapijtendot,
daar waar de bijen in wonen,
de essentie van het levenslot.

De kern van de bloem en van het leven,
omringd door bladen van de kroon.
Veelvuldig naar bevruchting streven
steeds terugkerend vertoon.

Wanneer de bloem zich fragiel openlegt,
ontstaat er een explosie van hormonen.
De natuur stuurt dit voortplantingsgevecht
om het met vruchtbaar zaad te bekronen.

Bloemen zijn een kort leven beschoren.
Ze bloeien fris, breekbaar en mooi.
Hun functie is heel kort bekoren,
daarom die betoverende tooi.



kontjes

greyhorse heeft het voor kontjes
en niet alleen van blondjes
zalig wegdromen in bedwongen licht
een veelkleurig bezongen vreugdegedicht

het laat je fantaseren
zonder te alarmeren
in een warme bedcocon
op de schaduwrand van de zon



Kerstmis

er was een wasdraad gespannen
dwars door de keuken van hoek naar hoek
daaraan hingen tientallen witte zakjes
uit de apotheek van vader naast zijn grote boek

normaal werden daar pillen in gestopt
met veel zorg en preciesheid bereid
maar voor kerstmis waren het snoepjes
en kleine geschenken, gezinsbegeleid

de avond van kerstmis zaten wij allen
met vader en moeder rond de boom
wij zongen liedjes, suza nina, stille nacht
witte blaadjes aan de lange wensdroom

na ieder liedje mochten we om beurten
een zakje losmaken van de wasspeld
verrassing om het lekkers en geschenken
het kerstverhaal werd opnieuw verteld

verlichte boom versierd met glanzende bollen
antiek stalletje met plaasteren beeldjes
zorgden mee voor de intense en gelukkige sfeer
voor ons waren dit duizenden juweeltjes

tijden ver in mijn herinnering geschoven
heimwee naar die mooie momenten van geluk
komen bij dit schrijven weer naar boven
op zo’n ogenblik kan niks meer stuk

ik keer terug naar vandaag en nu
overweldigd door het kerstman lawaai
met veel toeters en bellen
materialistisch schreeuwende kraai



summerly

Je gezicht glimt roserood tussen de papavers.
Donshaartjes op je bovenlip glinsteren in het tegenlicht.
Jou lippen tuiten, spotten drogerend mijn lichaam.
Intense gloed stroomt sidderend door ons lijf.
Lange haren dartelen in de zoete wind van jou lente, bedekken je borsten als transparante gordijnen,
laten mijn weerstand verdwijnen.
Gebiologeerd smelten de laatste remmen.
Ongekende krachten nemen over, laten ons dansen en genieten met een ontembare goesting naar meer.
De bloemen wiegen in de warme zomerwind, volgen ons ritme! De kleuren nemen over, schitteren tussen groen en rood, verzinnen onze dromen. De warmte trilt en zingt met ons mee. Jouw geur mengt zich met het parfum l’ aimant van rozen. Een vink jubelt zijn lied naar een hoogtepunt.
Langzaam verdwijnt de betovering en maakt plaats voor een ontspannen terugkeer naar nu.
Carpe diem!



lepidoptera

rode varens bestrijken haar fiere lichaam

haar oprijzende slanke hals ondersteunt
haar karakterhoofd

gouden vlinder verbergt haar ogen
en schildert zijn voelsprieten op haar gezicht
Lalique gelijk

op haar lippen een te verzinnen gedicht



zonder titel

Een ufo glijdt in geel en blauw
zwevend langzaam als een arend,
over de wolken varend
in de vroege ochtenddauw.

Oplichtend geel in blauwe bogen,
sierlijk door de donkere nacht,
in diepe stilte onverwacht
sierlijk zwevende triomfbogen.

Hebben de bewoners God gezien,
hebben zij de sterren ontmoet?
Of was het te donker misschien!

Is het de kleur van de avondgloed,
of een drone clandestien?
Een speeltje uit tovenaarshoed?



blue dreams

IJzig grauw in tinten blauw
schildert felle dromen
liefde bracht mij in het nauw
geheime astronomen
ogen staren vastgevroren
verbergen ongekend verdriet
nog geen duizend metaforen
beschrijven jou levenslied
Ga weg nu
hou op met staren
Ik vraag het u
laat mij ontwaren
wat je hart gebroken heeft
wat er diep van binnen leeft.



naturelleke alix

ogen ontmoeten
ogen begroeten
assertieve jeugd

kijkt recht in je ogen
bewust zelfverzekerd vermogen
van wat pure schoonheid vermag
overtuigd van zichzelf, jong gezag

fier poserend voor de fotograaf
volwassen wordende meid, puntgaaf
borstjes naar voor, wilskrachtige mond
sensueel onschuldig, fatsoen gegrond

heel naturel
would-be fotomodel
geniet van het leven
veel gegeven



als een paal

soms denk je, dat is het...
maar anderen zien het niet.
dan ga je twijfelen...
zelfs met verdriet.

maar je weet wat je ziet...
de anderen niet.
wees blij en tevreden...
zij hebben het niet.



loveisinthestreet

de straat lijkt verlaten troosteloos wenend
achter tralies
het felle zonlicht verdrijft de donkere sfeer
en maakt een soort lenteweer
sporadisch

Je speurt de witgrijze lege leegte af
achter het hoekje
je haar gestyleerd naar boven geprofileerd
ogen en lippen gemaquilleerd
love op een klein doekje



Passio

Het doet mij aan Toulouse Lautrec denken
Het figuratieve en de kleur,
het gevoel van verschalde passie
en geparfumeerde oudewijvengeur

Charetellenlingerie ,bloot vrouwenlijf
in bruinroos palet vervat
verloederde vertekende stoffentinten
symbool van hoerenkrat

maar ook de aristocratie van de verschoppeling
en zijn intiemste momenten
gebroken mensen in het nachtelijk Parijs
onderwerp van Henri’s experimenten

sfeer ook van laat 19 de eeuwse periode
Van Gogh, Degas, Renoir
Moulin de la Galette en Moulin-Rouge
syphillis als abattoir



reukflesje

als een slot omringd door zijn gracht
als een graal belicht door de zon
staat dit bouwwerk op wacht
weerspiegeld in zijn liefdesbron

houder van zoete zachte geuren
rijke verpakking van goud en glas
schitterende klankvaardige kleuren
sensuele verleider, bedwelmend gas

als een lichtgolvend liefdesschrijn
met prikkelende geurimpressie
roesverwekkend erotisch venijn
veelbegeerde vrouwenobsessie



blue dreams

IJzig grauw in tinten blauw
schildert felle dromen
liefde bracht mij in het nauw
geheime astronomen
ogen staren vastgevroren
verbergen ongekend verdriet
nog geen duizend metaforen
beschrijven jou levenslied
Ga weg nu
hou op met staren
Ik vraag het u
laat mij ontwaren
wat je hart gebroken heeft
wat er diep van binnen leeft.



melancholie

aanbidt de zon
in al haar naaktheid
breekbare cocon
zoeken naar waarheid

schaduwtralies versterken het licht
vinden geen antwoord op je vragen
geen reden voor je levensgedicht
dat je gedachten doet vertragen

schril is de pijn
grauw het vooruitzicht
je vraag over het zijn
komt met het avondlicht



gratis of toch bijna

de cellomuzikant met vingerloos gebreide handschoenen
bestrijkt met liefde zijn bruinrode glanzend instrument
de natte kasseien van het marktplein wenen hun zoenen
op de trage diepe klanken van de strijkende student

zijn witte jas omlijst de snaren als behoedt zij zijn heilige schat
dieptrillende warme emoties contrasteren met de vochtige kou
noten als hemelsklinkende druppels in een muzikaal galmend bad
schenken hem muziekspelende vreugde wat hij altijd al wou

mooie jongeman op een stoeltje midden op het marktplein
jij maakt mij melancholisch en doet mij dromen van de zee
zachte warme vibrerende snarenklanken verwarmen mijn zijn
ik wil samen met mijn geliefde zo graag met je mee…



carglas minus 10

kijkend door de achterruit
zie ik niet wat ik verwacht
op panoramisch glazen huid
is een sprookje aangebracht

door kunstenaar natuur
met scherppuntig koud penseel
een onvoorstelbare structuur
een ingewikkeld ritueel

ijzig blauw gemengd met wit
schept elfjes-achtige ijsfiguren
ik die gewrongen op de autozetel zit
probeer er dwars doorheen te turen

naar mijn dagelijks banaal bestaan
in de ”reële” wereld
van fantasie ontdaan
koudhartig teruggekegeld



Dit is geen zwart-wit

zeeschuim roomt op korrelig nat zand
water met fel zuurstofwit gevuld
voortdurend Aphroditegevecht met kant
in schaduw van rotsen gehuld

getijengeleide ziedende zee
terugglijdend op meespoelend zand
met gesloten ogen glijd ik mee
eens bereik ik de oneindige rand

plotse weemoed vult mijn ogen
het zilte water vult de zee
onuitgesproken dialogen
herinneren aan wel en wee



voetstappen

voetstappen in het zand aan het strand
afgetekende schaduw aan dezelfde kant
die de looprichting signaleert
eentje loopt er verkeerd.

wandelaars genietend van de gezonde lucht
kijken naar een meeuwenvlucht
soms met schoenen soms op blote voeten
elk zijn manier om de wereld te begroeten.

de grofheid van de zandkorrel daar
slechts enkele meters van elkaar
heeft een andere grootte een andere structuur
omwille van de landschapsarchitectuur

de eerste lijkt een mannenstap
verpakt in een schoeisel voor de aftrap
van een sportevenement, beachvolley misschien
dat kan je in de zomer wel meermaals zien.

de tweede een jonge vrouwenvoet
waarvan de huid het zand begroet
soepel zwevend langs het strand
langs de kalme waterrand

de derde afdruk is van een kind
met schoeisel dat je in de winkeltjes vindt
lichtvoetig lopend langs de kant
dat zie je aan het opgeduwde zand.

drie individuen alleen op het strand
het kon een familie zijn spelend heel galant
de vrouw gaat naar haar liefde toe
de kleine loopt en is nooit moe.

of zijn het wandelaars alleen
en lopen ze kilometers aaneen
komt het kind schelpen zoeken
om te wisselen voor zijn lievelingboeken?



klappershow

schrijven met kleuren en licht
gevoel voor lijn en vorm
zintuigverwennend bloemengedicht
vrij van wet en norm

verkreukelend ontvouwen
coconverlatende vlinderbloem
gevleugelde elfjes als vrouwen
fashionstoffen eeuwige roem

lelijke eend
wordt mooie zwaan
bizar en vreemd
subtiel licht van de maan



it was not a dream

mag dromen dan niet meer?
of ben je vergeten hoe dit voelt?
meningen zijn persoonlijk veeleer
soms ook goedbedoeld

stel je een wereld
zonder enige fantasie
kunst is emotie
soms voel je die nie

een kleine suggestie
verborgen in flou
schenkt meer perceptie
dan enig vulgair gedoe



touch me gently

in Vlaanderens velden waar de klaprozen bloeien
verkenners van vermorzeld land
zullen morgen nieuwe bomen groeien
ligt het verleden verborgen onder zand

honderd jaar is het geleden
mensengekte sloeg weer toe
herinneren we ook in ’t heden
dat verschrikkelijk gedoe?

conflicten bevechten met geweld
het is van alle tijden
eerst de grote massa geveld
de kleine man moet lijden

grote heren staan te pronken
met pauwenveren in hun gat
staan naar rijkdom te lonken
houden ‘t plebs dom en zat

onder het mom van idealen
onder het mom van religie
regelrechte kanibalen
met hun dievenindustrie



naturelleke alix

ogen ontmoeten
ogen begroeten
assertieve jeugd

kijkt recht in je ogen
bewust zelfverzekerd vermogen
van wat pure schoonheid vermag
overtuigd van zichzelf, jong gezag

fier poserend voor de fotograaf
volwassen wordende meid, puntgaaf
borstjes naar voor, wilskrachtige mond
sensueel onschuldig, fatsoen gegrond

heel naturel
would-be fotomodel
geniet van het leven
veel gegeven



loveisinthestreet

de straat lijkt verlaten troosteloos wenend
achter tralies
het felle zonlicht verdrijft de donkere sfeer
en maakt een soort lenteweer
sporadisch

Je speurt de witgrijze lege leegte af
achter het hoekje
je haar gestyleerd naar boven geprofileerd
ogen en lippen gemaquilleerd
love op een klein doekje



Hooglede oorlog en vrede

oorlogskerkhof
altijd iemands kind
kruisen onder stof
niet hij die overwint

de boom is gegroeid
heeft de kruisen omarmd
ze koesteren zich tussen zijn wortels
zoals jonge mannen zich hebben verwarmd
tussen de borsten van hun tortels
door bommen verknoeid

groen mos bedekt de verweerde witsteen
schuin verzonken naamloos kruis
geboren in het verkeerde land
zijn heimat geliefde thuis

Er kommt nie wieder
hij komt niet naar huis
presidentengeklieder
het was per abuis



disco fever

spinrag fijne draden
omzwachtelende dodenval
gesponnen tot lijkwaden
trillend spin-geschal

sterk als titaan
kleverig geweven
gespannen landingsbaan
verrassend insectenleven

schitterend helder als kristal
discolicht in tunnelvorm
ongekende lichtinval
verhelderende zomerstorm

vermomd in glinster en glitter
als een roulette in casino
spelers vallen in talieter
voor de spin haar capucino



poesje

poesje klein, poesje mijn
zittend op een zacht gordijn
kijkend vol verwachting naar…,
trillend met je snorrehaar.

speelkameraadje ,echt zo lief
kleine donzige hartedief
van jong en oud, van alle mensen
die dieren gelukkig wensen.

kinderlijke onschuld
verrassend ongeduld
in harige mantel verpakt
blinkende oogjes, als gelakt.



enchanted forest

Dansende bomen daggelen naar boven
in zigzaggende lijnen vertikaal.
Graag uit de grond naar boven gezogen,
bewegen en fluisteren zij muzikaal.

In tekenend tegenlicht grillen ze zwart,
die zwabberende zwalkende zwevers,
vertolken de herfstblues heel verward,
ze lijken wel wevende wevers.

De zon stuurt haar stralen nog lentefris
doorheen de dichtbevolkte stammen.
Ik hoop dat mijn leven nog leven is
wanneer de winter wordt aangevangen.



zaaddoosje

Vierkant ,
kurketrekker
schroefrand
aandachtswekker.

wonderlijke vorm met zichtbare structuur
als een juweel geboetseerd, zo duur
voelt het aan in dit fragiele tegenlicht
waardoor de randen worden opgericht.

opgehangen aan een heel dun takje
zo vastgemaakt in ’t vierkant vlakje
voelt het broos als ragfijn goud
te bewaren in een doosje van cederhout.

op een grond van verlopend bruin
zie je hier de top en het sublieme kruim
van natuurgevormd design zo knap
dat ik die dit zie naar adem hap.

het past aan de hals van een langharige schone
zodat dit wonder zichzelf kan tonen
op de huid van een bleke blanke borst
esthetiek in goddelijke vorm getorst.



watercolours

aquarelletje snottebelletje
op een wit papieren velletje
stoppelveldje gewaterverfd
visueel sensueel ingekerfd

winterlandschap maisbodem
waterplas licht aangevroren
bomentakken akelig bloot
kruin vanboven winterdood

lucht vergrijsd met iets blauw
ik voel hier zo de winterkou
alleen het lichte groene gras
matcht met mijn winterjas

diep in mijn wollen winterpet
geniet ik van deze winterpret
handen diep in mijn zakken
blijf ik hier mediterend plakken

een snuifje heimwee kriebelt mijn maag
winterblues zingen gestaag
brengen mijn benen weer op gang
nee verdomme, ik ben niet bang



dromen

tussen Munch en Monet
wimpelen bloemen omhoog
aquarel gesneden in
eenkleurige regenboog

wegdeemsterende herfst
sleurt mijn gedachten aan flarden
in hardrood gebald
beginnende dementie is niet te harden


stokkende keel
geluidloze roep
geen tikkeltje geel
ik sta op de stoep

los zand onder mijn voeten
ik weet het niet meer
angst komt mij begroeten
mijn hart gaat tekeer!



Kiltchum Castle

Horizontaal gesneden horizon
scheidt realiteit en spiegelbeeld
op het water.
Het kasteel in de verte, verworven ruïne,
hertekent zich in grisailles van het stille meer.
Heeft een kater
van de vele twisten en oorlogen uit het verleden.
Ruwe potentaten vochten er voor rijkdom en macht.
Trofeeën voor later.

Bergtoppen achter het kasteel
vermommen in slierten wolkengewaden.
Groenbruine flanken
sijpelen de hellingen af samen met hemelwater
naar de groene bomenrij aan de rand van rotsenwoestenij.
Sonore orgelklanken.
Spiegelwater op het windloze meer
schildert klare wolken en zuilende rotsen.
Stille zitbanken.

Geen mensen meer
die de wereld komen verpesten.
Zuiver natuur.
Een verlaten, versleten stenen burcht,
herinnering aan een roemrucht verleden.
Aardstructuur.
De koppige kale keien glimmen in het water
hebben geduldig hun getarte territorium heroverd.
Met partituur.



marc rothko

op de museumbank
drie konten in zwart wit
onder de dragende plank
laarzen van verschillende snit

in stilte kijken die vrouwen
devoot als in de kerk
met opgetrokken wenkbrauwen
naar de kunstenaar’s werk

kon ik in de hoofden kijken
was dat maar waar
verrassingen zouden blijken
uit hun onuitgesproken commentaar

abstract expressionistisch
kleurrijke vlakken
tegen de muur chauvinistisch
niet zomaar beet te pakken



papaver

zijdepapier kreukelig zacht
vouwt zich langzaam open
paarsrood naar voren gebracht
ontwart de strepige knopen

schitterend visueel
de grote papaver
ontluikend ritueel
uitwendig braver

inhoud misbruikt
door geld en door macht
maar ook liefde die ontluikt
zodat het leed verzacht





menno

Menno Wigman

een dichter is vandaag gestorven
heb hem niet gelezen
ook niet genezen
was dat zijn verdriet
ik weet het verdomme niet
een dichter is vandaag gestorven
handvol hopeloze idioten
graven onverdroten
naar levenspoëzie
een dichter is vandaag gestorven
daar kruipt al zonlicht in zijn lijst
ik hou me nu wel heel gedeisd
leven is nooit verworven



gitaarmuziek

flinterdun strelen de snaren doorheen mijn twijfels
behendige vingers dartelen over de gitaar
hemelse klanken versmelten mijn emoties
in een ongrijpbare weemoed.

waar ben je
wat doe ik hier

verloren zoek ik
in flarden muziek
naar mijn essentie en zijn
emoties vullen notenbalken



zwart en wit


zwart als de donkere nacht
zijn haar ogen kristallen wapens
brandend als een zilveren vlam
geheimzinnig cryptogram

jonge schoonheid
zelfverzekerde onschuld
een knetterend vuur
gelukkig op wie zij wacht



roest op drie vlakken

enveloppe…
JIJ schrijft ???

ijdele hoop
rode liefde
zwarte dood
mijn geliefde

driemaal gelaagd…
JIJ blijft???

simpele troost
gespikkelde roest
verlangend kroost
lachend geproest

driehoek en vierkant…
JIJ beklijft???

sinaasappelhuid
oranjerode lippen
maagden-toverkruid
lichamelijk flippen



zomer

een korenbloem die je in november vond
die is begot de tijd vergeten
of heeft teveel tijd gesleten
in de warme zomergrond

van wit naar blauw
van licht naar donker
schakeringen met een wow
dit is heel bijzonder

groenblauw sterke mooie groeier
fris als de lente ondanks de herfst
bedauwde sierlijk late bloeier
voorbode van een nieuwe kerst



helianthus

ik wilde een verhaal vertellen
gesponnen in mijn hoofd
van oranjerode waterbellen
dat had ik haar beloofd

maar waterbellen barsten
de zeep verliest haar kracht
dromen gaan knarsen
had zij nooit gedacht

de bellen werden foto’s
met oranjerood gezicht
je luistert naar concerto’s

verwacht een mooi gedicht
met borst en dij verweven
en oranjerood verlicht



wachten

onder architectonisch geweld
staat een man nonchalant eenzaam te wezen
door diagonale grootsheid gekweld
overdonderd door dit machtige geprezen

bolwerk van staal en beton
technisch kunstwerk van menselijk vernuft
kameleon in de late avondzon
een te late trein komt langzaam aangepuft

misschien is zij met deze meegekomen
komt zij kwiek de trappen op
schoonheid uit zijn jonge dromen
’t wachten is dan plotse hiphop

velourse broek boven open sandalen
vakantiehemd in zwart en wit
wie is die man ,hoe kan ik dit achterhalen
broze mensenseconde, fotohit



modellen

vrouwenlichaam, kathedraal
oprijzend als gotisch staal
met man vervlochten architecturaal
wat een sublieme beeldentaal

statisce dans verstrengelde lichamen
spelend licht klaar en donker
versteende kadan filmopname
bruinzwart getemperd glanzend geflonker

berg van lichamen bijna klassiek
perfect modellenwerk tot eenheid gebogen
opgebouwd gebeiteld door oude griek
exuberant maar ingetogen.



concentratie

onvoorstelbaar mooie vlucht
op een bed van blauwe lucht
acrobatie uit kracht gebaard
zeker een waardering waard

als een ufo sterk van vorm
bek halfopen vliegtuignorm
vleugels voor met brede staart
toppen vierkant open geschaard

zo vliegt de stern hoog in de lucht
gevangen in een korte zucht
door scherpziend oog van fotograaf
wat een plaatje mooi en gaaf!





tobeornottobe

kijken naar ?
in stille verwondering
volkomen waar
met koude huivering
kijkt de massa

stil en stom
verborgen in de menigte
geen enkel gegrom
alleen maar het ritme
van de anonimiteit

Ik zie het
zoals alle anderen
ik durf niet protesteren
sta alleen te sidderen
onrecht is eenzaam

bange mens
hoopt onbekend te blijven
dit is zijn enige wens
laat anderen maar wegdrijven
ego is mijn!

to be or not to be




condens

cohesie, adhesie,
plus en min
yin en yang

spel der krachten
aantrekkende machten
tot zichzelf en tot een ander
tegen- of een medestander.

condens op een plaat
gevormd door die krachten
die yin en die yang
het eeuwige smachten

verliefd op zichzelf, verliefd op een ander
elektrisch veld, zoete meander
door wetten gestuurde natuur
ook wij onderhevig aan deze structuur

geboorte en dood, vreugd’ en verdriet
zonder het één is het ander ook niet.
mannen en vrouwen, zonder gebaar
gevoelens vertrouwen, zonneklaar.



trendycafé

ingewikkelde eenvoud
bruinrode trap naar het onbekende
iedere stap een ander onderhoud
elke trede een legende

warm licht in een sfeer van blues
uitnodigende klanken in kleur
emotiediepe levens-grooves
indiepe kruidengeur



muur

Inox balustrade op grindbeton
glinstert horizontaal.
De betonnen kleurenkathedraal
opent een groene ton.

De natuur is altijd sterk.
Zij is geduldig en wacht af
neemt altijd terug wat ze gaf!
Ook alle mensenwerk.

Groeikracht is het woord,
altijd herbeginnen,
werkt altijd voort

zonder te bezinnen.
Traagdraaiend zoals het hoort
om alles te overwinnen.



jana

gosh kind

wat kijk je gelukkig in kinderlijke onschuld
dromen van volwassenheid en dit vol ongeduld
ik zou je goeie raad willen geven, maar luisteren doe je niet
geniet nù van het leven, beter wordt het niet!

het jonge verwachten, het verlangen naar
doet je hartje smachten naar dat andere daar
maar weet dat het verlangen beter is dan het geschenk
eenmaal verworven is ’t niet meer dan een bedenk
aan herinneringen die naarmate je ouder wordt
het nù verdringen voor een leven dat wordt ingekort
geniet dus van de mooie jaren van je onbezonnen jeugd
het geeft je veel meer liefde, genoegen en vreugd.



onderweg

hoe herkenbaar soms de dingen
hoe verrassend ook vandaag
scenes die plots gaan zingen
overstijgen dorpsgeklaag

het toont zo Vlaams, manden die wachten
gestapeld tegen betonplaten muur
bezaaid met korstmos en algenvrachten
duivensport, Vlaamse kultuur

zelfs dit erfgoed gaat verloren
door het grote geld gekocht
zoals de energiesectoren
nee, niet vergezocht!

koester dat weinig authentieke
dat achter het kleinste hoekje schuilt
later worden het relieken
in musea ingekuild



ik zie je wel

ogen zeggen veel
doen vragen rijzen
naar mond en keel
die naar het onbekende wijzen

ogen zeggen meer
over het nu en heden
meer dan één keer
en ook over het verleden

ogen zeggen meest
over wie je bent en was
over je lichaam en je geest
over wie je wordt alras.



wachten

onder architectonisch geweld
staat een man nonchalant eenzaam te wezen
door diagonale grootsheid gekweld
overdonderd door dit machtige geprezen

bolwerk van staal en beton
technisch kunstwerk van menselijk vernuft
kameleon in de late avondzon
een te late trein komt langzaam aangepuft

misschien is zij met deze meegekomen
komt zij kwiek de trappen op
schoonheid uit zijn jonge dromen
’t wachten is dan plotse hiphop

velourse broek boven open sandalen
vakantiehemd in zwart en wit
wie is die man ,hoe kan ik dit achterhalen
broze mensenseconde, fotohit



walk on the wild side

walk on the wild side
nu nog fris en jong
mannelijke helft van Bonny en Clyde
vindt de volwassenen toch zo dom

loop naar avontuur
zonder ervaring een zegen
alleen bij het late uur
kom je jezelf wel tegen

op zoek naar het leven
op zoek naar de andere kant
het wordt je slechts in stukjes gegeven
voor je in de volwassenheid belandt

jonge beentjes trippelen op stukgereden weg
geniet nu het mooiste van je leven
binnenkort hebben anderen hun zeg
dan is’t gedaan met zweven



trendycafé

ingewikkelde eenvoud
bruinrode trap naar het onbekende
iedere stap een ander onderhoud
elke trede een legende

warm licht in een sfeer van blues
uitnodigende klanken in kleur
emotiediepe levens-grooves
indiepe kruidengeur



the return

Toulouse ook wel Lautrec
vrijpostige vrouwengek
schamende schimmen achtervolgen
om verloren lijfelijke liefde verbolgen

of de champagnecharleston
in een avontuurlijke avondzon
met uitgelaten melancholische mensen
die zich een zwoele zomeravond wensen.

een avondje uit de belle epoque
sensueel als een arabische artisjok
symptomatische syphillis op straat
evengoed voor de artritis-aristocraat



tobeornottobe

kijken naar ?
in stille verwondering
volkomen waar
met koude huivering
kijkt de massa

stil en stom
verborgen in de menigte
geen enkel gegrom
alleen maar het ritme
van de anonimiteit

Ik zie het
zoals alle anderen
ik durf niet protesteren
sta alleen te sidderen
onrecht is eenzaam

bange mens
hoopt onbekend te blijven
dit is zijn enige wens
laat anderen maar wegdrijven
ego is mijn!

to be or not to be



the piano sanatorium

statig krachtig staat de piano
verloederd verlaten verleden
luxehout gepolitoerd
Art Deco aangevreten

verguldsel zal vergaan
bezielers zijn verdwenen
muziek die blijft bestaan
we moeten entertainen

subjectieve schoonheid
emotioneel verdriet
tanende grootheid
zij vergeet het niet

herinnering aan de liefde
aan het einde van ’t verhaal
dat haar hart doorkliefde
moeilijk te verwoorden mensentaal



banaleschoonheid

stoel op stoelen stoel aan de tafel
kinderen joelen suikerwafel
schoolherinneringen reftergeluid
leerbeslommeringen kleine schavuit

onderbuikgevoel eerste lief
lentegewoel excessief
borden rammelen frietengevecht
glazen waggelen mayonaise ontzegd

vloeren geboend nonnenkarwei
meisje gezoend kloostervallei
potje gestraft kamerarrest
sigaretje gepaft leraar gepest

schoolse jaren internaatvrienden
soms barbaren voor oudgedienden
leuke tijd lekker gevoel
blauwtjes ingewijd voetbaldoel



papavernaderegen

Vicky heeft iets met papavers
zijn dan ook heel fris als klavers
tussen beregend gras in mei
en bezoekjes van een bij

het rode rood zo indrukwekkend
als een nachtegaal die bekkend
fluit op ’t ritme der natuur
rodepoten tureluur

zijdepapieren bloemenblaadjes
opgefleurd met waterstraatjes
verleidelijk neergepoot
aan de kant van d’oude sloot

’t bloemetje heeft ook verborgen kantjes
voor de maatschappelijke randjes
bruine suiker is dat deel
verslavend junkyritueel

omwoelde velden als habitat
aan de randen van ‘t boerenpad
staat die mooie heerlijke blomme
en maakt mij melancholisch verdomme



paaldanseres

soms zie je iets
het komt uit het niets

je begrijpt het helemaal niet
je weet niet wat je ziet

maar het intrigeert.

Telkens weer kijk ik ernaar
dat eigenaardige sierlijke gebaar
van deze steltenloper
met evenwichtsbalk in de hand
aan de rotsenrand

het is sensueel
verlenging van de benen versterkt het geheel
van vertikale lijnen
die in het ongekende verdwijnen

ik zie Sint Joris vechten met de draak!



draaierig

Ik draaizweef in een groene tornado,
geen bodem meer onder mijn voeten
torm zwiept groen gras een eldorado,
ik wil jou zuivere ziel begroeten.

Ik wil je grijpen in mijn val
langbenige naakte blonde.
Je glijdt voor mij uit in interval
in je eigen gestreepte sponde.

Ik huil en ik roep, kom hier toch bij mij,
ik wil je voor eeuwig beminnen.
Mijn zinnen bevelen dat ik met je vrij,
je zegt dat ik mij moet bezinnen.

Waarom speel je dit wrede spel?
Waarom deze tantaluskwelling?
Maak je liefde voor mij geen hel,
verlos mij van mijn zelfkwelling.

Mijn droom is verdwenen,
jou paradijs weg,
gekke fenomenen
zuivere pech.



mariadolores

mooie jonge vrouw zo verliefd
in bittere rouw diep gegriefd
door onrecht je geliefde aangedaan
smachtend schoon heb je dit ondergaan

hoe verschrikkelijk abuis
stervend vermorzeld aan een kruis
je geliefde zo te zien
tot de diepste diepte afgezien

actueel nog iedere dag
vervolging omdat je niet zeggen mag
wat jou geloof en liefde is
conservatieve wildernis

waarom veranderen mensen niet
veroorzaken ze steeds weer verdriet
zo onzinnig zo banaal
als ons eigen levensverhaal



Vlaamsegaai

Vlaamse Gaai heel trots op een tak
zelfverzekerd kijkend rustig op je gemak
geveerde mantel met verfijnde kleuren
doet je gestalte heel erg fleuren.

je bent terug in onze contreien
zoals in mijn jeugd aan waterpartijen
met gestreepte kop en mooiblauw gevlek
je geaccentueerde kaken en stevige bek.

je was het slachtoffer van ons kinderspel
samen met meesjes was dit je hel
vogeltjes vangen in de witte sneeuw
wat een wreedheid, wat een geschreeuw.

onschuldige kindertjes waren wij niet
spelen in ‘t bos en aan het riet
zoals in de zomer meikevers vangen
om ze aan een touwtje op te hangen.

gelukkig is er nu sms en getwitter
en zijn de onschuldigen nu gsm-bezitter
vogeltjes vlieg dus rustig rond
we sluiten met jullie een vredesverbond.



theportrait

herfstkleur
zachte lichten
mag ik dromen
bij je komen
meisjesgeur
zoete gedichten



T-vorm

drager van het offerlam
als compensatie van de kruisiging
mooie jongeman
ingetogen huldiging

hij staande als een adelaar
geconcentreerde spieren
zij met dubbel handgebaar
beschermend zegevieren.

klaar voor de vlucht
onder last gebogen
naar dé hemelse vrucht
mooi en ingetogen.

innig verstrengeld
in diepste intimiteit
hun liefde aangezwengeld
wat een schoonheid



steltkluut

hoog op poten
scherpe bek
stelten gegoten
platte nek

badend in slikken
langs de rivier
prooien wikken
etensplezier

kijkers donker
aandachtig en fel
zwart geflonker
de macht van het spel



sheep

bizar
die schaapjes op het droge

een sfeertje ingetogen
om de fotograaf te eren
als zou het niet mogen
om te commentariëren

je kan ze tellen
en dan slapen
met hun vellen
zonder gapen.

of ze slachten
en ze eten
in donkere nachten
met vrienden gesleten

het ga je goed
en laat het wel wezen
wat je met je vrienden doet
is als een goed boek, uitgelezen.



sdantwerpen

je staat in lange zwarte mantel
tegen een massieve bank geleund
als na een vermoeiende wandel
lijk je hierdoor gesteund

een dagblad nonchalant gevouwen
achtergelaten aan de andere kant
geeft toch een zeker vertrouwen
maakt met jou een band.

vierkante tegels grijs gespikkeld
maken de compositie ingewikkeld
onderbroken door een soort schuin vertikale rail
samen met de horizontale het evenwichtsdetail.

Van boven bekeken, geheimzinnige sfeer
wat sta je daar te doen , wat is je verweer?
om in deze grote ruimte helemaal alleen
met je rug naar me toe te staan, patogeen

mysterieus beeld schept vele vragen
waarom, waarvoor kom je hier opdagen?
kapteer je na ’t drukke geweld de rust
om dan verder te kunnen naar hartelust

in schoonheid verloren
een krachtig moment
maakt je herboren
maakt je content!



'T is nacht

T’ is tijd om te gaan slapen.
De sterren flonkeren in de lucht,
de hond ligt lui te gapen
er is nu geen gerucht.

‘S avonds als de mane schijnt
en ‘t land zijn ruste vindt
komt de tijd voor ’t bed.
De kindjes slapen onschuldig,
de volwassenen geduldig,
de natuur zijn wet.

De verlichting in de straat,
voor wandelaars gebaat
verspreidt zijn spookverhalen.
De laatste nachtuilen verdwijnen
alleen de lampen gaan nog schijnen
de blaren blijven nederdalen.

In de slaapkamer is het stil.
Het weinige licht schijnt kil
door de kieren van de ramen.
Ik slaap niet, voel me bang.
Het wakker liggen duurt te lang,
eens lagen we samen.

Nu lig ik hier alleen
met opgetrokken been
naar het plafond te staren.
Ik droom van vroeger tijd
met veel verdriet en spijt.
Ik herinner me jou gebaren.



dediepstedraai

droom woelige nacht
intensief orgasme coïtus volbracht

sterke emoties extreme gebeurtenis
kleurenexplosies tovenaarshoogmis

zo kan ik mij de dood voorstellen
gegrepen door een onverwachte wolk
van intensieve ontploffende kleuren
meegezogen in een ontembare kolk



delfientje

zwerkende vlammen die zwieren en zwaaien
zwibberend zot als een brandend spook
bewegende danser met forse draaien
slingerende sluier als rode rook

haar voeten bewegen op ritm’en muziek
haar armen heel hoog opgeheven
een intens kletterende kleurenlyriek
een oersterke ode aan ’t leutige leven

mooie meisjes die dartelend dansen
zo verschrikkelijk schalks en schoon
onzichtbaar hoe zij bangelijk balansen
tussen geselend geweld en schroom



nensimpelenpaddestoel

harmonie tussen hout en zwam
zowel qua vorm als kleurenvlam
omhooggerezen herfstig trots
vastgeankerd als een rots

een leven kort beschoren
wie wil je nog bekoren
in t’ zachte licht van t’ bos
en t’ groenzachte mos?



bontespecht

getokkel op bomen
boor als machien
prachtige steunstaart
heel goed te zien

hangend aan takken
klimmend op schors
voortdurend hakken
bomengedors

zoeken naar wormen
onder de bast
vreemde vormen
zware last

ik heb je zien vliegen
ik heb je zien werken
niet om te liegen
je sterke vlerken.

trillend geklop
geratel snel
kunde ten top
mag dat wel?

vliegend naar bomen
op en neer
zoekend naar eten
meer en meer.



boomklever

ik stel mij tegen geelgroen
geklemd aan berkeschors
zie het jullie nog niet doen
kijk niet zo nors!

tegen een boom aankleven
met scherpe nageltjes
niet iedereen gegeven
dus, hou jullie snaveltjes!

sierlijk streepje fijn
van grijs tot zwart
van bek naar ooglijn
recht uit het hart

zo maak ik mij sterk
imposant fragiel
zo doe ik mijn werk
met hart en ziel.



condens

cohesie, adhesie,
plus en min
yin en yang

spel der krachten
aantrekkende machten
tot zichzelf en tot een ander
tegen- of een medestander.

condens op een plaat
gevormd door die krachten
die yin en die yang
het eeuwige smachten

verliefd op zichzelf, verliefd op een ander
elektrisch veld, zoete meander
door wetten gestuurde natuur
ook wij onderhevig aan deze structuur

geboorte en dood, vreugd’ en verdriet
zonder het één is het ander ook niet.
mannen en vrouwen, zonder gebaar
gevoelens vertrouwen, zonneklaar.





concentratie

onvoorstelbaar mooie vlucht
op een bed van blauwe lucht
acrobatie uit kracht gebaard
zeker een waardering waard

als een ufo sterk van vorm
bek halfopen vliegtuignorm
vleugels voor met brede staart
toppen vierkant open geschaard

zo vliegt de stern hoog in de lucht
gevangen in een korte zucht
door scherpziend oog van fotograaf
wat een plaatje mooi en gaaf!



break

waar zijn de mensen
waar is het geluid
stilte doet wensen
leegte geduid.

wandkathedraal
boomsilhouet
verrassend verhaal
erachter gezet.

uitnodigende tafel
porceleinwit
suikerwafel
koffie gezet.

geliefdengemonkel?
liefdesgestreel
lichtjesgeflonker
meisjesfluweel.



modellen

vrouwenlichaam, kathedraal
oprijzend als gotisch staal
met man vervlochten architecturaal
wat een sublieme beeldentaal

statisce dans verstrengelde lichamen
spelend licht klaar en donker
versteende kadan filmopname
bruinzwart getemperd glanzend geflonker

berg van lichamen bijna klassiek
perfect modellenwerk tot eenheid gebogen
opgebouwd gebeiteld door oude griek
exuberant maar ingetogen.



lemanteauvert

dame lente is op pad
de winter heeft het gehad
fris groen ontluikt weldra
cupido’s pijlen achterna

elegant als jonge vrouw
pigmenterend geel en blauw
hoor het vinken-suskewiet
fijngezongen hooglied

mens en dier herleeft
ontluikt, ritselt en beeft
voelt de tintelende groei
smachtend naar een nieuwe bloei

het bloed gaat sneller door de aders stromen
geeft nieuwe kracht om fleurige liefde te dromen
minirokjes en naakte schouders verschijnen
en laten de winterblues verdwijnen

ik herleef en voel me goed
de frisse wind smaakt honingzoet
impressionistisch exuberant
is mijn Vlaamse vlakkeland



mijn pa

verborgen achter hoed en baard
een ietwat gespannen gelaat
het is alsof je angst ontwaart
je de storm in je ziel binnenlaat

terugkaatsende zwartwit belichting
gespleten verzuchting in binnengewelf
duidelijke inspanningverplichting
kijkend met genepen mond naar jezelf

gespannen om het goed te doen
voor jou bloedeigen fotograaf
als een late tere afscheidszoen
voor gemiste momenten supergaaf

prachtig vereeuwigd voor altijd
op glanzend canvas geplaatst
zodat ook na je levensstrijd
je aanwezigheid wordt weerkaatst

vader-zoon soms moeilijke relatie
secuur pedagogisch spel
niet altijd een match op garantie
eerst weer niet later weer wel



there is

absoluut donker is niet
de hemel heeft zijn sterren
de deur zijn kier
oneindigheid zijn eindigheid
verdriet zijn plezier

wanhoop een sprankeltje hoop
leven een beetje dood
soberheid soms overdaad
oorlog smeekt om vrede
liefde zijn portie haat


there is a crack in everthing
that’s how the light gets in

zotten hebben hun waarheid
ieder heeft zijn kleine kantjes
loopt soms op smalle randjes
kinderen hun dankbaarheid

licht breekt binnen verlicht de geest
daarom is de mens meer dan een beest



lookingathim

kijk een petitieman
hij ziet mij niet, niet, niet…
de reclameman
hij heeft verdriet, wiet, wiet…

vijfenveertig is het nummer
hij zoekt een ondertekenaar, waar, waar…
eigenlijk is ie drummer
nu even enqueteur, klaar, klaar

onder staat een fiets
zij blijft kijken, kijken, kijken
hij rijdt naar niets
dat moet nog blijken, blijken, blijken

libreria Baroni



liliane

van geelgroen naar roodblauw
degradé van blad en bloem
gemaskeerde kleuren in ochtenddauw
verwekt door bezige bijen gezoem

het deksel van het zaaddoosje
gesloten met een blauw draadje
als een nieuw uitgevonden roosje
een versierd brugs chocolaatje

verborgen schatkamer van nieuw leven
stampertje geplaatst op steeltje
zal nieuwe rode bloemetjes geven
jaarlijks een nieuw juweeltje

de natuur boetseert en kleurt
wij mogen meegenieten
ons leven opgefleurd
we lijken epifyten



of shore

schaduwschimmende schepen
als kleppende klippers op zee
glijden door verticale strepen
met mijn droevige dromen mee

glinsterende zilverstroken
neervallende hagelstenen gelijk
hebben mijn minnende hart gebroken
vermoord mijn liefdesrijk

grijsblauwe emotie
verdwijnend lief
bevangen devotie
verloren hartedief



keepdancing

God ,wat snak ik naar de lente
een beetje zon een fris geluid
lichtgroen ontwassende blaadjes
tussen het welig wordende kruid

de lange winter zal verdwijnen
na sneeuw en kou een warme wind
die de bloemen doet ontluiken
zoals het speelse van een kind

zon is nodig stramme knoken
licht vooral zelfs ‘s morgens vroeg
het is zoals met vuurtje stoken
weg het oude, nieuwe ploeg

schimmen heerlijk kleed van licht
dansen als een ballerina
wat een weelde heerlijk wicht
lentebloesems Katharina



indekleigrondverankerd

kenmerkende vlaamse bonk
afgeboorde kerkewegels van weleer
geweven in ’t zomerse landschap
verrassend standbeeld van eer.

wilg geknot als een vogel gebot
door mensen om hout te branden
vlak Vlaanderen, groen en kapot
laat mij je eren met beide handen

ik was een kind en kon niet weten
dat mijn dorpje, dit stuk ongerepte natuur
door de betonman niet zou worden vergeten
dit stuk schitterend geboetseerde cultuur.



breekmedebeknietopen

hé hé van nietsdoen wordt je moe
dan ga je gapen en hoe!
lelijke kop die heb je wel
gelukkig omringd door het grijze spel
van weelderige haren

tanden bruin en scheef
gevolg van veelvuldig gestreef
naar lekkere dingen
hoektanden die ontzag afdwingen
dit komt door de jaren

erg gelijkend op de mens
dat stukje apenpens
ouderdom maakt het niet mooier
gelijk een oude mensenschooier
beide eindereeksexemplaren

het verschil wordt kleiner met de jaren
zowel bij mens- als apenparen
op het einde van de rit
blijft alleen nog het bezit
van herinneringen aan dierbaren



prelude for a dying sun

Ufo in de schijn van donderwolken
op het rood van gedrapeerd bloed.
Halve ijsbol, bezoedeld beddengoed,
verwarrende liefdesdraaikolken.

De huwelijksnacht is verzwolgen
in passie onbeheerst.
Zoete droom, voor het eerst.
Jij was verbolgen.

Verwachting, smachten naar,
blijkt dikwijls snotverkouden.
Eerste keer een abattoir.

Ervaring is de lessenaar,
driften worden ingehouden.
Verworden tot prachtexemplaar.



mistint'hageland

witte mist die de laatste bomen verbergt
op deze waterige wandeldag
ondanks de sombere sfeer van de herfst
ontdek ik een warme glimlach

op jou lieve leuke gezicht
met waterdruppeltjes aan de wimpers
dat mij aankijkt in dit sacrale licht
als een koningin van de winter

herfstkleuren achter dit opake gordijn
versterken de zuivere kleur van je perzikhuid
mijn hunkerende lijf naar jou festijn
vecht met mijn rationeel besluit.

wandelen hand in hand, brandend vuur
door twee schoonheden gekweld
de naar muscus geurende natuur
en jou fluwelig sensueel geweld.



eenheelkleindansmugje

wat zit er achter dit blaadje
ik plooi het even om
jullie denken het te weten
maar ik ben niet dom

ik hou van dit mooie groen
maar misschien achterom
is het nog veel beter
misschien wel een heiligdom

mijn leven is kort beschoren
alleen maar even bruidegom
dan verwacht ik de hemel
als ik na mijn plicht klaarkom



duiventil

schrale schoonheid wuftige werfkar van het verleden
planbureau verworden tot duivenhok naar het heden
eens het magische middelpunt van alle activiteit
nu broederlijk naast elkaar voldongen feit.

een lange carrière heeft sporen nagelaten
als bij een vergeten oorlog de kogelgaten
maar toch draag je met trots je signalisatiehoeken
geschonden als oude geheime geschiedenisboeken

het zou menig mensenleven niet misstaan
na de beroepscarrière eveneens verder te gaan
zoals deze oude knorrige kaduke kar
gerimpeld met stevig geraamte zo bizar.

Imaginaire duiven vliegen in en uit
met hun liefgepluimde bazige bruid
van hun met blaffetuurkes voorziene burcht genietend
voor ons buitenstaanders eerder onwelriekend.

heimwee naar een verloren verstreuveld verleden
wordt ondanks titanenkracht onmogelijk vermeden
wanneer het leven zijn onbeschofte orders beveelt
is de zonodige carrière gedaan en opgedeeld.



detramlijnvanverlangen

minimalistisch modernistisch decor
stoelendans met vrouwelijke geuren
stepdancefeeling on the floor
zwart-wit in contrast met felle kleuren

strak en droog lijnen recht
vrouwelijk sensueel in bogen
geboende kerkevloer net echt
huid in satijnrood kleed bewogen

klassieke scene, verleidingsritueel
paringsdans heel overwogen
in scene gezet theatertafereel
wat een improvisatievermogen



brugge anders

kijk de koetsen ze denderen door de stad
de paarden lastig van ‘t harde labeur
op de kasseien met behoepelde wielen
de ganse dag rennen in zweterige geur

toeristen die zitten open en bloot
genieten van dit spetterend spectakel
kijken rondom naar die toeristische klucht
en luisteren niet naar de menners getater

die zit hoog op zijn bok en ment zijn paarden
tussen de voetgangers en auto’s alom
om zo vlug mogelijk de ronde te rijden
waanzinnig lijkende lastige slalom

een oude nieuwe stad
verkocht met pseudo-historische praatjes
commentaren en verhalen zat
met hier en daar onnauwkeurige hiaatjes

kleine stad doorkruist met kanalen
oude huizen en straatjes zo lief
ik blijf er in wonen en ook wel in dromen
Brugge mijn stad ,mijn hartedief



descollants

monochroom dromen
insinuerende vorm in zijdebomen
benen nauwsluitend omhuld
sensuele delicatessen gevuld

vorm en kleur biologeren
fantasie en verhaal komen aanmeren
loerende kijker betoverd
en passant enthousiasme veroverd

eclatant zonnerood
flamboyante flatgenoot
wandelend in de avondzon
vreugdeverwekkende honnepon



carnavale

centrifugaal gestreept flitsen de flarden
door het luchtruim blauw als azuur
in groten getale, multipele miljarden
betoverende sensatieverwekkende structuur

heerlijke schitterende sensatie in je holle hoofd
door coke en heroine op hol gebracht en verdoofd
verwekt een spetterende tragische trip
met een eclatant geschilderd droomschip





gesloten

de spleet tussen de vleugels van de oude vuileiken deur
is zwartdonker als een bewolkte winternacht
verbergt een geheimzinnige onbereikbare vergeten sleur
achter roestige grendel, een oude kracht

het toscaanse eikenhout is vaaggrijs verweerd
onverwacht stevig wat het uitzicht niet laat vermoeden
op het eerste gezicht reeds flink geconfisqueerd
door ruige wind en weersinvloeden

ik droom mij binnen in het donker van de spleet
en zie tussen spinnewebbenstof verweven
een silhouet overdekt met een vuilwit kleed
iets van vroeger is hier achtergebleven

in gedachten trek ik het met vuil bedekte laken weg
het doek valt op de grond schimmig door gebrek aan licht
wanneer ik het na de stofexplosie opnieuw verleg
valt mijn droom aan scherven is het spook gezwicht


de drang om dit donker geheim te onthullen
heiligschennende nieuwsgierigheid te vervullen
verdwijnt voor bewondering
en ook stille verwondering
voor de geheimen die die oude poort omhullen



bonvoyage

zwart vlak compleet niets
donkere nacht sterrenloos
vliegtuigstreep enig iets
vallende ster gewetenloos

kil om mijn hart
eenzaamheid immens
maatschappelijk bikkelhard
aanleundende pijngrens

vreselijk lot van de eenzame
zinnebeeldende streep
ziekenhuisopname
levensbeëindigende wurggreep



het einde

kalm, rustgevend
badend zonlicht
vreugde, liefde

somber, grijs
donker licht
onzekerheid

storm en regen
wolkenzegen
angst, verbazing

daar ergens ben jij
nietigheid
herinnering

verweesd ben ik
achtergelaten
verwrongen ziel

achterna kom ik
nu, morgen
stilte.



break

waar zijn de mensen
waar is het geluid
stilte doet wensen
leegte geduid.

wandkathedraal
boomsilhouet
verrassend verhaal
erachter gezet.

uitnodigende tafel
porceleinwit
suikerwafel
koffie gezet.

geliefdengemonkel?
liefdesgestreel
lichtjesgeflonker
meisjesfluweel.



boomklever

ik stel mij tegen geelgroen
geklemd aan berkeschors
zie het jullie nog niet doen
kijk niet zo nors!

tegen een boom aankleven
met scherpe nageltjes
niet iedereen gegeven
dus, hou jullie snaveltjes!

sierlijk streepje fijn
van grijs tot zwart
van bek naar ooglijn
recht uit het hart

zo maak ik mij sterk
imposant fragiel
zo doe ik mijn werk
met hart en ziel.



bontespecht

getokkel op bomen
boor als machien
prachtige steunstaart
heel goed te zien

hangend aan takken
klimmend op schors
voortdurend hakken
bomengedors

zoeken naar wormen
onder de bast
vreemde vormen
zware last

ik heb je zien vliegen
ik heb je zien werken
niet om te liegen
je sterke vlerken.

trillend geklop
geratel snel
kunde ten top
mag dat wel?

vliegend naar bomen
op en neer
zoekend naar eten
meer en meer.


gesloten

de spleet tussen de vleugels van de oude vuileiken deur
is zwartdonker als een bewolkte winternacht
verbergt een geheimzinnige onbereikbare vergeten sleur
achter roestige grendel, een oude kracht

het toscaanse eikenhout is vaaggrijs verweerd
onverwacht stevig wat het uitzicht niet laat vermoeden
op het eerste gezicht reeds flink geconfisqueerd
door ruige wind en weersinvloeden

ik droom mij binnen in het donker van de spleet
en zie tussen spinnewebbenstof verweven
een silhouet overdekt met een vuilwit kleed
iets van vroeger is hier achtergebleven

in gedachten trek ik het met vuil bedekte laken weg
het doek valt op de grond schimmig door gebrek aan licht
wanneer ik het na de stofexplosie opnieuw verleg
valt mijn droom aan scherven is het spook gezwicht


de drang om dit donker geheim te onthullen
heiligschennende nieuwsgierigheid te vervullen
verdwijnt voor bewondering
en ook stille verwondering
voor de geheimen die die oude poort omhullen



'T is nacht

T’ is tijd om te gaan slapen.
De sterren flonkeren in de lucht,
de hond ligt lui te gapen
er is nu geen gerucht.

‘S avonds als de mane schijnt
en ‘t land zijn ruste vindt
komt de tijd voor ’t bed.
De kindjes slapen onschuldig,
de volwassenen geduldig,
de natuur zijn wet.

De verlichting in de straat,
voor wandelaars gebaat
verspreidt zijn spookverhalen.
De laatste nachtuilen verdwijnen
alleen de lampen gaan nog schijnen
de blaren blijven nederdalen.

In de slaapkamer is het stil.
Het weinige licht schijnt kil
door de kieren van de ramen.
Ik slaap niet, voel me bang.
Het wakker liggen duurt te lang,
eens lagen we samen.

Nu lig ik hier alleen
met opgetrokken been
naar het plafond te staren.
Ik droom van vroeger tijd
met veel verdriet en spijt.
Ik herinner me jou gebaren.



fear

ben je bang om naar buiten te kijken ?
of doe je alleen maar alsof
het begint er heel erg op te lijken
maar zelfs dan vind ik het tof!

je mooie gelaat
omringd door een krans
je halflange haar
compleet in cadans

de hoek van je kaken
het putje in je kin
wie kan zoiets maken
waar is het begin?

je ogen als vragen
versterkt in ’t gelaat
je mond als een bloem
als lotus vergaard.



theportrait

herfstkleur
zachte lichten
mag ik dromen
bij je komen
meisjesgeur
zoete gedichten



T-vorm

drager van het offerlam
als compensatie van de kruisiging
mooie jongeman
ingetogen huldiging

hij staande als een adelaar
geconcentreerde spieren
zij met dubbel handgebaar
beschermend zegevieren.

klaar voor de vlucht
onder last gebogen
naar dé hemelse vrucht
mooi en ingetogen.

innig verstrengeld
in diepste intimiteit
hun liefde aangezwengeld
wat een schoonheid



steltkluut

hoog op poten
scherpe bek
stelten gegoten
platte nek

badend in slikken
langs de rivier
prooien wikken
etensplezier

kijkers donker
aandachtig en fel
zwart geflonker
de macht van het spel





lisa

dag Lisa mooie meid
je ligt daar lekker neergevleid
met je lange haren in het gras
ik droomde dat ik bij je was.

je gelukzalige glimlach
laat mij vermoeden
dat je graag in het gezelschap wil vertoeven
van diegene die je aankijkt..

of is het alleen maar schijn
en wil je erbij zijn
omdat je graag poseert
en complimentjes adoreert!

wat het ook zij
het maakt mij blij
naar jou te mogen kijken
wat ik hier wil laten blijken



lejardinduforum

romantiek ten top in een 19 d’ eeuws sfeertje
op de bank onder de bomen een genietend heertje
vergeelde fotosfeer in gietijzeren lantarenlicht
centraliseert dit leuke dieptezicht

klassieke opbouw ,gulden snede
sleutelgateffect, triomferende lofrede
fantasie kan daarmee weg
bouwt er een verhaal rond gaandeweg.

nostalgie der dertiger jaren
euforie voor het levenservaren
charleston hakte de hieltjes omhoog
en alles had de kleuren van de regenboog

de tijd ook van de grote depressie
begin van de Duitse agressie
Americanisme over ons gegoten
eerst rijkdom dan speculanten in de sloten.



gesluierd

zuiver witte werkelijkheid
gescheiden door wimpers, heerlijkheid
geen mascara, puur natuur
zuivere huidstructuur.

frisse jeugd straalt rijker
straalt door de vrijheid
van vragende kijkers
onzeker na de prilheid.

weemoed naar ver verleden
geen nù is gebleven
herinnering
bij zoveel schoonheid.

prachtige pupillen priemen door me heen
roodbruin doordringend als nooit voorheen
achter een wazig wit, weigerig verborgen
zachte zichtbaarheid zonder zorgen.



golden bear

golden bear
wat een eer
je hier zo statig te aanschouwen

tegenlicht
in evenwicht
dat kun je niet berouwen

bruine vacht
oh zo zacht
maar ook nog te vertrouwen?

silhouet
als opgezet
met hele mooie vrouwen





prelude for a dying sun

Ufo in de schijn van donderwolken
op het rood van gedrapeerd bloed.
Halve ijsbol, bezoedeld beddengoed,
verwarrende liefdesdraaikolken.

De huwelijksnacht is verzwolgen
in passie onbeheerst.
Zoete droom, voor het eerst.
Jij was verbolgen.

Verwachting, smachten naar,
blijkt dikwijls snotverkouden.
Eerste keer een abattoir.

Ervaring is de lessenaar,
driften worden ingehouden.
Verworden tot prachtexemplaar.



kauw

zwart als de nacht
onheilspellend licht
op wacht
fel gezicht

stevig op de poten
recht vooruit
op zoek naar noten
ijdeltuit.

ogen als karbonkels
op een achtergrond van rood
hersenkronkels
voorspeller van de dood



klein

klein onschuldig
heel geduldig
grote bank
flessenklank

morgen groot
vurige schoot
mooi en blank
volwassen bank

oud en moe
geduldig en hoe
versleten bank
je laatste klank



leather

ik weet het! Ik ben niet altijd genereus
maar hier ben ik gepakt,moeilijk uit te leggen heus.
enerzijds schokeert het uitdagend lijf
dat aantrekt en ogen naar dààr verstijft.

Maar toch niet alleen de begeerte voedt
ook dwarserdoorheen esthetiek hoedt
die zwart-glanzende en wit-tedere inkten
verbinden in goddelijke en duivelse tinten

prachtige vrouw verpakt als demoon
verleiden dat kan je, dat ben je gewoon
de zwakheid van mannen wil je gebruiken
zodat ze voor jou door het stof gaan kruipen.

droom van vannacht, ik omarm je zozeer
gloeiende kracht, fysiek verteer
dat alle ratio doet verdwijnen
en jou, zoals hier ,laat verschijnen.



dreimal zwei

dreimal zwei

mooi wolkenblauw
zachter dan de middellandse zee
weerkaatsend hemelwit op sleeptouw
in diezige golven zweeft mee

in mooi wolkenblauw
zachter dan de middellandse zee
echter dan hun schaduw
dansen ze mee op de zee

op de inblauwe zee
dansen ze op het ritme
van het golvende neem me mee



luchtballon

het doffe geluid van een gasbrander
raast boven mijn hoofd in de lucht
een luchtballon met onbekende vlucht
een angstige buitenlander?

Waar komen ze vandaan
die vrouwen en kinderen
zou ons geluk verminderen
als we samen gaan?

egoïsten zijn we allen
argumenten als excuses
we voelen ons aangevallen

nochtans hebben we de keuze
wir schaffen dass
wat is er toch met die leuze?



zonnestraal

transparant witte stralen
wringen zich door takkenkruinen
begeleid met herfstbazuinen
beschijnen zomerverhalen

in amoureuze liefkozing
op een schuifelend bladerentapijt
bedrogen liefde die de zomer verwijt
in een korte verpozing

bladeren verkleuren
lossen hun levensgreep
vermengd met paddestoelgeuren

bereiken de eindstreep
willen ze goedkeuren
die laatste lettergreep



einde

het witte blad verblindt mijn ogen, eist zwarte letters die woorden gaan vormen,die betekenis hebben, die verhalen vertellen, die mijn zijn openleggen en verwachten dat ik mij wentel in een kolkend gewriemel.
geen geluid verbreekt de stilte, geen zachte vingers die geruisloos over het toetsenbord schuifelen, het blijft troosteloos leeg alsof dementie is binnengeslopen in de donkere kamer van mijn hersenen en angstig verward op zoek gaat naar het onbekende. Woorden komen niet, verdwijnen vooraleer ze gedacht zijn, het verhaal vergeten voor het geschreven is, de hopeloze achtervolging in een droom…

Hij zit voor zich uit te staren. Woordenloos, uitdrukkingsloos. De eenmaal zo welbespraakte koning van de kunstwetenschappen is opgeborgen in een langzaam aftakelend lichaam. Beetje bij beetje schuift hij behoedzaam naar het fysieke einde. Zijn geest heeft het reeds lang opgegeven en is verdwenen in de mistig niet denkende schemering van het niets. Zijn vrouw voedt hem als een baby, inwendig tiert ze van de pijn die haar ziel onderuit haalt. Haar laatste sprankeltje liefde houdt haar staande in deze niet eindigende herhaling van het niets.
De herinnering aan de mooie frisse jongen, het lichaam en de ziel waarin ze zich wentelde in diep genot houdt haar staande. Wanneer zijn verlossende dood komt zal zij zich langzaam losmaken uit dit jarenlange proces van aftakeling.

En dan begint het leven opnieuw. Heel langzaam maar steeds gretiger zal de ontdekking van haar leven zich openen als aangeboden handen en zal herinnering zich tussen andere langzaam zijn plaats zoeken.

Het leven herhaalt zich eindeloos zoals een nieuwe dag de nacht doet vergeten, de dromen laat verdwijnen, de demonen opbergt in nieuwe frisheid. Het verhaal wordt opnieuw verteld.